Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente TytsjerksteradielRaadsbesluit Gemeente Tytsjerksteradiel Raadsvergadering d.d. 20 december 2012, agendapunt 10C De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel: overwegende dat: de Wet werk en bijstand en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers, de gemeenteraad opdracht geven om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling; op 26 november 2009 de Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ gemeente Tytsjerksteradiel 2010 is vastgesteld door de gemeenteraad; het college op basis van van de inwerkingtreding van een aantal wetswijzigingen en evaluatie van het gevoerde beleid, genoemde verordening wenst aan te passen; de verordening naar aanleiding van deze aanpassingen opnieuw vastgesteld moet worden door de gemeenteraad; gelezen het voorstel van het College d.d. 13 november 2012; tevens kennis genomen hebbend van het advies van de Cliëntenraad Werk en Bijstand; gelet op: artikel 149, eerste lid, van de Gemeentewet; de artikelen 7, 8, eerste lid onder a, van de Wet werk en bijstand; de artikelen 34, 35, eerste lid, onder a, en 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; de EG-verordening Werkgelegenheidssteun (nr. 2204/2002, Pb EG 2002, L 337/3) en de EG-verordening de minimis-steun (nr. 69/2001, Pb EG 2001, L 10/30), alsmede de Beleidsaanbeveling van belang voor het opstellen van de gemeentelijke reïntegratieverordeningen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (Verzamelcirculaire SZW, april 2004). BESLUIT: de Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel als volgt vast te stellen: HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze; b. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel; c. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Tytsjerksteradiel; d. ondersteuning: het geheel van activiteiten en in te zetten instrumenten, al dan niet onderdeel uitmakend van een overeenkomst of plan van aanpak, dat bijdraagt aan de bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt dan wel aan het leveren van een tegenprestatie; e. tegenprestatie: naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. De tegenprestatie heeft een kortdurend karakter, zowel qua tijd als duur. f. voorliggende voorziening: de voorziening als bedoeld in artikel 5, sub e, WWB; g. uitkeringsgerechtigde: de personen in de leeftijd van 18 jaar of ouder maar jonger dan de leeftijd waarop het recht op AOW ontstaat genoemd in artikel 10, eerste en tweede lid WWB en artikel 5, eerste lid IOAW; h. startkwalificatie: een afgeronde opleiding op MBO 2-niveau dan wel HAVO- of VWO-niveau; i. algemeen geaccepteerde arbeid: iedere vorm van betaalde arbeid, niet zijnde werk in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, dat algemeen maatschappelijk is aanvaard en niet indruist tegen de openbare orde of goede zeden. HOOFDSTUK2BELEID EN FINANCIËN Artikel2.Beleid Het bieden van ondersteuning gebeurt met inachtneming van de bepalingen van de wet en deze verordening. Artikel3.Doelgroepen Bij de uitvoering van de re-integratietaak onderscheidt het college de volgende doelgroepen: a. zelfredzaam; b. ondersteuning; c. zorg. Artikel4.Opdracht aan het college 1.Het college biedt uitkeringsgerechtigden ondersteuning aan bij de arbeidsinschakeling en, voor zover het college dat noodzakelijk vindt, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 2.Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen maakt het college een afweging, waarbij wordt gekeken of de ondersteuning of de voorziening, gelet op de mogelijkheden en capaciteiten van belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op inschakeling in de arbeid. 3.Het college voert de re-integratietaak binnen de WWB en IOAW uit op basis van de volgende uitgangspunten: a. een baan boven een uitkering; b. de arbeidsmarkt is leidend; c. de financiële middelen zijn leidend. 4.Het college biedt geen ondersteuning: a. wanneer betrokkene jonger is dan 27 jaar en uit ’s rijkskas bekostigd onderwijs volgt, dan wel nog kan volgen; b. gedurende de vier weken (personenkring < 27 jaar) en drie weken (personenkring > 27) na melding waarbij de betrokkene van 18 tot de leeftijd waarop recht op AOW ontstaat, zelf alles in het werk moet stellen om algemeen geaccepteerde arbeid te vinden, tenzij er sprake is van een situatie waarbij dit redelijkerwijs niet van de klant kan worden gevraagd; c. aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. 5.Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. 6.Het college stelt beleidsregels op over hoe invulling wordt gegeven aan de plicht tot tegenprestatie. Artikel5.Budgetplafonds 1.Het Participatiebudget is leidend. 2.Een tekort op het Participatiebudget is een weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening. 3.Het college kan een plafond instellen ten aanzien van de afzonderlijke doelgroepen zoals genoemd in artikel 3 van deze verordening. HOOFDSTUK3DE VORM VAN ONDERSTEUNING Artikel6.Aanspraak op ondersteuning Er bestaat geen aanspraak op ondersteuning wanneer er sprake is van een voorliggende voorziening die naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de re-integratie van belanghebbende. Artikel7.De vorm van ondersteuning 1.De overeenkomst of het plan van aanpak is afgestemd op de mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde en kan bestaan uit verschillende vormen van ondersteuning. 2.De overeenkomst of het plan van aanpak moet leiden tot het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid of het geven van invulling tot aan de plicht tot tegenprestatie. 3.De vorm van de ondersteuning opgenomen in een overeenkomst of het plan van aanpak, is gericht op uitstroom en moet bijdragen aan deelname of terugkeer naar de arbeidsmarkt, of is gericht op het geven van invulling aan de plicht tot tegenprestatie en kan bestaan uit alle beschikbare activiteiten die hierop zijn gericht. 