/eigenaar/overlastveroorzaker van de overlast (modelbrief 1), leveren sfeerrapportage politie. De burgemeester kan op grond van artikel 174a van de Gemeentewet (Wet Victoria), een woning sluiten als er sprake is van ernstige drugsoverlast in de omgeving van het pand. Het artikel in de wet is tevens geschreven voor overlast als gevolg van illegale prostitutie en wapenhandel. Toepassing bij andere vormen van maatschappelijk onaanvaardbare overlast, waarbij sprake is van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van de omwonenden wordt eveneens niet uitgesloten. Deze overlast kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door buurtterreur, of ten gevolge van ernstig asociaal gedrag. De rechter heeft een keer ingestemd met toepassing van de wet Victoria in een dergelijk geval. Het sluiten van een woning kan niet zomaar, maar is een uiterste middel dat pas kan worden toegepast wanneer minder vergaande middelen de overlast niet hebben doen verdwijnen. Het sluiten van een woning is een bevoegdheid van de burgemeester. De burgemeester stelt het beleid omtrent artikel 174a Gemeentewet dan ook vast. Hieraan voorafgaand is het beleid afgestemd in de driehoek, aangezien bij de voorbereiding en de feitelijke sluiting immers de hulp van de politie nodig is en voor handhaving bij overtredingen (strafbare feiten) medewerking van het OM is vereist. Het beleid wordt na vaststelling bekend gemaakt in de Huis aan Huis. 1.2 Artikel 174a Gemeentewet en aanverwante artikelen De tekst van artikel 174a van de Gemeentewet luidt als volgt: De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. Begripsbepalingen Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand –eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen- zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. De woning behoeft niet in een woonhuis te zijn gelegen. Tal van woningen bevinden zich in woonwagens of woonschepen. Daarnaast kan in een ander schip of in een tent, caravan, keet of barak een woning zijn ingericht. Ook een hotelkamer kan als woning gelden. Het begrip “niet voor het publiek toegankelijk lokaal” is overgenomen uit artikel 139f van het Wetboek van Strafrecht. Niet voor het publiek toegankelijke lokalen zijn bijvoorbeeld een hotelkamer, voor zover dit niet onder het begrip “woning” valt een lokaal uitsluitend toegankelijk voor leden van een vereniging of een bepaald gezelschap; ook kantoor- en bedrijfsruimten kunnen onder dit begrip vallen. Het begrip “erf” is ontleend aan artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij kan worden gedacht aan een tuin of aan een binnenplaats van een flatgebouw. Bij een sluiting van eenwoningingevolge artikel 174a Gemeentewet wordt de woning volledig ontoegankelijk en onbewoonbaar gemaakt. Op grond van artikel 174a van de Gemeentewet is het niet mogelijk om een dwangsom op te leggen. Het bevel tot sluiting is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en moet voldoen aan de bepalingen die in deze wet zijn opgenomen. Artikel 2.4.1 APV De gemeente Leeuwarden heeft een verbod tot het binnentreden van een gesloten pand opgenomen in artikel 2.4.
