Besluit voorzieningen maarschappelijke ondersteuning (Besluit vmo)Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam Het college van de gemeente Alphen-Chaam. Gelet op artikel 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de verordening voorzieningen Wmo gemeente Alphen-Chaam, BESLUIT: Vast te stellen: Het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam. Hoofdstuk 1 Algemene bepaling Artikel 1 Begrippen Alle begrippen die in dit Besluit worden genoemd hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning of in de Verordening voorzieningen Wmo gemeente Alphen-Chaam. Hoofdstuk 2 Bijzondere regels rond verstrekking en verantwoording van het persoonsgebonden budget Artikel 2 Wanneer geen PGB Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats: a. indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden de overtuiging bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; b. bij medische en sociale contra-indicatie, problematische schulden of gebleken misbruik of oneigenlijk gebruik. c. voor vervoer waarbij deeltaxivervoer een compenserende voorziening is. Deze voorziening wordt alleen in natura aangeboden. d. als van te voren kan worden voorzien dat de voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden. Artikel 3 Verantwoording PGB
(2012)per zone verschuldigd door alle reizigers; g. de aanvrager is een betaling verschuldigd voor het vervoer met de deeltaxi, waarbij het tarief gebaseerd is op het reizigerstarief van het openbaar vervoer; h. de betaling door de aanvrager wordt door de vervoerder in ontvangst genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt. Hoofdstuk 4 Hoogte pgb en hoogte vergoeding tegemoetkoming in de kosten Artikel 8 Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De vaststelling van een persoonsgebonden budget vindt ten aanzien van hulp bij het huishouding als volgt plaats: De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp bij het huishouden wordt berekend als een bedrag per uur welk bedrag 100% bedraagt van de maximale uurtarieven zoals vastgesteld in de aanbesteding: 1 voor schoonmaakwerkzaamheden en uitvoeren van lichte huishoudelijke taken, € 15,61 (HH1); 2 voor schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning van de organisatie in de huishouding en/of binnen een ontregelde huishouding, € 18,85 (HH2); 3 In de in lid 1 genoemde bedragen zit begrepen een bedrag van € 2,11 voor de kassiers- en bemiddelingfunctie; 4 In het geval de budgethouder de kassiers- en/of de bemiddelingsfunctie aan de gemeente opdraagt, wordt op het persoonsgebonden budget een bedrag in mindering gebracht van € 0,83 voor de kassiersfunctie en/of € 1,28 voor de bemiddelingsfunctie. 5 Wijzigingen in de uurtarieven die regionaal worden afgesproken, inclusief vaststelling van indexeringspercentage, worden automatisch doorgevoerd in het besluit. Artikel 9 Hoogte vergoeding verhuis- en inrichtingskosten
- De vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten bedraagt minimaal € 2.290,
- In overleg met aanvrager wordt de in de 1e lid bedoelde vergoeding op maat vastgesteld. Artikel 10 Kosten van keuring en onderhoud Voor een vergoeding van kosten van onderhoud, keuring en reparatie komen in aanmerking de kosten gemaakt voor het onderhoud, de keuring en de reparatie van: a. stoelliften; b. rolstoel- of sta-plateauliften; c. woonhuisliften; d. hefplateauliften; e. balansliften; f. de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; g. elektromechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren. h. toiletten die zijn voorzien van een onderspoel- en föhninrichting. Artikel 11 Hoogte vergoeding voor woonvoorzieningen De maximale vergoeding voor woonvoorzieningen, waaronder het aanpassen van een woning, wordt bepaald door de kosten van de goedkoopst compenserende voorziening/aanpassing, die door de gemeente wordt vastgesteld, met een maximum van € 45.000,00 (inclusief alle bijkomende kosten). Bij de vaststelling van het maximale bedrag kan de gemeente gebruikmaken van standaard vergoedingen voor materialen en werkzaamheden en/of kostenramingen gebaseerd op een advies opgesteld door een deskundige. De vergoeding wordt door de gemeente aan de eigenaar van de woning uitbetaald, na overleg van de gereedmelding en facturen van de gerealiseerde aanpassingen. De hoogte van de vergoeding wordt aan het CAK doorgegeven voor berekening en inning van een eigen bijdrage bij de aanvrager. Artikel 12 Kosten woningaanpassing Tot de te vergoeden kosten van woningaanpassingen behoren: de aanneemsom met daarin begrepen de loon- en materiaalkosten voor het treffen van de woonvoorziening; de risicoverrekening van de loon- en materiaalkosten, met inachtneming van hetgeen hierover is bepaald in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat die niet hoger is dan het maximale honorarium zoals bepaald in SR 1988 van de BNA en dat inschakeling van een architect nodig wordt geacht: de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; het renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald voor zover deze verband houden met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; de prijs van de grond, waarop het oprichten van een aanbouw, bijgebouw of nieuwbouw als onderdeel van de aanpassing noodzakelijk is, voor zover die aanbouw, bijgebouw of nieuwbouw niet kan worden gerealiseerd op de grond behorende bij de woning; de door de gemeente goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet te voorzien waren; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de extra kosten van aansluiting op de openbare nutsvoorziening; andere door ons vast te stellen relevante aanpassingskosten. Eenvoudige of goedkope woningaanpassingen tot € 500,00 worden geacht algemeen gebruikelijk te zijn en komen daarmee voor eigen rekening. Indien voor de uitvoering van de onder m. bedoelde woningaanpassingen de hulp wordt ingeschakeld van WZSW, geldt een kortingsregeling. Artikel 13 Huurderving
- In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 6.807,00 is aangepast, kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal zes maanden na de eerste maand huurderving die niet voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt.
