← Nederland

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 57 van de Landsverordening voortgezet onderwijs en ter vaststelling van de reg

LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, ter uitvoering van artikel 57 van de Landsverordening voortgezet onderwijs en ter vaststelling van de regeling van de landsexamens v.w.o., h.a.v.o. en m.a.

§1

.De beoordeling Artikel24 1.Voor het mondeling landsexamen stellen de examinatoren in onderling overleg het cijfer in een vak vast. Daarbij gebruiken zij één van de cijfers 1 tot en met 10 met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. In deze schaal van cijfers komt aan de gehele cijfers 1 tot en met 10 de volgende betekenis toe: 1 = zeer slecht 6 = voldoende 2 = slecht 7 = ruim voldoende 3 = zeer onvoldoende 8 = goed 4 = onvoldoende 9 = zeer goed 5 = bijna voldoende 10 = uitmuntend 2.Kunnen zij niet tot overeenstemming komen, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. Indien een kandidaat in een vak door twee of meer examinatoren is geëxamineerd, bepalen deze examinatoren in onderling overleg het cijfer. Komen zij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. Indien een gemiddelde als bedoeld in dit lid, een cijfer met twee of meer decimalen is, wordt dit cijfer afgerond op de eerste decimaal, met dien verstande dat deze decimaal met 1 wordt verhoogd indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is. 3.De examinatoren stellen het cijfer voor het mondeling examen in een vak voor iedere kandidaat vast onmiddellijk na afloop van zijn mondeling examen in dat vak. 4.Indien het gemiddelde van het mondeling examen tevens eindcijfer is, wordt dit getal afgerond naar het dichtbij gelegen geheel getal, met dien verstande, dat halven naar boven worden afgerond tot hele getallen. 5.De vastgestelde cijfers worden door de examinatoren ingevuld op een lijst waarvan het model door het Hoofd van de Dienst is vastgesteld. De examinatoren ondertekenen deze lijst. Artikel25 1.Voor het schriftelijk landsexamen stellen de examinatoren in onderling overleg het cijfer in een vak vast. Daarbij gebruiken ze de cijfers 1 tot en met 10, met de daartussen liggende cijfers met één decimaal. In deze schaal van cijfers komt aan de gehele cijfers de betekenis toe als aangegeven in artikel 24, eerste lid. 2.Kunnen zij niet tot overeenstemming komen, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. Indien een kandidaat in een vak door twee of meer examinatoren is geëxamineerd, bepalen deze examinatoren in onderling overleg het cijfer. Komen zij niet tot overeenstemming, dan wordt het cijfer bepaald op het rekenkundig gemiddelde van de beoordelingen door ieder van hen. Indien een gemiddelde, als bedoeld in dit lid, een cijfer met twee of meer decimalen is, wordt dit cijfer afgerond op de eerste decimaal, met dien verstande dat deze decimaal met 1 wordt verhoogd indien de tweede decimaal zonder afronding 5 of hoger is. 3.De commissie belast met de opstelling van de examenopgaven stelt bindende normen voor de beoordelingen van het schriftelijk werk vast. 4.Indien bij het schriftelijk landsexamen voor een vak de opgaven voor een gedeelte uit open vragen en voor een gedeelte uit meerkeuzetoets bestaat wordt voor elk van de onderdelen een cijfer vastgesteld op de manier als aangegeven in het eerste tot en met derde lid. Het cijfer voor het schriftelijk examen is het gemiddelde van het cijfer voor het gedeelte met open vragen en het cijfer voor het gedeelte met meerkeuzetoets. Afronding vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, tweede lid. 5.De vastgestelde cijfers worden door de examinatoren ingevuld op een lijst waarvan het model door het Hoofd van de Dienst wordt vastgesteld. De examinatoren ondertekenen deze lijst. Artikel26 1.Het eindcijfer voor een vak wordt bepaald op het gemiddelde van het cijfer voor het mondeling examen en het cijfer voor het schriftelijk examen. Is het gemiddelde niet een geheel getal, dan wordt het eindcijfer op het naast-bijliggende gehele getal vastgesteld. 2.Gemengde getallen met de breuk half worden naar boven afgerond. Artikel27 De voor een vak verkregen cijfers en het eindcijfer worden ingevuld op de lijst van cijfers, vanwege het Hoofd van de Dienst te verstrekken. §2.Uitslag landsexamen en deellandsexamen en uitreiking diploma'