van het pand is; de achtergronden van de overlastveroorzaker(s), bijvoorbeeld drugsgebruiker of GGZ -cliënt; de uitkomsten van de verificatie van de overlast; de relatie van de klachten met criminaliteit; de stappen die reeds zijn ondernomen om de overlast aan te pakken en het resultaat hiervan. Het dossier kan naast de registraties uit melddesk bestaan uit bijvoorbeeld mutaties uit het bedrijfsprocessensysteem van de politie, brieven van bewoners en e-mail verkeer. Een gedegen dossier is de basis om over te kunnen gaan tot sluiting van een woning op grond van artikel 174a Gemeentewet. In tegenstelling tot het strafrecht is in het bestuursrecht niet aangegeven wanneer er sprake is van voldoende wettig bewijs. Of een zaak 'bewijstechnisch' rond is, zal afhangen van de feiten en omstandigheden in het concrete geval (Rb Breda, 27 januari 1998). Het komt voor dat omwonenden bang zijn voor represailles en niet willen dat hun persoonsgegevens in het dossier komen. Vaak willen omwonenden wel anonieme verklaringen afleggen. Deze zijn echter onbruikbaar. Wel is het mogelijk dat verklaringen worden geanonimiseerd, dat wil zeggen dat naam-, adres-, woonplaatsgegevens weggelakt worden. De burgemeester kan geanonimiseerde meldingen ten grondslag leggen aan een besluit tot toepassing van bestuursdwang mits er een goede klachtenregistratie bestaat en de niet-geanonimiseerde meldingen wel beschikbaar zijn (die kunnen eventueel onder geheimhouding aan rechter worden overhandigd). (RvS, 4 augustus 2004 LJN AQ6022 en Rb Roermond 21 december 2000). 3.3 Verificatie van de overlast Meldingen van overlast dienen altijd te worden geverifieerd. Dit kan door de politie, maar ook door de
of andere instanties die betrokken zijn bij de aanpak van de overlast, zoals de
, de milieupolitie en gemeentelijke teams zoals Bouw- en woningtoezicht en Milieuzaken. Door het combineren van informatie kan een helder beeld worden verkregen van de overlastsituatie. Zoals in paragraaf 2.2 reeds is aangegeven komen panden waarbij (mogelijk) de Wet Victoria wordt toegepast aan de orde tijdens de briefing van de politie. Dit houdt in dat het pand extra in de gaten wordt gehouden (verificatie) en dat alle overlastmeldingen worden geregistreerd (dossiervorming). Het verifiëren van de overlast is net als dossiervorming een continu proces. Met de politie is de afspraak gemaakt dat wanneer (vermoedelijk) sprake is van drugsgerelateerde criminaliteit of andersoortige criminele activiteiten en de gemeente is voornemens om op basis van de Wet Victoria te gaan aanschrijven, de politie, zonodig na overleg met het Openbaar ministerie, een strafrechtelijk onderzoek instelt. Binnen de politie Fryslân, team Leeuwarden, functioneert een Drugs overlast team. Dit team houdt zich expliciet bezig met de opsporing van drugscriminaliteit en de hiermee gepaard gaande overlast. Het DOT-team wordt dan ook in relatie hiertoe ingezet. De bevindingen van de politie worden, na toestemming van de Officier van Justitie, gevoegd bij het dossier en kunnen indien (nog) van toepassing mede de onderbouwing vormen van het besluit om een woning op last van de burgemeester te sluiten. Het OM weegt op basis van de processen-verbaal van de politie af of tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan. Bij de stukken wordt in ieder geval een sfeerrapportage door politie gevoegd opgesteld door het DOT-team/de buurtagent. 