Verordening Kinderopvang Hilversum 2012RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Hilversum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 juli 2012; gelet op artikel 1.25 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; overwegende dat het bij wet is voorgeschreven om bij verordening regels vast te stellen omtrent de tegemoetkoming. De regels hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming. BESLUIT vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING KINDEROPVANG HILVERSUM 2012 §1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; de wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen; kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint; gastouderopvang: kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de wet; kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt; ouder: de ouder als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 van de wet; partner: de partner als bedoeld in artikel 1.22 van de wet; tegemoetkoming: een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1.24 van de wet; §2.AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel2Te verstrekken gegevens bij de aanvraag 1.Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat: naam, adres en burgerservicenummer van de ouder; indien van toepassing: naam en burgerservicenummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner; naam, geboortedatum en burgerservicenummer van het kind of de kinderen waarop de gevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum van de opvang en het registratienummer in het Landelijk Register Kinderopvang; gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet; overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. 2.Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 3.Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. §3.VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel3Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming 1.Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2.Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. Artikel4Weigeringsgrond 1.Het college weigert de tegemoetkoming, indien: a.de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 1.22 van de wet of b.de ouder en het kind of de kinderen waarvoor kinderopvang noodzakelijk is, niet woonachtig zijn in de gemeente Hilversum of c.de kinderopvanginstelling niet geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. 2.De tegemoetkoming wordt eveneens geweigerd in de gevallen genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel5Ingangsdatum van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. 2.Als op de in het eerste lid genoemde datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. Artikel6De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend 1.De tegemoetkoming wordt verleend voor de (resterende) periode van een kalenderjaar als: a.voldaan wordt aan de voorwaarden zoals gesteld in de wet; b.de ouder behoort tot de gemeentelijke doelgroep, zoals genoemd in artikel 1.22 van de wet; c.het kind daadwerkelijk gebruik maakt van kinderopvang. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. Artikel7Omvang van de kinderopvang Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is om de combinatie van werk of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling met zorg mogelijk te maken. Artikel8Inhoud van de beschikking tot verlenen van de tegemoetkoming Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming bevat in ieder geval: de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaats vindt; de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend; de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; de verplichtingen van de ouder; de wijze waarop het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming wordt behandeld. Artikel9De bevoorschotting van de tegemoetkoming 1.De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. 2.Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. §4.VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING Artikel10Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming 1.De ouder verstrekt binnen acht weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. 2.Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast. Artikel11Verrekening met de voorschotten De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. §5.VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER Artikel12Inlichtingenplicht 1.De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. 2.De ouder of de partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. Artikel13Bewaarplicht De ouder bewaart alle bewijsstukken die aan de verstrekking van de tegemoetkoming ten grondslag liggen tenminste gedurende vijf jaar na de vaststelling en stelt op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden. §6.slotbepalingen Artikel14Verordening Wet Kinderopvang Hilversum 2005 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening Wet Kinderopvang Hilversum zoals vastgesteld op 6 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.