Artikel28

De landsexamencommissie stelt de uitslag van het landsexamen en het deellandsexamen vast. Artikel29 1.De kandidaat die ingevolge de artikelen 5, 6 en 7 in zes vakken examen heeft afgelegd, is geslaagd, indien hij: voor al zijn examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer; voor één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer; voor één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, terwijl de som van al zijn eindcijfers 36 of meer is; voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, terwijl de som van al zijn eindcijfers 37 of meer is. 2.De kandidaat, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, die niet voldoet aan de voorwaarden van de vorige leden, is afgewezen. Artikel30 1.De kandidaat die ingevolge artikel 8 in vijf vakken examen heeft afgelegd, is geslaagd, indien hij: voor al zijn examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer; voor één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer; voor één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn- overige examenvakken eindcijfers heeft behaald van 6 of meer, terwijl de som van al zijn eindcijfers 30 of meer is. 2.De kandidaat, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, die niet voldoet aan de voorwaarden van de vorige leden, is afgewezen. Artikel31 [vervallen] Artikel32 [vervallen] Artikel33 [vervallen] Artikel34 [vervallen] Artikel35 1.De kandidaat, die een deellandsexamen heeft afgelegd, is geslaagd, indien hij voor het desbetreffende vak een eindcijfer heeft behaald van 6 of meer. 2.De kandidaat, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, die niet is geslaagd, is afgewezen. Artikel36 1.Nadat de uitslag is vastgesteld, deelt de voorzitter deze aan de kandidaat mede. Indien de kandidaat niet aanwezig is, deelt de voorzitter hem per brief de uitslag mee. Hij maakt indien de uitslag een voorlopige of een definitieve is, daarbij melding van het bepaalde in het volgende lid. 2.Ingeval van een voorlopige uitslag heeft de kandidaat het recht een herkansing te vragen van het schriftelijk examen in ten hoogste twee van zijn vakken. Herkansing is eveneens mogelijk voor diegenen voor wie de uitslag definitief is. De kandidaat doet een schriftelijk verzoek daartoe aan de voorzitter vóór een door de voorzitter te bepalen dag en tijdstip. 3.Indien een kandidaat niet tijdig herkansing heeft aangevraagd, wordt de voorlopige uitslag definitief. 4.De herkansing van een schriftelijk examen geschiedt op dezelfde wijze als het normale schriftelijke examen. Het hoogste van de cijfers behaald bij de herkansing en bij het eerder afgelegde schriftelijke examen geldt als definitief cijfer voor het schriftelijk examen. 5.Na afloop van de herkansing wordt de uitslag definitief vastgesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 27 tot en met 30 en aan iedere kandidaat medegedeeld. §3.Diploma'