4 ‘Voortraject’; overleg en druk 4.1 Minder ingrijpende maatregelen Voordat de burgemeester besluit om een woning te sluiten moet zijn vastgesteld dat er geen ander probaat middel is dat niet of in mindere mate ingrijpt in de privacy, het privé-leven en het huisrecht van de bewoners. Er moet worden voldaan aan de eisen van subsidiariteit. Een effectieve en zorgvuldige aanpak van overlast vergt dat er op maat maatregelen worden genomen. De maatregelen dienen te passen bij en afgestemd te zijn op de aard en de achterliggende oorzaken van de overlast. Te denken valt aan: het bieden van hulp. Indien de overlastveroorzaker nog geen (adequate) hulp krijgt, kan deze worden aangemeld bij het sociaal team van waaruit gecoördineerd hulp wordt aangeboden; (strafrechtelijk) optreden door politie, bijvoorbeeld oppakken van dealer(s); het plaatsen van de overlastveroorzaker in een andere woning onder strikte voorwaarden (tweede-/laatstekansbeleid); het toepassen van het huurrecht door de
; het toepassen van andere bestuursrechtelijke instrumenten, bijvoorbeeld als: het pand niet wordt gebruikt overeenkomstig de vastgestelde bestemming; het pand bouwkundige gebreken e.d. vertoont en wordt gebruik in strijd met de Bouwverordening; het pand onbewoonbaar is; het pand zonder vergunning is omgezet van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte; in het pand zonder exploitatievergunning kamerverhuur plaatsvindt of de eisen van de vergunning niet worden nagekomen; het pand en/of de omgeving van het pand sterk bevuild is (hygiënische woonoverlast). het schriftelijk of mondeling in kennis stellen van de particuliere eigenaar/
, evenals de overlastveroorzaker van de geconstateerde overlast en het aandringen om passende maatregelen te nemen om de overlastsituatie te beëindigen. Dit vindt standaard plaats als wordt overwogen om in een later stadium artikel 174a Gemeentewet toe te passen (modelbrief 1). In het kader van de subsidiariteitseis heeft het de voorkeur om als dit van toepassing is in overleg met de politie en het OM op te treden middels de mogelijkheden die het strafrecht biedt, voordat wordt overgegaan tot sluiting van een woning. Daarnaast wordt als vertrekpunt genomen dat
s hun verantwoordelijkheid moeten nemen door huurders te manen zich als een goed huurder te gedragen en geen overlast te veroorzaken. Via gesprekken en schriftelijke aanmaningen kunnen zij ervoor zorgen dat onwillige huurders onder druk worden gezet. Bij voortdurende overlast kan de
via een dagvaarding op verkorte termijn ontbinding van de huurovereenkomst vorderen bij de kantonrechter. Hiermee wordt een titel voor ontruiming verkregen. Grondslag is het in strijd handelen met hetgeen is overeengekomen in de huurovereenkomst en dus een wanprestatie. Een gedegendossier is de basis om een huurovereenkomst te kunnen ontbinden. Indien er naast de overlast sprake is van een huurachterstand dan kan de
wegens wanprestatie eveneens ontbinding van de huurovereenkomst vorderen. Doet de
onvoldoende om de overlast te beëindigen dan spreekt de burgemeester de
hier op aan en kan in het uiterste geval worden overgegaan tot sluiting van de woning. 4.2 Opvoeren van de druk; waarschuwen en overleggen 4.4.2.1 Acuut ingrijpen ? 4.Voordat juridische dwangmiddelen worden aangewend wordt geprobeerd om door het opleggen van druk de overlast te beëindigen. De termijn waarop juridische dwangmiddelen worden toegepast hangt af van de ernst en omvang van de overlast. Uitgangspunt is dat gedragingen/activiteiten die in ernstige mate de openbare orde aantasten en de samenleving in de directe (woon)omgeving diepgaand schokken en verontrusten onmiddellijk worden beëindigd. Bij deze omstandigheden kan niet te lang worden gewacht. In deze handleiding worden weliswaar termijnen gegeven, echter aan de hand van de concrete situatie kan hier van worden afgeweken. Dus ook hierbij is sprake van maatwerk. Voordat daadwerkelijk wordt overgegaan tot toepassing van de Wet Victoria worden de stappen gevolgd zoals in de volgende subparagrafen is aangegeven. 4.4.2.2 Schriftelijke waarschuwing 4.Als de burgemeester overweegt artikel 174a Gemeentewet toe te passen dan is de 4.eerste stap in de procedure dat belanghebbenden een schriftelijke waarschuwing krijgen. Belanghebbenden zijn in ieder geval de bewoners/gebruikers van de woning en de eigenaar/
