Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gemert-Bakel; gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel besluit: vast te stellen het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: a.Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; Voorziening: hulp bij het huishouden, een woonvoorziening, een rolstoelvoorziening of een vervoersvoorziening. Bij het bepalen van een voorziening wordt rekening gehouden met de persoonskenmerken en de behoefte van de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet, alsmede met de capaciteit van deze persoon om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien en die op basis van een individuele aanvraag toegekend wordt door de gemeente; Bruto-inkomen in het kader van de vaststelling van de eigen bijdrage en het eigen aandeel in de kosten van een voorziening: het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.1 eerste lid Besluit maatschappelijke ondersteuning; Netto-inkomen in het kader van de vaststelling van de toegang tot het CVV voor de doelgroepen 65+ en overig of voor de vaststelling van het algemeen gebruikelijk zijn van voorzieningen in relatie tot het inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 2 van dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012; Norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar; Inkomensgrens: de grens die gevormd wordt door 1,25 maal het van toepassing zijnde norminkomen; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; Persoonsgebonden budget: een budget in de vorm van een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gemert-Bakel 2012 en dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn; Maximale periodebijdrage: het maximumbedrag aan eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten dat een aanvrager per periode van vier weken betaalt gebaseerd op het verzamelinkomen van de aanvrager en dat van zijn eventuele partner in het peiljaar; Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin aan een persoon maatschappelijke ondersteuning wordt verleend (voor 2012 is het peiljaar 2009); Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens of periodiek die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens; Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens; Normbedrag: een forfaitaire of een gemaximeerde vergoeding; Verordening: de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel; Besluit maatschappelijke ondersteuning: de Algemene Maatregel van Bestuur waarin nadere regels gesteld zijn ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning; Beleidsregels Wmo: Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012; 2.Alle bedragen die in dit Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012 genoemd worden zijn netto bedragen, inclusief Btw, tenzij anders is vermeld. Artikel2Inkomensberekening in verband met vaststelling inkomen Het netto-inkomen van de aanvrager ter vaststelling van de toegang tot CVV voor de doelgroepen 65+ en overig, of voor de vaststelling van het algemeen gebruikelijk zijn van voorzieningen in relatie tot het inkomen, wordt als volgt vastgesteld: 1.Uitgangspunt voor het berekenen van het inkomen is de loon- of uitkeringspecificatie over de betaalperiode direct voorafgaande aan de datum van de aanvraag (exclusief vakantiegeld). 2.Vervolgens wordt het jaarinkomen berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de periode waarover het salaris wordt uitbetaald: salaris per maand x 12 salaris per week x 52 salaris per vier weken x 13 salaris per kwartaal x 4 salaris per dag x 260 Als er sprake is van een wisselend inkomen dan moet een redelijke termijn in acht worden genomen waarover het netto inkomen kan worden vastgesteld. 3.Het jaarinkomen van een zelfstandig ondernemer wordt bepaald aan de hand van de boekhouding over de laatste 3 boekjaren, tenzij dit inkomen geen juiste weergave biedt van het besteedbaar inkomen in het jaar waarin de aanvraag op grond van de verordening wordt ingediend. 4.Is er sprake van aanvullende bijstand dan wordt uitgegaan van de bijstandsnorm omdat bij de berekening van de bijstand al rekening wordt gehouden met alle mogelijke inkomsten en kosten. 5.Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt de rente uit vermogen als inkomen in aanmerking genomen. Hierbij wordt het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB (Wet Werk en Bijstand) buiten beschouwing gelaten. Van dit inkomen uit vermogen wordt de eventueel verschuldigde vermogens-rendementsheffing (= 1,2% van het totale vermogen) afgetrokken. 