Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland, gelet op de artikelen 1, 3, 4, 9, 11 t/m 15, 17, 18, 19 en 25 t/m 29 van de Verordening Leerlingenvervoer van de gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012 overwegende dat, het gewenst is als aanvulling op de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012, beleidsregels vast te stellen, om vergoeding voor leerlingenvervoer op een duidelijke manier te kunnen beoordelen; een aantal artikelen uit de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012 om een nadere uitleg vragen Besluit: vast te stellen de volgende regeling: Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Graafstroom/Liesveld/Nieuw-Lekkerland 2012 Het opstellen van beleidsregels maakt inzichtelijk op welke gronden en onder welke voorwaarden gebruik is gerechtvaardigd. Hiermee wordt ongelijke behandeling voorkomen. Leeswijzer: voor hij kan ook zij worden gelezen; waar ouders staat kan ook voogden of verzorgers worden gelezen. Volgens artikel 4 lid 1 van de Wet op het Primair onderwijs verstrekken burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen, ten behoeve van het schoolbezoek, op aanvraag bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad heeft hiertoe de Verordening Leerlingenvervoer GRM/LSV/NLL 2012 vastgesteld. De verordening gaat uit van openbaar vervoer als regel en aangepast vervoer als uitzondering. De bekostiging van het rijk is hierop gebaseerd. Beleidsregels leerlingenvervoer GRM/LSV/NLL Algemeen 1.Vervoer tussen school en woning Basis: artikel 1 van de Verordening Leerlingenvervoer is uitsluitend bestemd voor vervoer naar en van school, voor het volgen van onderwijs. Dit betekent dat de voorziening leerlingenvervoer niet kan worden gebruikt voor vervoer van leerlingen naar bijvoorbeeld sportvoorzieningen. Vervoer van school naar de buitenschoolse opvang of een door ouders aangewezen ander opvangadres, dat niet is aangemerkt als woning, is niet mogelijk. Ook het vervoer naar (medische) voorzieningen die zijn gerelateerd aan de onderwijsinstelling, valt niet onder het leerlingenvervoer. Toelichting Verantwoordelijkheid van ouders Het vervoer van leerlingen van huis naar school en terug is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de ouders. Begeleiding van de leerling in het vervoer van huis naar school en terug is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de ouders. Deze verantwoordelijkheden kunnen de ouders niet op- of overdragen aan de gemeente. De wettelijke regeling, noch de gemeentelijke verordening beperkt deze verantwoordelijkheid van de ouders. 2.Beoordeling noodzaak aangepast vervoer op basis van handicap Basis: artikel 1, 18 en 26 van de Verordening Ouders die aanspraak willen maken op aangepast vervoer, dienen bij de aanvraag een verklaring met bewijsstukken mee te zenden zoals een verklaring van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), Commissie voor begeleiding (CvB), Commissie voor Indicatiestelling (Cvi), waarin wordt onderbouwd waarom voor de leerling aangepast vervoer noodzakelijk is. Aanvullende bewijsstukken kunnen zijn: een verklaring van een arts, specialist of andere deskundige over de aard van de handicap van de leerling. Deze verklaring is vereist bij elke eerste aanvraag. Daarnaast zal bij de overgang naar een ander schooltype of van speciaal onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs een dergelijke verklaring moeten worden overlegd. Zonder deze bewijsstukken wordt een aanvraag niet in behandeling genomen. Toelichting In de artikelen 18 en 26 wordt aangegeven dat leerlingen op basis van hun handicap aanspraak kunnen maken op aangepast vervoer. In beide artikelen gaat het om leerlingen die, gelet op hun lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap, niet in staat zijn – ook niet onder begeleiding – van het openbaar vervoer gebruik te maken. De verordening stelt dat de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL), Commissie voor begeleiding (CvB), Commissie voor Indicatiestelling (Cvi),ambulante begeleider of andere deskundigen dienen te adviseren over de noodzaak van het gebruik van het aangepast vervoer dan wel openbaar vervoer met begeleiding. Het college behoudt zich het recht voor om een medisch advies aan te vragen wanneer het vervoersadvies onvoldoende is onderbouwd. De gemeenten Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland hebben hiervoor een contract met een onderzoeksinstantie. Dit onderzoek richt zich op de mate van zelfredzaamheid van de leerling. In sommige gevallen kan ook een advies worden gevraagd over de mogelijkheden om de zelfredzaamheid te vergroten. Het is mogelijk een proefperiode in te stellen waarin de leerling zelfstandig reizen uitprobeert. De kosten van dit medisch advies zijn voor rekening van de gemeente. Om in aanmerking te komen voor aangepast vervoer dienen betrokkenen medewerking te verlenen aan dit onderzoek. 