Verordening op de heffing en invordering van marktgeldenDe raad van de gemeente Roermond, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 september 2012, raadsvoorstelnummer 2012/067/1; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet besluit : vast te stellen de “verordening op de heffing en invordering van marktgelden” (verordening marktgelden 2013) Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "marktgeld" wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen op marktterreinen gedurende de tijden voor de markten bestemd. Artikel2Begripsomschrijving Onder marktterreinen worden verstaan de pleinen, straten en wegen, welke voor het houden van markten zijn aangewezen. Artikel3Standplaatsen Voor de toepassing van deze verordening worden de standplaatsen op de marktterreinen onderscheiden in vaste en losse standplaatsen.Een vaste standplaats is een standplaats, die voor een kalenderjaar wordt toegewezen door het college van burgemeester en wethouders.De overige standplaatsen zijn losse standplaatsen. Zij worden per marktdag toegewezen door het college van burgemeester en wethouders. Artikel4Belastingplicht Belastingplichtig is degene aan wie een standplaats op een marktterrein is toegewezen, of degene die in zijn plaats optreedt. Artikel5Tarieven 5.1 Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een losse standplaats of gedeelte daarvan € 0.88 per m²met een minimum van€ 10,55 5.2 Het marktgeld bedraagt voor het innemen van een vaste standplaats op één marktdag of gedeelte daarvan gedurendeeen tijdvak van: a.een kwartaal€ 11,65 per m² met een minimum van € 93,20 b.een halfjaar€ 23,30 per m² met een minimum van € 186,39 c.een jaar€ 46,60 per m² met een minimum van€ 372,86 5.3 Voor de markt in de wijk Swalmen bedraagt het marktgeld permarktdag, per strekkende meter in gebruik genomen ruimte: a.bij een diepte tot en met drie meter:€ 1,13 b.bij een diepte van meer dan drie meter:€ 2,26 Artikel6Heffingstijdvakken voor vaste standplaatshouders 1.Het marktgeld van de vaste standplaatshouders wordt geheven over een heffingstijdvak van een kwartaal, een halfjaar of een jaar en naar de daarbij in het tweede lid van artikel 5 vermelde tarieven. 2.De keuze van het heffingstijdvak berust bij de belastingplichtige, die deze keuze ten minste drie weken voor de aanvang van het door hem gewenste heffingstijdvak schriftelijk aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar moet meedelen. 3.In het geval de mededeling bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet of niet tijdig wordt gedaan, wordt het marktgeld over een heffingstijdvak van een kwartaal geheven. 4.Een eerder gekozen heffingstijdvak kan door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar worden gewijzigd in een ander tijdvak, mits de belastingplichtige hiervoor schriftelijk en tenminste drie weken vóór de aanvang van het nieuwe heffingstijdvak een aanvraag indient. 5.Indien de belastingplicht van een vaste standplaatshouder in de loop van een heffingstijdvak aanvangt, wordt in afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel het marktgeld in dat tijdvak geheven naar de tarieven als vermeld in het eerste lid van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.