. Belanghebbenden worden in kennis gesteld van de geconstateerde overlast en hiermee gepaard gaande verstoring van de openbare orde. De sector JVZ doet de schriftelijke waarschuwing namens de burgemeester uitgaan. De waarschuwing wordt zodanig geformuleerd dat er nog geen sprake is van een op rechtsgevolg gericht besluit, maar slechts een mededeling. De particuliere eigenaar/woningbouwcorporatie, wordt erop aangesproken actie te ondernemen jegens de betreffende huurder(s) c.q. onderverhuurder(s) en/of gebruikers die de overlast veroorzaken. In de brief wordt een termijn van een half jaar vermeld waarbinnen geen nieuwe klachten over overlast gemeld mogen worden. Gewezen wordt op de verantwoordelijkheden van de
op grond van het civiele recht (Zie modelbrief 2). 4.Indien sprake is van strafrechtelijk handelen door de betrokkene(n) dan wordt de particuliere eigenaar /
hier eveneens van in kennis gesteld. Hierbij wordt aangegeven dat als een eigenaar van een woning strafbare activiteiten, zoals drugshandel en wietteelt, willens en wetens laat plaatsvinden, er sprake van gelegenheidsgeving is en dus van medeplichtigheid en dat de eigenaar op grond van deze feiten strafrechtelijk kan worden vervolgd (artikel 48 Wetboek van Strafrecht). 4.4.2.3 Voornemen tot sluiting woning 4.Als blijkt dat na ontvangst van de schriftelijke waarschuwing die in de voorgaande subparagraaf is genoemd onvoldoende is gedaan om een einde aan de overlast te maken en/of de overlast aanhoudt, dan stelt de burgemeester de eigenaar/
en de bewoner(
. Bij het gesprek zijn namens de gemeente in ieder geval aanwezig een beleidsadviseur openbare orde en een jurist. Een vertegenwoordiger van de politie kan in voorkomende gevallen eveneens aanschuiven. De eigenaar/
wordt in het gesprek nogmaals op de hoogte gesteld van de geconstateerde feiten in relatie tot de overlastsituatie. 4.De eigenaar van de woning c.q.
dient aan te tonen welke acties al dan niet zijn ondernomen om tot beëindiging van de overlastgevende situatie te komen. De overlastveroorzakers worden gemaand met de overlastgevende gedragingen te stoppen. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt dat aan alle aanwezigen bij het gesprek wordt gezonden. Alle gemaakte afspraken en uitgewisselde informatie worden schriftelijk bevestigd. 4.Het horen van belanghebbenden kan overigens ook telefonisch, een mondeling gesprek heeft echter de voorkeur. In spoedeisende gevallen kan van het horen worden afgezien (art. 4:11 Awb), bijvoorbeeld als er aanwijzingen zijn dat de overlast in de genoemde periode niet zal worden beëindigd. Er kan dan direct tot sluiting van het pand worden overgegaan. De rechtspraak blijkt zeer streng te zijn bij de beoordeling of er sprake is van een spoedeisende situatie. Gelet op de vereiste zorgvuldigheid is het aan te bevelen om ook in spoedeisende gevallen de belanghebbenden te horen. Omdat dit ook telefonisch kan hoeft dit niet tot grote vertraging te leiden. De mogelijkheid om telefonisch gehoord te worden dient dan in de brief te worden opgenomen. 