4.Uitkeringsgerechtigden waarvan is vastgesteld dat zij door medische, sociale of psychische belemmeringen geen of voorlopig geen realistisch perspectief hebben om arbeid in welke vorm dan ook te verrichten, moeten naar vermogen een tegenprestatie leveren, tenzij er sprake is van een situatie waarbij dit redelijkerwijs niet van de uitkeringsgerechtigde kan worden gevraagd. 5.Het college formuleert beleidsregels met betrekking tot de wijze waarop en de mate waarin de evaluatie van de overeenkomst of het plan van aanpak plaats vindt. Artikel8.Vergoedingen 1.Aan personen die in aanmerking komen voor ondersteuning kan een vergoeding worden verstrekt gedurende de looptijd van de overeenkomst of het plan van aanpak, voor zover die direct gerelateerd zijn aan het gebruik maken van de voorzieningen en voor zover er geen aanspraak is op een voorliggende voorziening. 2.Het college kan ten aanzien van dit artikel nadere beleidsregels stellen. Artikel9.Scholing 1.Ten aanzien van het aanbieden van scholing en/of opleiding als vorm van ondersteuning bedoeld gelden de volgende regels: a. De scholing / opleiding moet noodzakelijk zijn voor het slagen van de overeenkomst of het plan van aanpak; b. de scholing / opleiding kan alleen ingezet worden als dit de kortste weg is naar algemeen geaccepteerde arbeid; c. de scholing / opleiding dient bij voorkeur te worden ingezet voor het alsnog behalen van een startkwalificatie; d. het college kan geen scholing / opleiding bieden aan de persoon jonger dan 27 jaar wanneer deze persoon (nog) uit ’s Rijks schatkist bekostigd onderwijs volgt of daarvoor in aanmerking komt. 2.Het college kan ten aanzien van dit artikel nadere beleidsregels stellen. Artikel10.Premies 1.Voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling kan aan de uitkeringsgerechtigde een premie worden verstrekt van maximaal het bedrag als bedoeld in artikel 31, lid 2 sub j, WWB. 2.Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden vast voor het recht op en de hoogte van een dergelijke premie. HOOFDSTUK4BONUS WERKGEVER Artikel11.Onderhandelingsruimte 1.Als onderdeel van een overeenkomst of het plan van aanpak kan aan de werkgever een bonus worden verstrekt, wanneer de belanghebbende een arbeidsovereenkomst wordt aangeboden. 2.De bonus kan alleen worden verstrekt wanneer de concurrentieverhoudingen niet worden aangetast en er geen verdringing van arbeid plaats vindt. 3.Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden vast voor het recht op en de hoogte en de duur van een bonus. HOOFDSTUK5VERPLICHTINGEN Artikel12.Verplichtingen aan het recht op ondersteuning Wanneer naar het oordeel van het college recht op ondersteuning bestaat, verbindt het college hieraan nadere verplichtingen. HOOFDSTUK6AFSTEMMING EN BEËINDIGING Artikel13.Afstemming en beëindiging 1.Een persoon aan wie door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken, en wel op zodanige wijze dat uitstroom naar betaalde arbeid onverkort kan plaatsvinden. 2.De persoon die gebruik maakt van een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie en de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden, na te komen. 3.Het college kan een persoon die gebruik maakt van een voorziening en die niet voldoet aan het gestelde in het eerste of tweede lid een verlaging opleggen conform hetgeen is bepaald in de Afstemmings- en fraudeverordening. 4.Het college kan een voorziening beëindigen van een persoon die hier gebruik van maakt en zich niet houdt aan de gemaakte afspraken. HOOFDSTUK7INKOMSTENVRIJLATING Artikel14.Inkomstenvrijlating 1.Voor de uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt en daarmee een inkomen verdient dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder n van de wet. 2.Voor de uitkeringsgerechtigde alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarin een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, vindt vrijlating van inkomsten uit arbeid plaats zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder r van de wet. 3.Vrijlating is alleen mogelijk wanneer dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan uitstroom van de uitkeringsgerechtigde: a. er moet sprake zijn van een re-integratietraject gericht op uitstroom; b. er moet sprake zijn van inkomsten uit arbeid en aanvullende bijstand; c. de vrijlating kan in totaal nooit langer dan zes maanden duren. 4.Dit artikel is niet van toepassing op jongeren tot 27 jaar. HOOFDSTUK8OVERIGE BEPALINGEN Artikel15.Overgangsrecht 1.De uitkeringsgerechtigde die op grond van de de Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ gemeente Tytsjerksteradiel 2010 een vergoeding aangeboden heeft gekregen en op grond van de bepalingen van de huidige verordening geen recht meer zou hebben op een vergoeding, behoudt zijn recht tot maximaal 3 maanden na inwerkingtreding van deze verordening of het vaststellen van een beleidsregel. 2.Wanneer vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergoeding is ingediend waarop nog niet is beslist, is de Re-integratie- en Participatieverordening gemeente Tytsjerksteradiel 2013 van toepassing. 3.In gevallen waarin het overgangsrecht van 3 maanden niet billijk is, beslist het college en stelt daartoe wanneer nodig beleidsregels vast. Artikel16.Hardheidsclausule 1.Door of namens burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten gunste van de persoon genoemd in artikel 1, tweede lid, onder g, worden afgeweken van de bepalingen van deze verordening, wanneer toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. 2.In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel17.Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ”Re-integratie- en Participatieverordening 2013 Gemeente Tytsjerksteradiel”. Artikel18.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.