Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2013De raad van de gemeente Wageningen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders aan de raad van 2 oktober 2012; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit de Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2013 vast te stellen. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven, wordt onder de naam "toeristenbelasting" een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; als gebruiker van een woonwagen of woonschip, als bedoeld in de Woonwagenwet (Stb. 1968, 98) onderscheidenlijk in de Wet op de woonwagens en woonschepen (Stb. 1918, 492), daarin overnacht; tijdelijk in de gemeente verblijft voor het volgen van cursussen gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 30 dagen; als deelnemer aan een conferentie, gedurende een aaneengesloten periode van meer dan 30 dagen, verblijft in een conferentieoord. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de vigerende Verordening watertoeristenbelasting; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voorzover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers; door kinderen in slaaptentjes, welke tentjes behoren tot onderkomens, waarin gelijktijdig ouders of verzorgers van die kinderen overnachten, voorzover de heffingsmaatstaf op forfaitaire wijze wordt berekend. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden voor één of meer leden van een zelfde huishouden gedurende de periode 1 maart tot en met 31 oktober bepaald op 2,73; vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens en stacaravans, op vaste standplaatsen en in hoofdzaak bestemd voor het verblijf houden door één of meer leden van een zelfde huishouden gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december bepaald op 2,4; mobiele kampeeronderkomens op een niet vaste standplaats bepaald op 2,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.