4.4.2.4 Besluit tot gebruikmaking bevoegdheid op grond van wet Victoria 4.Als het zienswijzegesprek geen ander licht op de zaak heeft geworpen kan de burgemeester besluiten om de woning te sluiten. Omdat de wet Victoria het ultimum remedium vormt, moet eerst worden getoetst of in de betreffende situatie is voldaan aan de onderstaande criteria: er is sprake van onaanvaardbare voortdurende maatschappelijke overlast; de overlast is ernstig van aard en tast de openbare orde aan; minder ingrijpende –concreet te benoemen- maatregelen zijn in het verleden tevergeefs ingezet/bieden op korte termijn geen oplossing; er wordt voldaan aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit. 4.Bovenstaande moet blijken op basis van het dossier. Het cluster Veiligheidszaken en het cluster Juridische Zaken stellen gezamenlijk een schriftelijk advies op voor de burgemeester op basis waarvan hij kan beoordelen of hij zijn bevoegdheid wil gebruiken op grond van artikel 174a Gemeentewet. 5 Sluiting- en ontruimingsprocedure 5.1 Bevel tot sluiting 5.5.1.1 Elementen sluitingsbevel 5.Wanneer het horen van belanghebbenden geen resultaat heeft, kan de burgemeester overgaan tot sluiting van het pand op grond van artikel 174a Gemeentewet. 5.Het sluitingsbevel wordt op schrift gesteld en aangetekend verzonden aan zowel de eigenaar als de huurder/gebruiker (zie modelbrief 3). In het bevel tot sluiting worden de volgende elementen opgenomen: Sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet; Welk pand is gesloten; Waarom tot sluiting is overgegaan (voorgeschiedenis, subsidiariteit/ proportionaliteit); De termijn van de sluiting; De begunstigingstermijn; Welke dwangmiddelen zullen worden toegepast; Dat tegen het besluit bezwaar en beroep mogelijk is. 5.De kosten van sluiting kunnen ingevolge artikel 5:25 e.v. van de Awb geheel op de belanghebbende worden verhaald. (Zie artikel 174a, zesde lid, Gemeentewet). Dat neemt niet weg dat de praktijk vaak anders zal zijn; de belanghebbende moet dan wel over voldoende middelen beschikken, wat bij de eigenaar eerder het geval zal zijn dan bij veel huurders. 5.5.1.2 Sluitingstermijn
krijgt op hetzelfde moment de gelegenheid hang- en sluitwerk te vervangen om te voorkomen dat het pand door onbevoegden wordt betreden, voor zover dat tijdens de begunstigingstermijn nog niet mocht zijn geschied. Soms is het noodzakelijk het pand (deuren en ramen) dicht te timmeren en eventueel te verzegelen. Het doorbreken van het zegel levert een strafbaar feit op grond van artikel 199 Wetboek van Strafrecht op. Bij de uitvoering van de sluiting kunnen naast een medewerker van de gemeente ook een aannemer, het energiebedrijf, de GGD en eventueel een medewerker van een hulpverleningsinstelling, bouw- en woningtoezicht en/of de politie aanwezig zijn. Het pand wordt ontruimd, zonodig ontsmet, nutsvoorzieningen worden afgesloten en deuren en ramen eventueel dichtgetimmerd. De burgemeester overweegt of nadere besluiten (herhuisvesting, beheer, opknappen, onteigening) voortvloeiende uit de sluiting zijn vereist. Dit hangt mede af van de vraag of en zo ja in welke mate de betrokkene schuld heeft. De daadwerkelijke sluiting wordt communicatief ondersteund met een persbericht ter informatie van de media. (zie bijlage 4). 5.5.2.2 Verplichte registratie 5.Met het inwerking treden van de wet Victor (zie hoofdstuk 6) is een bepaling toegevoegd aan artikel 174a Gemeentewet. Sluiting van een pand op grond van dit artikel moet zo spoedig mogelijk worden ingeschreven in de openbare registers. De sector JVZ neemt het initiatief hiertoe. Registratie vindt plaats op basis van de Wet op de Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen onroerende zaken. Deze wet is per 1 juli 2007 in werking getreden en regelt de registratie van beperkende overheidsbesluiten bij de bron. Indien er sprake is van sluiting van een woning op