← Nederland

Verordening Toeslagen en verlagingen Wwb (Dirksland)

De raad van de gemeente Dirksland; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 september 2012; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en op artikel 8, lid 1c juncto artikel 30 van de Wet werk en bijstand; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening Toeslagen en verlagingen Wwb. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1In deze verordening wordt verstaan onder: de Wet: de Wet werk en bijstand (Wwb); het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dirksland; commerciële overeenkomst: een schriftelijke, individuele huur-, onderhuur- of kostgangerovereenkomst naar een commerciële prijs, voorzien van schriftelijke bewijzen van betaling; commerciële prijs: een bedrag per maand dat tenminste gelijk is aan de maximale toeslag zoals benoemd in artikel 25 van de wet; e. verzorgingsbehoeftige: degene die voor beroepsmatige verzorging in een verzorgingstehuis of andere inrichting ter verpleging of verzorging is geïndiceerd. 2De overige begrippen die in deze verordening worden gehanteerd, zijn ontleend aan de Wet werk en bijstand, tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders is bepaald. Inhoudelijk dient aan deze begrippen dezelfde betekenis en invulling te worden gehecht, als omschreven in paragraaf 1.1 Wwb. Artikel2Reikwijdte De bepalingen van deze verordening beperken zich tot personen van 21 tot 65 jaar. De Wwb kent een aparte normensystematiek voor personen van 65 jaar of ouder, waarop de toeslagen en verlagingen niet van toepassing zijn. Artikel3Categorieën 1Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar aan wie bijstand kan worden verleend, geldt een categorieaanduiding. 2De onderscheiden categorieën worden als volgt aangeduid: alleenstaande, als bedoeld in artikel 4 onder a van de Wet; alleenstaande ouder, als bedoeld in artikel 4 onder b van de Wet; gehuwden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Hoofdstuk2Criteria voor alleenstaanden en alleenstaande ouders Artikel4Medebewoners, kostgangers, onderhuur 1De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag, indien er sprake is van bijstandsverlening aan een alleenstaande of alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kind(eren) in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag wordt bepaald op het in artikel 25 van de Wet genoemde maximumbedrag. 2De toeslag, als bedoeld in lid 1, wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder bepaald op het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien: in diens woning uitsluitend één of meer niet ten laste komende kinderen hun hoofdverblijf hebben; in diens woning een ander, die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt of die als verzorgingsbehoeftige door de belanghebbende wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft. 3De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder, in diens woning op grond van een commerciële overeenkomst één of meer kostgangers of onderhuurders hun hoofdverblijf hebben, bepaald op 50 procent van het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag. 4De toeslag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder, die zijn hoofdverblijf heeft in de woning van een ander, wordt bepaald op: het in artikel 25 van de wet genoemde maximum bedrag, indien er sprake is van een commerciële overeenkomst; geen toeslag, indien er sprake is van een niet als commercieel aan te merken overeenkomst of van het ontbreken van enige overeenkomst. 5De bijstandsnorm wordt niet verhoogd met een toeslag, indien de alleenstaande of alleenstaande ouder, zonder een commerciële overeenkomst in diens woning één of meerdere personen als medebewoner, kostganger of onderhuurder heeft wonen. Artikel5Het ontbreken van woonkosten De bijstandsnorm wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 4, niet verhoogd met een toeslag, indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder geen woonkosten heeft, als gevolg van: het bewonen van een woning waaraan geen woonkosten zijn verbonden; het niet bewonen van een woning. Hoofdstuk3Criteria voor gehuwden Artikel6Medebewoning, kostgangers, onderhuur 1Op de bijstandsnorm voor gehuwden vindt geen verlaging plaats, indien in hun woning één of meer niet ten laste komende kinderen hun hoofdverblijf hebben; in diens woning een ander, die de belanghebbende als verzorgingsbehoeftige verzorgt, of die als verzorgingsbehoeftige door belanghebbende wordt verzorgd, zijn hoofdverblijf heeft. 2De bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met 50 procent van het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien in de woning van de belanghebbenden één of meer medebewoners, kostgangers of onderhuurders hun hoofdverblijf hebben. 3De bijstandsnorm voor gehuwden, die hun hoofdverblijf hebben in de woning van een ander, wordt verlaagd met: het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag, indien er sprake is van een niet als commercieel aan te merken overeenkomst, dan wel van het ontbreken van een overeenkomst; geen verlaging, indien er sprake is van een commerciële overeenkomst. Artikel7Woonkosten De bijstandsnorm voor gehuwden wordt verlaagd met het bedrag dat in artikel 25 van de wet als maximumbedrag wordt genoemd, indien de gehuwden geen woonkosten hebben als gevolg van: het bewonen van een woning waaraan geen woonkosten verbonden zijn; het niet bewonen van een woning. Hoofdstuk4Beoordeling commerciële prijs Artikel8Beoordeling commerciële prijs Het bedrag dat een belanghebbende per maand ontvangt of voldoet in verband met medebewoning, kostgangerschap of onderhuur wordt eenmalig getoetst aan het criterium ‘commerciële prijs’, zoals benoemd in deze verordening. Zolang dit bedrag geen wijzigingen ondergaat, vindt geen nieuwe toetsing plaats. Wanneer partijen een wijziging van het bedrag overeenkomen, vindt een nieuwe toetsing plaats op grond van deze verordening. Hoofdstuk5Schoolverlaters Artikel9Schoolverlaters De bijstandsnorm wordt niet verhoogd met een toeslag gedurende de eerste zes maanden na het beëindigen van school, studie of studiefinanciering door een belanghebbende. Hoofdstuk6Cumulatie Artikel10Cumulatie 1De uitkering van de alleenstaande bedraagt: tenminste het bedrag zoals genoemd in artikel 20 lid 1 van de Wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Afstemmingsverordening Wwb; ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, lid 1 van de Wet, vermeerderd met het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag. 2De uitkering van de alleenstaande ouder bedraagt: tenminste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, lid 2 van de Wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Afstemmingsverordening Wwb; ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 20, lid 2 van de Wet, vermeerderd met het in artikel 25 van de wet genoemde maximumbedrag. 3De uitkering aan gehuwdenbedraagt: tenminste 80 procent van het bedrag zoals genoemd in artikel 21 lid 1 van de wet, tenzij sprake is van een verlaging van de uitkering op grond van de bepalingen van de Afstemmingsverordening Wwb; ten hoogste het bedrag zoals genoemd in artikel 21, lid 1 van de Wet. Hoofdstuk7Uitvoering Artikel11Uitvoering Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Hoofdstuk8Slotbepalingen Artikel12Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening, als strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaarwegende aard zou leiden. Artikel13Onvoorziene omstandigheden In gevallen, de uitvoering betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders. Artikel14Intrekking oude verordening De verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand Dirksland 2012 wordt ingetrokken. Artikel15Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van zijn bekendmaking en het werkt terug tot en met 1 januari 2012. Artikel16Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Toeslagen en Verlagingen Wwb. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Dirksland, gehouden op 25 oktober 2012. De plv. griffier, De voorzitter, J. Taale. drs. S. Stoop. Toelichting1Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet werk en bijstand

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.