Artikel37

1.Een certificaat wordt afgegeven aan: de voor één of meer deellandsexamens geslaagde kandidaat, tenzij hem ingevolge artikel 38, tweede lid onder b, terstond een diploma wordt uitgereikt; de voor een landsexamen afgewezen kandidaat die voor één of meer van dit examen deel uitmakende vakken een eindcijfer van 6 of meer heeft behaald. 2.Dit certificaat vermeldt het vak waarin de betrokken kandidaat is geëxamineerd en het daarvoor behaalde eindcijfer, dat een 6 of meer moet zijn. 3.De geldigheid van een certificaat, uitgereikt als bedoeld in het eerste lid is: voor m.a.v.o.-3, drie jaar; voor m.a.v.o.-4, vier jaar; voor h.a.v.o., vijf jaar; en voor v.w.o., zes jaar. Artikel38 1.Een diploma dat de vakken vermeldt waarin de betrokken kandidaat is geëxamineerd, wordt afgegeven aan de voor een landsexamen geslaagde kandidaat. Duplicaten van diploma's worden niet uitgereikt. 2.Een diploma waarop staat vermeld in welke vakken de betrokken kandidaat is geëxamineerd en voor welke vakken hij een bewijs van kennis heeft of vrijstelling aan hem is verleend, wordt op zijn verzoek afgegeven aan: de kandidaten die voor de vakken die een landsexamen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8 omvat, certificaten dan wel één of meer certificaten en een bewijs van kennis of bewijzen van vrijstelling overlegt; de kandidaat die in één of meer vakken met gunstig gevolg deellandsexamen heeft afgelegd en voor andere vakken die tezamen met eerder bedoelde vakken een landsexamen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8 vormen, telkens een certificaat of een bewijs van kennis of een bewijs van vrijstelling overlegt. 3.Afgifte op grond van het eerste en tweede lid van een diploma v.w.o., h.a.v.o. of m.a.v.o. vindt uitsluitend plaats indien betrokkene in alle zes onderscheidenlijk voor m.a.v.o.-3 vijf daarop vermelde vakken is geëxamineerd. 4.De kandidaten, bedoeld in het tweede lid, dienen hun verzoek tot afgifte van een diploma bij de voorzitter in voor een door hem te bepalen tijdstip. 5. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven met betrekking tot de wijze waarop met de overeenkomstig het tweede lid overgelegde certificaten en bewijzen van kennis en van vrijstelling wordt gehandeld. 6.Voor de toepassing van dit artikel worden met certificaten als bedoeld in artikel 37 gelijkgesteld certificaten als bedoeld in artikel 41 van het Landsbesluit eindexamens avondscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o., met dien verstande dat geen diploma wordt uitgereikt op grond van het tweede lid, onder a, indien geen van de overgelegde certificaten is afgegeven door de landsexamencommissie. 7.In bijzondere gevallen kan de minister goedkeuren dat een diploma, als bedoeld in de aanhef van het tweede lid, eveneens wordt afgegeven aan een kandidaat die voor elk van de vakken die een landsexamen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8 omvat, overlegt: een certificaat als bedoeld in artikel 41 van het landsbesluit eindexamens avondscholen v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.; dan wel een bewijs van kennis of van vrijstelling. Artikel39 1.Aan elke voor een landsexamen geslaagde kandidaat wordt een lijst verstrekt waarop, met de cijfers voor het schriftelijk en het mondeling examen, de eindcijfers voor zijn examenvakken zijn vermeld alsmede de uitslag en de datum van het door hem afgelegde examen. 2.Aan elke kandidaat die voor een landsexamen of deel-landsexamen is afgewezen, wordt een lijst verstrekt waarop, met de cijfers voor het schriftelijk en het mondeling examen en het daarvoor behaalde eindcijfer, de vakken staan vermeld waarvoor hij een eindcijfer lager dan 6 heeft behaald. 3.Aan de geslaagde kandidaat die van de mogelijkheid tot herkansing gebruikmaakt, wordt een lijst verstrekt waarop de behaalde cijfers zijn vermeld. 