basis van artikel 174a Gemeentewet, dan stelt de sector JVZ de beheerder van het Wkpb-register, die is ondergebracht bij het team Documentaire Informatie, op de hoogte. Dit gebeurt middels het sturen van een afschrift. van het sluitingsbevel vergezeld van een ‘besluitformulier registratie Wkpb’. Dit formulier is te vinden op het gemeentelijke intranet. Als de beperking wordt opgeheven of omdat de sluitingstermijn is verstreken of omdat door een rechtelijke uitspraak het besluit is ontbonden, dan dient dit eveneens te worden doorgegeven aan de beheerder. Een beperking dient vier (termijn)dagen na inwerktreding te worden geregistreerd en doorgegeven aan de Landelijke Voorziening. 5.Opmerkelijk is dat artikel 3:24 BW niet van toepassing is. In dit artikel is de bescherming van de koper tegen onvolledige registers geregeld. Opmerkelijk is tevens dat, ook als geen gebruik wordt gemaakt van het instrumentarium van de wet Victor, sluitingen op grond van 174a Gemeentewet toch moeten worden ingeschreven. In artikel 7:231, lid 2 BW is bepaald dat een huurovereenkomst ontbonden kan worden, wanneer een pand gesloten is geweest op grond van artikel 174a Gemeentewet. 5.5.2.3 Gedeeltelijke sluiting
van het pand. Als onvoldoende waarborgen worden gegeven dat de ordeverstoring zich niet opnieuw zal voordoen, kan de burgemeester op grond van artikel 174a lid 3 de sluiting verlengen. De betrokkenen worden bij de verlenging opnieuw gehoord en de Awb is weer van toepassing. Wanneer na heropening van een pand de overlast opnieuw plaats heeft, wordt mogelijk een nieuw sluitingsbevel uitgevaardigd. Een andere keus is niet uitgesloten, ook de wet Victor kan toegepast worden. Van verlenging van de sluiting moet namelijk wel voldoende soulaas worden verwacht. Als het de verwachting is dat ook na verlenging van de sluitingstermijn de overlast niet afdoende zal afnemen, zal de burgemeester een andere weg bewandelen. 5.5.3.2 Opheffing van de sluiting 5. De burgemeester heeft ook de bevoegdheid een sluiting op te heffen. Wanneer belanghebbenden van een gesloten pand aantonen dat zij voldoende maatregelen hebben getroffen waardoor het aannemelijk wordt dat na opening van het drugspand geen overlast meer plaats vindt, kan de burgemeester de sluiting opheffen. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien een woningcorporatie een huurovereenkomst met de overlastveroorzaker heeft laten ontbinden en een andere huurder in de woning wil plaatsen. Ook opheffing van de sluiting moet op grond van de Wkpb ingeschreven worden in het gemeentelijk beperkingenregister. 5.Voor aanvullende maatregelen om na de sluiting van een woning de leefbaarheid rond het pand te herstellen kan gebruik worden gemaakt van de wet Victor. Deze wet behandelt het traject na sluiting van een woning: de automatische ontbinding van de huurovereenkomst, het gedwongen laten opknappen, in beheer nemen van woningen, tot en met het uiterste middel: onteigening van een woning. Deze maatregelen betreffen geen taken die uitsluitend het werkterrein van de sector JVZ raken. Indien nodig heeft overleg met andere gemeentelijke sectoren waaronder Bouwen en Wonen plaats. 5.4 Verplaatsing van de overlast Als de betrokkene na sluiting van de woning vanuit een ander pand doorgaat met het veroorzaken van overlast , kan de burgemeester bij vrees voor verstoring van de openbare orde het tweede pand eveneens sluiten. Deze mogelijkheid is geregeld in het tweede lid van artikel 174a Gemeentewet. Wel moet er dan sprake zijn van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde en moeten er aanwijzingen zijn dat het pand als zodanig zal worden gebruikt. Het verschil met sluiting op grond van het eerste lid is dat er, na verificatie van de overlast, direct tot sluiting van de woning kan worden overgegaan, zonder voorafgaande waarschuwing of aanschrijving. Er is dus in dit geval sprake van een spoedsluiting. 6 Communicatie 6.1 Communicatie bij melding De communicatie met de melder(
