Verordening precario standplaatsen 2013Gemeenteblad 2012 Verordening precario standplaatsen 2013 De raad van de gemeente Rotterdam, gelet op het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 september 2012; AP023; raadsstuk 2012-2669m; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen: Verordening precario standplaatsen 2013 Verordening precario standplaatsen 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 5:17 eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012; jaar: kalenderjaar; kwartaal: kalenderkwartaal; maand: kalendermaand. Artikel2Belastbaar feit Overeenkomstig de bepalingen in deze verordening wordt onder de naam 'precariobelasting standplaatsen' een belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, voor zover die voorwerpen van een standplaats deel uitmaken. Artikel3Belastingplicht De precariobelasting standplaatsen wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, dan wel degene te wiens behoeve deze voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, worden aangetroffen en aan wie op grond van artikel 2.1.9, dan wel artikel 5:18 of artikel 5:21d van de APV 2012 standplaatsvergunning is verleend. Artikel4Maatstaven van heffing en tarieven De precariobelasting standplaatsen wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Berekening van de precariobelasting standplaatsen De precariobelasting standplaatsen wordt geheven voor de periode en naar het aantal volle vierkante meters van de oppervlakte waarvoor de vergunning is verleend met dien verstande dat: indien een maandbedrag van toepassing is, de periode op een geheel aantal maanden naar boven wordt afgerond. bij het hebben van voorwerpen onder gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd de oppervlakte bepaald wordt door middel van horizontale projectie van de voorwerpen; bij het hebben van voorwerpen op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, de oppervlakte bepaald wordt op die welke door de voorwerpen wordt overdekt. Artikel6Heffingstijdvak Het heffingstijdvak is een kalenderkwartaal, tenzij blijkt dat een korter tijdvak van toepassing is. Artikel7Wijze van heffing De precariobelasting standplaatsen wordt geheven aan het einde van het kwartaal door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een factuur nota of andere schriftuur. Artikel8Ontstaan van de belastingschuldaanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak 1.De precariobelasting standplaatsen is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien het aanwezig zijn van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 in de loop van het kwartaal aanvangt, wordt de precariobelasting standplaatsen geheven over zoveel derde deel als na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht nog volle maanden overblijven. 3.Indien het aanwezig zijn van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 in de loop van het kwartaal is beëindigd, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel derde deel als na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog volle maanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling De in artikel 7 genoemde kennisgeving moet worden betaald: na verzending: binnen twee weken na de dagtekening van de kennisgeving; bij uitreiking: op het moment waarop de kennisgeving wordt uitgereikt. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting standplaatsen. Artikel11Intrekking oude regeling De Precarioverordening standplaatsen 2012 wordt ingetrokken. Artikel12Overgangsrecht De Precarioverordening standplaatsen 2012 blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór 1 januari 2013 hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.