← Nederland

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2012 (Opmeer)

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2012 RAADSBESLUIT De Raad van de gemeente Opmeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 december 2011; Gezien het advies van de Commissie Samenlevingszaken van 30 november 2011; Gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning; besluit vast te stellen de volgende VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE OPMEER 2012 Hoofdstuk

  1. Begripsomschrijvingen Artikel
  2. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid
  3. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid
  4. College College van burgemeester en wethouders. Lid
  5. Compensatieplicht De plicht van het college aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het college de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is. Lid
  6. Aanmelding De mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid
  7. Gesprek Het eerste contact na een aanmelding waarin met de belanghebbende zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen. Lid
  8. Aanvraag Het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening. Lid
  9. Belanghebbende Een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Lid
  10. Psychosociaal probleem Een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. Lid
  11. Algemene voorziening Een voorliggende voorziening die door iedereen waarvoor de voorziening bedoeld is op eenvoudige wijze zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure te verkrijgen of te gebruiken is, ook al is deze voorziening niet bestemd voor, noch te gebruiken door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet. Lid
  12. Algemeen gebruikelijke voorziening Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten. Lid
  13. Collectieve voorziening Een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Lid
  14. Voorliggende voorziening Een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Lid
  15. Wettelijk voorliggende voorziening Een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de wet, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Lid
  16. Individuele voorziening Een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt. Lid
  17. Gebruikelijke zorg De zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Lid
  18. Voorziening in natura Een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Lid
  19. Persoonsgebonden budget Een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid
  20. Financiële tegemoetkoming Een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat. Lid
  21. Mantelzorger Een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt. Lid
  22. Eigen bijdrage of eigen aandel in de kosten Een door het college vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer van toepassing zijn; Lid
  23. International classification of functions, disability and health Een door de Wereldgezondheidsorganisatie vastgesteld uniform begrippenkader dat gehanteerd wordt als afwegingskader en als grondslag om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen ofwel te typeren; HOOFDSTUK
  24. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE Artikel
  25. De te bereiken resultaten De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in en om de woning; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten. Hoofdstuk
  26. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten Artikel
  27. De aanmelding De belanghebbende, die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, meldt zich schriftelijk, telefonisch, elektronisch of mondeling aan bij het college. Artikel
  28. Het gesprek Lid
  29. Na de aanmelding wordt met de belanghebbende een afspraak gemaakt voor een gesprek indien: de aanmelding afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder in aanmerking is gekomen voor een individuele voorziening; dit gesprek vindt bij de belanghebbende thuis plaats. de aanmelding afkomstig is van een belanghebbende waarvan de situatie reeds bekend is maar bij wie sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; belanghebbende of het college daarom verzoekt. Lid
  30. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid. Lid
  31. Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid
  32. Indien bij de aanmelding wordt aangegeven dat de belanghebbende belemmeringen ondervindt bij het ontvangen van de mantelzorg dan wordt het gesprek zo mogelijk met de belanghebbende en de mantelzorger gevoerd. Artikel
  33. Het verslag Lid
  34. Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. Opmerkingen van belanghebbende over dit verslag worden als bijlage aan het verslag toegevoegd. Een door belanghebbende ondertekend verslag kan als aanvraagformulier als bedoeld in artikel 6 lid 2 dienen. Lid
  35. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende, gebruik makend van het ondertekende verslag van het gesprek, dat in die situatie als aanvraagformulier dient, een aanvraag indienen voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet. Hoofdstuk
  36. De aanvraag van een individuele voorziening Artikel
  37. De aanvraag Lid
  38. De aanvraag van een individuele voorziening moet schriftelijk of elektronisch plaatsvinden. Lid
  39. Als er een ondertekend verslag van het gesprek aanwezig is, wordt dit ondertekende verslag als aanvraagformulier beschouwd. Hoofdstuk
  40. Beoordeling van de te bereiken resultaten PARAGRAAF
  41. ALGEMENE REGELS Artikel
  42. Het maken van een afweging Lid
  43. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid
  44. Alle algemene, voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing hebben geleid in het gesprek, of als er geen gesprek heeft plaatsgevonden, eerst beoordeeld. PARAGRAAF
  45. DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel
  46. Een schoon en leefbaar huis Lid
  47. Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Lid
  48. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk. Lid
  49. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  50. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  51. Wonen in een geschikt huis Lid
  52. Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van de woning waar men over beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon. Lid
  53. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid
  54. Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Indien de woningaanpassing van de huidige woning een bedrag van € 6.000,- of minder bedraagt, kan het college afzien van deze beoordeling. Lid
  55. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  56. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid
  57. Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid
  58. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid
  59. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid
  60. Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  61. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid
  62. Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig gestreken, opgevouwen of opgehangen staat. Lid
  63. Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en opruimen van de dagelijkse was. Lid
  64. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn de zorg over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  65. Voor zover de in de vorige leden genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  66. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid
  67. Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid
  68. Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het – zo mogelijk tijdelijk ter overbrugging van een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve maatregelen – vervangen van de ouder die voor de kinderen zorgt. Lid
