De raad van de gemeente Dirksland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 september 2012; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en op de artikelen 8 en 36 van de Wet werk en bijstand; overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen omtrent de langdurigheidstoeslag en invulling van de begrippen langdurig en laag inkomen; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening langdurigheidstoeslag Wwb. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen Deze verordening verstaat onder: de wet: de Wet werk en bijstand het college: het college van burgemeester en wethouders van Dirksland; referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan moet worden gelezen de referteperiode een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien; gezinsnorm: de norm van artikel 21, eerste lid van de wet; Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; Wsf 2000: Wet studiefinanciering. Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Hoofdstuk2Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig laag inkomen 1Aan de in artikel 36, eerste lid van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven honderd procent van de bijstandsnorm. 2Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de Wtos, dan wel een studie volgt als genoemd in de Wsf
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.