4.De modellen van de cijferlijsten, van de diploma's en van de certificaten worden vastgesteld door de minister. Blanco cijferlijsten en diploma's worden aan de voorzitters op hun verzoek in de benodigde aantallen vanwege het Hoofd van de Dienst toegezonden. De voorzitters dragen er zorg voor dat deze met de vereiste zorgvuldigheid worden bewaard. 5.De cijferlijsten, de diploma's en de certificaten worden getekend door de voorzitter en de secretaris. Artikel40 1.Een schriftelijke verklaring dat een diploma of een certificaat is afgegeven, kan uitsluitend door of vanwege de minister worden verstrekt. Deze verklaring heeft dezelfde waarde als het diploma of het certificaat zelf. 2.De minister stelt het model van de schriftelijke verklaring vast. §4.Gegevens te verstrekken aan het Hoofd van de Dienst Artikel41 1.De voorzitter en de secretaris van de eindexamencommissie ondertekenen een lijst van kandidaten die tot een herkansing zijn toegelaten, onder vermelding van de vakken waarin de kandidaten geëxamineerd dienen te worden. 2.Het model van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt door het Hoofd van de Dienst vastgesteld. 3.De voorzitter zendt deze lijst uiterlijk een week na de uitslag aan het Hoofd van de Dienst. Artikel42 1.De voorzitter zendt binnen een week na de uitslag van het landsexamen een ingevuld en door hem en de secretaris van de landsexamencommissie ondertekend exemplaar van een verzamellijst van cijfers aan het Hoofd van de Dienst. 2.Het model van de in het eerste lid bedoelde verzamellijst wordt door het Hoofd van de Dienst vastgesteld. Op deze lijst worden tevens statistische gegevens betreffende de uitslag verstrekt, in de vorm, door het Hoofd van de Dienst te bepalen. §5.Herexamens Artikel43 1.Het herexamen blijft beperkt tot één vak. 2.Indien de kandidaat die is toegelaten tot het herexamen, voor niet meer dan één vak een eindcijfer heeft behaald lager dan zes, wordt hem een herexamen afgenomen in dat vak. 3.Indien de kandidaat die is toegelaten tot het herexamen, voor twee vakken een eindcijfer heeft behaald lager dan zes, wordt hem in één van deze vakken een herexamen afgenomen. De keuze van dit vak geschiedt door de kandidaat. Artikel44 Het herexamen wordt afgenomen op dezelfde wijze als het examen. Artikel45 1.De kandidaat, bedoeld in artikel 29, die herexamen heeft afgelegd, is geslaagd, indien zijn eindcijfers na dit examen alsnog voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 29, eerste lid. 2.De kandidaat, bedoeld in het vorige lid, die niet voldoet aan bedoelde voorwaarden, is afgewezen. Artikel46 1.De kandidaat, bedoeld in artikel 30, die herexamen heeft afgelegd, is geslaagd, indien zijn eindcijfers na dit examen alsnog voldoen aan de voorwaarden, gesteld in artikel 30, eerste lid. 2.De kandidaat, bedoeld in het vorige lid, die niet voldoet aan bedoelde voorwaarden, is afgewezen. Artikel47 [vervallen] Artikel48 [vervallen] Artikel49 [vervallen] Artikel50 [vervallen] Artikel51 [vervallen] HOOFDSTUKVSlotbepalingen Artikel52 Het schriftelijk werk van de kandidaat wordt tot 1 april van het volgend jaar bewaard op een door de voorzitter te bepalen wijze, ter inzage van de kandidaat. Artikel53 De voorzitters dragen er zorg voor dat een volledig stel van de gebruikte opgaven bewaard blijft voor het archief van hun commissie, en dat de verslagen van de mondelinge examens bedoeld in artikel 20 tot 1 april van het volgend jaar worden bewaard. Artikel54 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat bij één of meer van de landsexamens of deellandsexamens v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o.-4 en m.a.v.o.-3 kandidaten in één of meer door hem aan te wijzen vakken geen schriftelijk examen zal worden afgenomen. Daarbij kunnen voorschriften worden gesteld die afwijken van dit landsbesluit. Artikel55 [vervallen] Artikel56 1.Dit landsbesluit kan worden aangehaald als: Landsbesluit landsexamens v.w.o., h.a.v.o., m.a.v.o. 2.[regelt de inwerkingtreding]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.