/eigenaar Waarschu-wingsbrief Sector JVZ namens de burgemees-ter Overlastveroor-zaker(s)
Half jaar geen overlastmel-dingen Aanschrijving voorgenomen sluiting ex 174a Gemeentewet Burgemees-ter Overlastveroorzaker(s)
aanwezig) Art. 1:3 Awb Art. 4:8 Awb Art. 4:9 Awb Art. 4:11 Awb Besluit Spoed Mondeling Afzien horen Uitnodiging minimaal twee weken van te voren Verslag gesprek JVZ Overlastveroor-zaker(s)
Bevestiging afspraken JVZ Overlastveroor-zaker(s)
Aanschrijving sluiting Burge-mees-ter Overlastveroor-zaker(s)
Gemeentewet Onderbouwing van het besluit Onderbouwing termijn sluiting Begunsti-gings-termijn i.d.z.v. vrijwillige ontruiming Burge-mees-ter Overlastveroor-zaker(s)
Actie: Door: Bij: Wetgeving: Criteria: Evt. Bezwaar en beroep Belanghebbenden Adviescommissie bezwaarschriften Rechtbank, afdeling Bestuursrecht Art. 1:3 Awb Sluiting Gemeente, aannemer, woningcorporatie, energiebedrijf, GGD, etc. Overlastver-oorzaker(s) Art. 174a Gemeentewet Art. 199 Wetboek van Strafrecht Inschrijving in registers Gemeente, sector JVZ Wet kenbaarheid publiek-rechte-lijke beperkingen Art. 7 Wkpb jo. Art. 2 aanwijzingsbe-sluit Wkpb Verhaal kosten Gemeente, sectoren JVZ en CFA Belanghebbenden Art. 5:25 Awb Gesprek over heropening pand of ver-lenging sluitings-termijn Gemeente, sector JVZ Eigenaar Art. 174a Gemeentewet Besluit tot heropening pand of ver-lenging sluitings-termijn Burgemees-ter Art. 174a Gemeentewet Afhankelijk van uitkomsten gesprek bijlage 2 modelbrieven Modelbrief 1, in kennisstelling/waarschuwing
/eigenaar en overlastveroorzaker. Geachte heer/mevrouw ……… U bent eigenaar/huurder van het pand aan de ……….. te Leeuwarden. (U verhuurt dit pand aan ….. uit Leeuwarden). Sinds … zijn er bij het Meldpunt Overlast en de politie Fryslan, team Leeuwarden diverse klachten binnengekomen van bewoners uit de buurt. De overlast bestaat uit …………………………………… Dit is voor de bewoners een zeer onwenselijke en onacceptabele situatie. (U bent als
verantwoordelijk voor het gedrag van uw huurders). Ik verzoek u (daarom) per direkt een einde aan de overlast te maken. Uitsluitend op die manier is te voorkomen dat de burgemeester van zijn wettelijke mogelijkheden gebruik dient te maken. Hoogachtend, Drs. S. Tolsma, sectormanager Juridische- en veiligheidszakenModelbrief 2 Waarschuwingsbrief; in beginsel aan de eigenaar van het pand. Min of meer identieke brief gaat naar de bewoner(s). Let op: burgemeesterspapier! Geachte heer of mevrouw , De politie team Leeuwarden en het Meldpunt Overlast Leeuwarden ontvangen klachten over overlast, veroorzaakt vanuit de woning ………. in Leeuwarden waarvan u de eigenaar/bewoner bent. Uit waarnemingen blijkt dat het onder andere gaat om BIJVOORBEELD: Het verhandelen en gebruik van verdovende middelen in/vanuit bovengenoemde woning; Een grote toeloop van bezoekers, niet alleen overdag, maar ook in de nachtelijke uren die: plassen en kotsen op de galerij/in de portiek; rommel achterlaten in en om het complex; voor geluidsoverlast zorgen (schreeuwen, ruzie maken, heen en weer lopen op de galerij, luid vertrekken met de auto/scooter, bij verkeerde huis aanbellen); scooters en fietsen het appartementencomplex mee innemen; vernielingen aanrichten; mogelijk diefstallen plegen in en om het appartementencomplex; bewoners intimideren/bang maken door hun gedrag. Bovengenoemde overlast is gemeld en geconstateerd vanaf ……… en duurt tot op heden voort. Diverse bewoners uit de buurt hebben inmiddels te kennen gegeven zich hierdoor niet meer veilig te voelen. Ik wijs er op dat in/vanuit uw woning strafbare feiten worden gepleegd, in casu het overtreden van de Opiumwet. Voor zover u niet zelf betrokken bent bij het plegen van deze strafbare feiten, bent u hier als eigenaar wel verantwoordelijk voor en zelfs medeplichtig aan. Ik zie mij genoodzaakt u aan te schrijven maatregelen te treffen waardoor een eind aan bovengenoemde overlast wordt gemaakt. Het komende half jaar mogen geen nieuwe overlastgevallen vanuit uw woning bij mij worden gemeld. Mochten de klachten namelijk aanhouden, dan kan ik op grond van artikel 174a van de Gemeentewet besluiten de woning … te sluiten. Ik hoop u met bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester van Leeuwarden, namens deze, Drs. S. Tolsma, sectormanager Juridische- en veiligheidszaken. Modelbrief 3 Voornemen tot sluiting, aantekenen/bericht van ontvangstbevestiging. Aan de eigenaar, vergelijkbare brief aan de huurder. Let op: burgemeesterspapier! Geachte heer/mevrouw …………, In de brief d.d. …… j.l. bent u er op gewezen dat er vanuit de woning …….waarvan u de eigenaar/bewoner bent reeds geruime tijd (drugs)overlast wordt veroorzaakt. U bent gemaand maatregelen te treffen teneinde de (drugs)overlast te stoppen. Bij het Meldpunt Overlast Leeuwarden en de politie, team Leeuwarden, zijn, nadat u mijn waarschuwingsbrief in ontvangst heeft genomen op ……… weer klachten binnengekomen over (drugs)overlast. Uit waarnemingen blijkt dat het onder andere gaat om VOORBEELD handel en gebruik in verdovende middelen in/vanuit bovengenoemde woning. Er is een grote toeloop van bezoekers die overlast veroorzaken in de vorm van ondermeer het vervuilen van het appartementencomplex, geluidsoverlast en het meenemen van scooters en fietsen in het appartementencomplex. Daarnaast is er sprake van intimidatie van omwonenden door bezoekers van het pand ………..Diverse bewoners in het appartementencomplex hebben wederom te kennen gegeven zich niet veilig te voelen. Ik zie mij thans dan ook genoodzaakt tot het treffen van nadere maatregelen, zoals aangekondigd in mijn brief van Datum j.l. Op grond van artikel 174a van de Gemeentewet ben ik van plan de woning …………… te sluiten. In verband met dit voornemen nodig ik u uit voor een gesprek met ……..van de sector Juridische- en Veiligheidszaken van de gemeente Leeuwarden en ………..van de politie team Leeuwarden. U wordt verwacht op ……….op …………te Leeuwarden. U kunt zich melden aan de balie. In principe wordt geen uitstel verleend tot een ander tijdstip. Ik ga er vanuit dat u aan de uitnodiging om uw zienswijze te geven gehoor zult geven. Mocht dit niet het geval zijn, dan sluit ik het pand ……….. te Leeuwarden zonder meer. Volledigheidshalve moet ik u erop wijzen, dat u, indien u dit prefereert, ook schriftelijk kunt reageren. Deze reactie moet uiterlijk …………… bij mij binnen zijn. U dient uw reactie te adresseren aan de gemeente Leeuwarden, sector JVZ, postbus 21.000, 8900 JA Leeuwarden. Ook in dezen geldt dat bij niet reageren het pand adres zonder meer wordt gesloten. Een afschrift van deze brief doe ik aan de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Leeuwarden toekomen. Ik hoop u met bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, …………………, burgemeester van Leeuwarden Modelbrief 4 (Sluitingsbevel) AANTEKENEN Verzenden met bezwaarschrift bijsluiter. Aantekenen/bericht van ontvangstbevestiging. Aan de eigenaar, vergelijkbare brief aan de huurder. Let op: burgemeesterspapier Geachte heer/mevrouw,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.