Verordening op de heffing en de invordering van een toeristenbelasting 2013 De raad van de gemeente Bladel; overwegende dat middels raadsvoorstel R2012.026 voorgesteld is de huidige methodiek van heffen, een bedrag per persoon per overnachting, te handhaven; dat middels een gefaseerde verhoging 2012-2014 van de tarieven over de periode 2012-2014 gekomen dient te worden tot het landelijk gemiddelde tarief; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 september 2012; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van een toeristenbelasting 2013 Artikel 1 Begripsomschrijvingen. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden; vaste jaarplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd; vaste seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan of vakantieonderkomen, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet toegestaan is om te overnachten; seizoenplaats: een gehuurd terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, waar gedurende het seizoen een zelfde mobiel kampeeronderkomen is geplaatst en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd; toeristische plaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar of seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens; kampeerterrein: een terrein dat bestemd is om te worden gebruikt voor verblijfsrecreatie; arrangement: een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samenreizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend aan het eind van de maand juni; verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het kampeerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het kampeerseizoen; maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; winterarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer vijf maanden, startend bij de afloop van het kampeerseizoen en eindigend bij de start van het volgende kampeerseizoen. Artikel 2 Belastbaar feit. Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomen, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens zijn ingeschreven, wordt onder de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven. Artikel 3 Belastingplicht. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 Vrijstellingen. De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; als deelnemer van een groep van een georganiseerde jeugdbeweging, danwel van groepen deel uitmakend van het zogenaamde open jeugdwerk onder voldoende lei- ding overnacht in daarvoor aangewezen (jeugd-)vakantieboerderijen; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen bepaald op 3; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,4; mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen of bepaald op 2,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.