- De hoogte van de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op de werkelijke kosten per maand, doch maximaal op het bedrag van de maximale subsidiabele huur op grond van de Wet op de huurtoeslag. Artikel 14 Vergoeding voor gebruik vervoermiddel
- Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het gebruik van een auto bedraagt € 1.055,
- Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het gebruik van een taxi bedraagt € 1.055,
- Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 1.586,
- Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor het gebruik van een bruikleenauto bedraagt € 685,
- Artikel 15 Meerdere vergoedingen
- Indien beide echtgenoten in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 25 van de verordening bedraagt de hoogte van de financiële tegemoetkoming per persoon maximaal 75% van het normbedrag als bedoeld in artikel
- Het normbedrag bij jongeren wordt als volgt afgestemd op de leeftijd: a. voor 4-12 jarigen de helft van het normbedrag; b. voor 12-15 jarigen ¾ van het normbedrag; c. vanaf 15 jaar het normbedrag. d. Als binnen één gezin meerdere kinderen in aanmerking komen wordt aan elk van de kinderen maximaal ¾ van de bij de leeftijdscategorie behorende vergoeding toegekend.
- Het normbedrag als bedoeld in artikel 14 wordt als volgt afgestemd bij gebruik van buitenwagens: a. een korting op het normbedrag van 25 % bij gebruik van een elektrische buitenwagen (scootermobiel); b. een korting op het normbedrag van 70% bij gebruik van een gesloten buitenwagen. Hoofdstuk 5 Overige bepalingen Artikel 16 Waardevermeerdering door Wmo-voorziening bij verkoop woning
- Aan de eigenaar-bewoner die op grond van de verordening een woonvoorziening als bedoeld in lid 2 heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, wordt op grond van de verordening de voorwaarde opgelegd om bij verkoop van deze woning binnen een periode van 15 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens onderstaande regel te worden terugbetaald.
- De verplichting uit het eerste lid is van toepassing als de woonvoorziening gerealiseerd is in de vorm van uitbreiding van de woning door een aan- op- of bijbouw al dan niet gepaard gaande met verwerving van de voor de bouw benodigde grond.
- De vaststelling van de eventuele meerwaarde kan geschieden door een beëdigd taxateur, aan te wijzen door de woningeigenaar.
- Het te restitueren bedrag bedraagt 100 procent van de meerwaarde, maar nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorzieningen.
- Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in mindering gebracht. Artikel 17 Indien zulks naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk is, kunnen de kosten van maximaal 6 lessen rolstoel- of scootermobieltraining voor vergoeding in aanmerking komen. Artikel 18 Overgangsbepaling
- De persoon aan wie vóór 1 januari 2012 een voorziening door de gemeente is verstrekt, waarvoor hij op grond van vorig besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Wmo geen eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten verschuldigd was, is vanaf 3 maanden nadat hem in een beschikking is meegedeeld dat hij een eigen bijdrage of een eigen aandeel voor die voorziening moet betalen, de eigen bijdrage of het eigen aandeel in de kosten verschuldigd;
- Hetgeen bepaald is in lid 1 van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op voorzieningen die verstrekt worden op aanvragen die ingediend zijn vóór 1 januari 2012 en waarop na deze datum een beslissing is genomen.
- De persoon aan wie vóór 1 januari 2012 een voorziening door de gemeente is verstrekt, waarvoor er op grond van de vorige Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning geen sprake was van een inkomensgrens, behoudt deze voorziening nog 6 maanden nadat hem in een beschikking is meegedeeld dat er geen recht meer bestaat op grond van deze inkomensgrens;
- Voor bestaande gebruikers per 1 januari 2012 van een algemene voorziening in de vorm van een collectieve vervoersvoorziening, geldt een overgangstermijn en gaan de inkomensgrenzen in zodra op grond van gewijzigde omstandigheden een herindicatie heeft plaatsgevonden en de uitslag daarvan in een beschikking is meegedeeld.
- De persoon die voor een scootermobiel een besparingsbijdrage heeft betaald krijgt pas een eigen bijdrage opgelegd nadat, te rekenen vanaf 1 januari 2012, het betaalde besparingsbijdragebedrag is verrekend met de berekende periodieke eigen bijdrage. Bijvoorbeeld: de betaalde besparingsbijdrage is €400,
- De eigen bijdrage bedraagt €100,00 per 4 weken. Dan start de betaling van de eigen bijdrage na 4 periodes van 4 weken, dus vanaf de 5e periode. Artikel 19 Inwerkingttreding
- Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Alphen-Chaam.
- Dit besluit treedt in werking per 01-05-2012 en vervangt het vorige gelijknamige besluit.