Verordening watertoeristenbelasting 2013De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2012; gehoord de werksessie van 12 november 2012; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; oppervlakte: het product van de grootste lengte vermenigvuldigd met de grootste breedte; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 1 april tot 1 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano's, roei- en volgboten tot een lengte van 4 meter; een vaartuig dat tijdelijk uit hoofde van zijn of haar beroep werkzaamheden verricht; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. 3.In afwijking van het eerste lid wordt voor het houden van verblijf aan vaste ligplaatsen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening, de belasting geheven naar het oppervlakte van het vaartuig en de duur - maand of seizoen - van het gebruik van de ligplaats. 4.Voor de toepassing van het derde lid wordt een gedeelte van een vierkante meter (m²) naar beneden afgerond op een volle vierkante meter (m²). 5.In afwijking van het derde lid wordt op een door belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op basis van de maatstaf van het eerste lid indien blijkt dat dit tot een lager belastingbedrag leidt dan op basis van het derde lid zou worden geheven. Artikel6Belastingtarief 1.Het tarief voor de belasting als berekend op basis van artikel 5, eerste lid van deze verordening bedraagt per persoon, per overnachting € 1,10. 2.Het tarief voor de belasting als berekend op basis van artikel 5, derde lid van deze verordening bedraagt per seizoen; voor een vaartuig met een oppervlakte van minder dan zestien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.