3.Begeleiding Basis: artikel 12, 17 en 25 van de Verordening Toelichting In de verordening is de mogelijkheid opgenomen om niet alleen de vervoerskosten van de leerling maar ook die van een begeleider te vergoeden. Hierbij kan het gaan om de kosten van het openbaar vervoer of om het beschikbaar stellen van een zitplaats in een taxi(busje) voor de begeleider. De ouders zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding. Wanneer zij door ziekte of anderszins tijdelijk de begeleiding niet op zich kunnen nemen, dienen zij zelf alternatieve begeleiding te organiseren. Dat geldt ook als ouders geheel of gedeeltelijk hun kind zelf naar school brengen met openbaar vervoer, de auto, fiets of bromfiets. Aangepast vervoer 4.Combinatieritten (GRM-LSV: artikel 2, 3 en 4) Basis: artikel 3, 9, 18, 25 en 26van de Verordening Het is de vervoerder toegestaan om leerlingen, die het primair onderwijs (PO) volgen en waarvan de schooltijden maximaal een half uur van elkaar afwijken, in een combinatierit te vervoeren. Het is de vervoerder toegestaan om leerlingen, die het (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) volgen en waarvan de schooltijden maximaal een half uur van elkaar afwijken, in een combinatierit te vervoeren. Het vervoer van de leerling van en naar het voortgezet onderwijs (VO) vindt plaats op basis van het – binnen de in de schoolgids genoemde schooltijden passende – periodieke rooster voor de leerling. Het is de vervoerder toegestaan om leerlingen, waarvan de roosters maximaal tweeënhalf uur van elkaar afwijken, in een combinatierit te vervoeren. 5.(Wijziging) Schooltijden (GRM-LSV: artikel 5 t/m 13 + toelichting) Basis: artikel 3, 9, 18, 25 en 26van de Verordening Aangepaste schooltijden in verband met een handicap (GRM-LSV: artikel 12) De leerling die door zijn handicap aangepaste schooltijden heeft wordt, in afwijking van de schoolgids of het periodieke rooster, vervoerd op basis van de voor hem geldende aangepaste schooltijden. Artikel 4 is op hem niet van toepassing. Toelichting Bijzondere activiteiten (GRM-LSV: artikel 5 + toelichting) Als de school de schooltijden wijzigt vanwege bijzondere activiteiten of aangelegenheden, vindt op basis van de gewijzigde schooltijd geen leerlingenvervoer plaats, tenzij: a.de gewijzigde schooltijd voor alle leerlingen in het vervoermiddel geldt; en b.de vervoerder in staat is de gewijzigde schooltijd in te plannen in zijn vervoersplanning; en c.er geen extra kosten verbonden zijn aan het vervoer. Onder bijzondere activiteiten en aangelegenheden kan bijvoorbeeld worden verstaan: studiedagdeel voor het personeel, schoolreisje/schoolkamp, sportdag, sinterklaasviering, carnaval, religieuze feestdag, excursie, jaarafsluiting of een vrij dagdeel voorafgaande aan een feestdag of vakantie, die niet is opgenomen in de schoolgids. Gewijzigde schooltijden moeten minimaal drie werkdagen voorafgaand aan de schooldag waarop de gewijzigde schooltijd geldt, door de ouders bij de gemeente worden gemeld. De gemeente bespreekt dan met de vervoerder of er in de planning mogelijkheden zijn voor leerlingenvervoer op basis van de gewijzigde schooltijd. Weersomstandigheden (GRM-LSV: artikel 7) d.Als de school de schooltijden wijzigt in verband met de (verwachte) weersomstandigheden vindt leerlingenvervoer op basis van de gewijzigde schooltijd alleen plaats als een gewijzigde schooltijd voor alle leerlingen in het vervoermiddel geldt en de (verwachte) weersomstandigheden naar het oordeel van de gemeente een gevaar kunnen (gaan) vormen voor de veiligheid van het leerlingenvervoer. e.Als in de situatie bedoeld in het voorgaande lid verschillende gewijzigde schooltijden gelden, vindt leerlingenvervoer in afwijking van het gestelde onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.