Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Dalfsen 2012 ADe raad van de gemeente Dalfsen; gelezen het voorstel van het college d.d 19 september, nummer 95; overwegende dat de Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Dalfsen 2012 aanpassing behoeft en dat het noodzakelijk is het verstrekken van langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te regelen. gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub d, en lid 2, sub b, juncto artikel 36 van de Wet werk en bijstand; b e s l u i t: vast te stellen de “Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Dalfsen 2012 A” Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1. 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven,hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dalfsen; de raad: de gemeenteraad van Dalfsen; bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c, van de wet; peildatum: datum waarop de belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft en langdurig geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet; referteperiode: een periode van 24 maanden voorafgaand aan de peildatum; inkomen:het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor dezinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen als “de referteperiode”, waarbij een bijstandsuitkering, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op Langdurigheidstoeslag als inkomen wordt gezien; Hoofdstuk2.Criteria voor het toekennen van een langdurigheidstoeslag Artikel2. 1.Onverlet het bepaalde in artikel 36 WWB van de wet komt in aanmerking voor delangdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van twee jaar (24 maanden) aangewezen is geweest op een besteedbaar inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2.In afwijking van het gestelde in artikel 2 onder 1 kan de langdurigheidstoeslag ook wordentoegekend aan een belanghebbende bij wie de periode van 24 maanden eenmalig is onderbroken door een periode met een besteedbaar inkomen van meer dan 110% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, zolang de onderbreking niet meer dan 3 aaneengesloten maanden heeft voortgeduurd. 3.In afwijking van het gestelde in artikel 2 onder 1 kan de langdurigheidstoeslag niet wordentoegekend aan mensen die zak- en kleedgeld (via de AWBZ) ontvangen en geen zelfstandige huisvestiging hebben. 4.Personen, die op de peildatum of in de referteperiode een uitkering op grond van de Wetstudiefinanciering 2000 of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten hebben genoten(gedurende een aaneengesloten periode van 3 maanden) of genieten komen niet voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking. Hoofdstuk3.Hoogte van de langdurigheidstoeslag Artikel3 1.De hoogte van de langdurigheidstoeslag is afhankelijk van de gezinssituatie op de peildatum. 2.De langdurigheidstoeslag bedraagt voor: de alleenstaande: € 361,-; de alleenstaande ouder: € 460,-; gehuwden € 512,-. (de genoemde bedragen gelden per 1 januari 2012 en jaarlijks vindt per januari indexering plaats) 3.Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, lid 1 van de wet komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 4.Voor toepassing van het eerst en het tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend, 5.De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd met het percentage waarmee de alimentatie jaarlijks op 1 januari van rechtswege wordt verhoogd en worden hierbij naar boven afgerond op € 1,- Hoofdstuk4.Slotbepalingen Artikel4 Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze verordening, als de toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Tot uiterlijk 1 januari 2013 is deze verordening niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 78W lid 1 WWB De verordening langdurigheidstoeslag 2012, vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 20 februari 2012, wordt bij inwerkingtreding van deze verordening ingetrokken met dien verstande dat deze tot uiterlijk 1 januari 2013 van toepassing blijft op personen als bedoeld in artikel 78w lid 1. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Langdurigheidstoeslag 2012-A. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2012 en werkt terug tot en met 1 januari 2012. Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn (openbare) vergadering van 26 november 2012 De raad voornoemd, de voorzitter, de griffier, drs. H.C.P. Noten N.A. IJnema Msc. Algemene toelichting Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Bij de invoering van de Wet werk en bijstand is die als volgt omschreven: “Om deze reden wordt de langdurigheidstoeslag voor één jaar toegekend en in één belastingvrij bedrag uitbetaald. Hiermee wordt bereikt dat er op het moment van uitbetaling ruimte ontstaat binnen het budget waaruit hogere kosten kunnen worden voldaan, bijvoorbeeld voor vervangingsuitgaven”. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Bijzonder, omdat gemeenten in tegenstelling tot de normale (categoriale) bijzondere bijstand, gehouden zijn het gemeentelijk beleid ten aanzien van de langdurigheidstoeslag in een verordening vast te leggen. Voorts bijzonder, omdat gemeenten gehouden zijn de langdurigheidstoeslag te verstrekken indien de aanvrager aan de gestelde voorwaarden voldoet. De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36 lid 1 WWB). De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen over het verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB. Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Daarbij geldt dat in ieder geval geen sprake is van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De gemeenteraad dient in de verordening eveneens de hoogte van de langdurigheidstoeslag te bepalen. Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8 lid 2 onderdeel b WWB hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening. Het college verleent de langdurigheidstoeslag op aanvraag. Dit sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft hierbij aan, dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat. Als echter uit de gemeente administratie blijkt, dat in de situatie van betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.