Nadere regels openbare inrichtingen 2012Herzien Nadere regels openbare inrichtingen 2012 De burgemeester van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de directeur Veiligheid van 8 november 2012; overwegende dat, als gevolg van het in werking treden van de Horecanota Rotterdam 2012-2016 de regels omtrent de openbare inrichtingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, afdeling 8, van de Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 zijn gewijzigd; het wenselijk is de nadere regels die de burgemeester kan vaststellen ten aanzien van de openbare inrichtingen als bedoeld in Hoofdstuk 2, afdeling 8, Algemene plaatselijke verordening Rotterdam 2012 bijeen te brengen in één document; het wenselijk is de redactie van het uitvoeringsbesluit op eenvoudige en zorgvuldige wijze te redigeren en samen te voegen; daarbij tevens lastenverlichting het uitgangspunt is; besluit vast te stellen: Nadere regels openbare inrichtingen behorende bij Hoofdstuk 2, afdeling 8, Algemene plaatselijke verordening 2012 (Nadere regels openbare inrichtingen 2012) Artikel1Vrijstelling exploitatievergunningplicht ex artikel 2:28a APV Rotterdam 2012 1.Een inrichting is van de exploitatievergunningplicht vrijgesteld, indien: deze uitsluitend is geopend tussen 07.00 en 22.00 uur; de inrichting niet vergunningplichtig is volgens de Drank- en Horecawet; geen activiteit wordt uitgeoefend uit de module seksgerelateerde activiteiten; geen activiteit wordt uitgeoefend uit de module softdrugs; geen activiteit wordt uitgeoefend uit de module geluid en entertainment waarvoor een akoestisch rapport is vereist; geen terras wordt geëxploiteerd; geen gelegenheid wordt geboden tot het roken van rookwaar met gebruikmaking van waterpijpen. 2.De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: inrichtingen die zijn gelegen in een door de burgemeester nader aangewezen gebied; gedurende de aanvraagprocedure voor een exploitatievergunning. 3.In afwijking van het eerste lid is een inrichting niet van de exploitatievergunningplicht vrijgesteld binneneen periode van 12 maanden nadat: de aanvraag exploitatievergunning is geweigerd; een bestuurlijke maatregel van kracht is; sprake is van een intrekking, weigering en/of buitenbehandelingstelling op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB). Artikel2Openingstijden openbare inrichtingen ex artikel 2:28 lid 2 APV Rotterdam 2012 Het is een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 lid 2, onder sub b, c en d APV Rotterdam 2012, toegestaan om het horeca-gedeelte van de inrichting te exploiteren tussen 07.00 uur en 01.00 uur en in het weekeinde (zaterdagochtend en zondagochtend) tussen 07.00 en 02.00 uur. Artikel3Indienen aanvraag exploitatievergunning 1.De aanvraag voor een exploitatievergunning wordt ingediend bij de directeur van de Directie Veiligheid. 2.De aanvrager van een exploitatievergunning dient ten minste de volgende gegevens en bescheiden bij de vergunningaanvraag te overleggen: een geldig legitimatiebewijs én een geldig legitimatiebewijs van de exploitant en de beheerder(s), zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht; een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder(s) gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; een document (bijvoorbeeld: huurcontract, eigendomsakte) waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin de inrichting wordt gevestigd; een plattegrond van de inrichting, waarop tevens de oppervlakte van de in de inrichting aanwezige ruimtes staan aangegeven. Indien sprake is van een aanvraag voor de exploitatie van een speelautomatenhal bewijsstukken als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Speelautomatenbesluit (kennis gokverslaving): een plattegrond van het aanwezige terras, waarop de oppervlakte van het terras staat aangegeven, de afmetingen van de voetstraat ter plaatse staan vermeld en tekeningen van het aanzicht en van eventuele schotten of tochtschermen zijn bijgevoegd; een volledig ingevulde beheerdersverklaring; overige stukken die nodig zijn in het kader van de beoordeling van de aanvraag van een activiteit, een en ander zoals aangegeven in de Horecanota Rotterdam 2012-2016. 3.Indien de gemeente op grond van de wet BIBOB een BIBOB-vragenlijst heeft afgegeven dient de aanvrager bij de aanvraag tevens de volledig ingevulde BIBOB-vragenlijst met bijlagen te overleggen. 4.Alvorens een aanvraag in behandeling wordt genomen, dienen de verschuldigde leges te zijn voldaan. Artikel4Voorlopige exploitatievergunning 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2:28 APVRotterdam 2012 kan, zodra een aanvraag reguliere exploitatievergunning in behandeling is genomen, een voorlopige vergunning aangevraagd worden. 2.Een voorlopige vergunning kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 2.28 APV Rotterdam 2012 worden geweigerd, indien: over de huidige exploitatie van de inrichting overlastklachten zijn ontvangen bij de gemeente of politie; jegens de aanvrager van de voorlopige vergunning of de inrichting zelf een bestuurlijke maatregel van kracht is dan wel dat een voornemen tot het nemen van een bestuurlijke maatregel bestaat; over de bestaande exploitatie bestuurlijke procedures (waaronder een BIBOB-procedure op bestaande exploitatie en/of aanvrager danwel beheerder) lopen. 3.Geen voorlopige exploitatievergunning wordt verleend voor de exploitatie van een coffeeshop, speelautomatenhal of seksinrichting. 4.De regels voor reguliere exploitatievergunningen gelden ook voor de voorlopige exploitatievergunningen. Artikel5Kortlopende exploitatievergunning 1.Een kortlopende exploitatievergunning kan worden verstrekt voor leegstaande panden indien wordt voldaan aan de vereisten voor de kortlopende exploitatievergunning zoals deze zijn opgenomen in de Horecanota Rotterdam 2012-2016. 2.De kortlopende exploitatievergunning is geldig voor een periode van maximaal zes maanden en kan voor alle activiteiten worden aangevraagd. 3.Per pand kan per jaar voor een periode van in totaal maximaal zes maanden een kortlopende exploitatievergunning worden verleend; 4.Per exploitant kan per pand maximaal een
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.