  69. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  70. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld. Lid
  71. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  72. Zich verplaatsen in en om de woning Lid
  73. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de slaapvertrekken, het toilet en de douche, de berging, de tuin of het balkon te kunnen bereiken en er zich zodanig te kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk is. Lid
  74. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Lid
  75. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  76. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  77. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid
  78. Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de directe woon- en leefomgeving. Lid
  79. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon- en leefomgeving. Lid
  80. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die in de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  81. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel
  82. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten Lid
  83. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten bestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het deelnemen aan gewenste activiteiten. Lid
  84. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid
  85. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid
  86. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Hoofdstuk
  87. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming; Eigen bijdrage en eigen aandeel Paragraaf
  88. Verstrekking van voorzieningen Artikel
  89. Mogelijke verstrekkingwijzen lid
  90. De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. lid
  91. Het college legt alle bedragen van de te verstrekken voorzieningen vast in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Opmeer. Paragraaf
  92. Verstrekking in natura Artikel
  93. Inhoud beschikking Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: welke de te treffen voorziening is; wat de duur van de verstrekking is; hoe de voorziening in natura verstrekt wordt; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld; of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage. Paragraaf
  94. Verstrekking als persoonsgebonden budget Artikel
  95. Overwegende bezwaren Het college legt in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren op grond waarvan er geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt. Artikel
  96. Inhoud beschikking Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden; wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is; welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget; of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage. Paragraaf
  97. Verstrekking als financiële tegemoetkoming Artikel
  98. Inhoud beschikking Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; wat de duur van de verstrekking is; of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld; wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is; of er sprake is van een te betalen eigen aandeel. Paragraaf
  99. Eigen bijdrage en eigen aandeel Artikel
  100. Eigen bijdrage en eigen aandeel Lid
  101. Bij het verstrekken van een individuele voorziening is de belanghebbende een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: een schoon en leefbaar huis; wonen in een geschikt huis; beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Lid
  102. Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer regels vast over de eigen bijdrage en het eigen aandeel en stelt de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast. De omvang van de eigen bedragen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is gekoppeld aan de bedragen als vermeld in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur). Indien de bedragen in artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Algemene maatregel van bestuur) worden gewijzigd, worden de bedragen in dit artikel geacht op gelijke wijze te zijn gewijzigd. Hoofdstuk
  103. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en besluitvorming, intrekking en terugvordering Artikel
  104. Beslistermijn Lid
  105. De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt, met uitzondering van het bepaalde in lid 2, voor alle voorzieningen: maximaal 8 weken. lid
  106. In afwijking van lid 1 bedraagt deze termijn als het gaat om voorzieningen waar voor bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden: maximaal 26 weken. Artikel
  107. Beperkingen Lid
  108. Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te bereiken resultaat. de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is. Lid
  109. Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening algemeen gebruikelijk is; indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente Opmeer; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt; Voor zover het een aanvraag betreft voor een voorziening die al eerder in het kader van enig wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en waarvan de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken. Van toekenning kan wel sprake zijn als de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of als belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten. voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd. Artikel
  110. Advisering Lid
  111. Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante huisgenoten: op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen; op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. Lid
  112. Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien de sociaal medische situatie van belanghebbende daarvoor aanleiding geeft Artikel
  113. Wijziging situatie Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel
  114. Intrekking Lid
  115. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. Lid
  116. Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel
  117. Terugvordering Lid
  118. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan de waarde van de verstrekte voorziening in natura, een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid
  119. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van valselijk verstrekte gegevens. Lid
  120. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van onjuist verstrekte gegevens. Hoofdstuk
  121. Slotbepalingen Artikel
  122. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  123. Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie, zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450). Artikel
  124. Evaluatie Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens aangepast. Het college zendt hiertoe telkens vier jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. Artikel 31 Overgangsregeling In afwijking van de in deze verordening opgenomen bepalingen kan het college ten behoeve van doelgroepen afwijkende regels vaststellen. Het betreft dan overgangsbepalingen en afbouwregelingen voor cliënten die op grond van eerdere verordeningen rechten hebben verworven. Doel van de afwijkende bepalingen is het bieden van een redelijke termijn om vervolgens aan te sluiten bij de bepalingen van deze verordening. Artikel
  125. Inwerkingtreding Lid
  126. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april
  127. Lid
  128. De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2010 wordt met ingang van 1 april 2012 ingetrokken; Artikel
  129. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Opmeer 2012”. Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer van 22 december 2011 griffier gemeenteraad, Mevrouw M.C.G.M. de Vree- Bekker voorzitter gemeenteraad, De heer G.J.A.M. Nijpels

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.