6.Indien sprake is van een minderjarige aanvrager moet worden uitgegaan van het inkomen van de ouders. De berekening zoals hierboven beschreven wordt dan gehanteerd. Artikel3Norminkomens en inkomensgrenzen Voor het vaststellen van de inkomensgrenzen worden de norminkomens voor de onderstaande leefvormen gehanteerd: Gehuwden beiden tot 65 jaar Alleenstaande ouder tot 65 jaar Alleenstaanden tot 65 jaar Gehuwden beide, of 1 persoon, 65 jaar of ouder Alleenstaande ouder 65 jaar of ouder Alleenstaande 65 jaar of ouder De inkomensgrens wordt vervolgens vastgesteld op 1,25 x het norminkomen voor de betreffende leefvorm. Hoofdstuk2Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget Artikel4Regels rond verstrekking en verantwoording 1.Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. De aanvrager is vooraf door de gemeente op een neutrale wijze geïnformeerd over de onderscheidende elementen van het persoonsgebonden budget of zorg in natura. 2.Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. 3.Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; van tevoren te voorzien is dat een voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden als gevolg van bijvoorbeeld een progressief ziektebeeld. In dat geval vindt verstrekking van de voorziening altijd in natura plaats; de aanvrager eerder een PGB is verleend op grond van de verordening en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen. 4.De voorwaarden verbonden aan het persoonsgebonden budget en de regels omtrent verantwoording worden vastgelegd in de beschikking. 5.Ter verantwoording voor uitbetaling van het bedrag persoonsgebonden budget is een door de budgethouder bijgehouden deugdelijke administratie vereist. 6.De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. 7.De verantwoording als bedoeld in het zesde lid vindt plaats middels controle van de administratie van de ontvanger van het persoonsgebonden budget of middels een huisbezoek. 8.De belanghebbende is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken op verzoek van het college per omgaande te verst 9.Na ontvangst van de in het zevende lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen. Artikel5Vaststelling recht en hoogte van persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen in natura 1.a. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een voorziening in natura wordt vastgesteld op de hoogte van de kosten die het college voor deze voorzieningen verschuldigd is conform de hulpmiddelencontracten. b. Verzekering en onderhoud maken geen deel uit van het persoonsgebonden budget en worden vastgesteld tot de kosten die het college volgens de betreffende hulpmiddelencontracten verschuldigd is. c. Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening, verhoogd met een eventueel bedrag voor onderhoud en reparatie, voor vergelijkbare voorzieningen. 2.Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor een periode die gelijk is aan de technische levensduur van de betreffende voorziening. Binnen deze termijn wordt voor dezelfde voorziening niet tweemaal een persoonsgebonden budget of een voorziening in natura verstrekt. Uitzondering hierop is van toepassing in situaties waarin de beperkingen van de aanvrager dusdanig veranderd zijn dat de reeds verstrekte voorziening niet meer compenserend is. 3.Een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden budget kan, zodra deze voorziening niet meer gebruikt wordt, zonder vergoeding van eventueel door de klant ingebrachte eigen middelen, door het college worden teruggevorderd en voor herverstrekking beschikbaar gesteld. Artikel6Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget voor Hulp bij huishouden 1.Voor de vaststelling van de hoogte van het PGB-uurtarief wordt aansluiting gezocht bij het wettelijk minimumloon als een erkende landelijke standaard. 2.De hoogte van het PGB-uurtarief is een afgeleid percentage van het minimumloon. Door deze koppeling met het minimumloon vindt jaarlijks automatisch indexering van de hoogte van het PGB-uurtarief plaats. 3.Het uurtarief wordt jaarlijks alleen per 1 januari aangepast en tussentijdse aanpassingen van het minimumloon worden niet doorberekend. Het minimumuurloon is gelijk aan het minimumloon per week vermeerderd met 8% vakantietoeslag plus € 7,69 toeslag vakantie-uren gebaseerd op een 38-urige werkweek. Artikel7Uitbetaling bedrag persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden Uitbetaling van het bedrag van een persoonsgebonden budget voor persoonlijke ondersteuning vindt in alle gevallen plaats per periode van 4 weken. Hoofdstuk3Eigen bijdragen en eigen aandeel Artikel8Omvang van eigen bijdragen en eigen aandeel Het CAK berekent en int de eigen bijdrage, zoals bedoeld in artikel 11 van de verordening. De omvang van de eigen bijdrage en eigen aandeel wordt berekend aan de hand van het bepaalde in artikel 4.1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (algemene maatregel van bestuur). Artikel9Duur oplegging eigen bijdrage en eigen aandeel 1.De vaststelling van het eigen aandeel bij een financiële tegemoetkoming in de kosten van een (bouwkundige of woontechnische) woonvoorziening aan een woning die in eigendom is van de aanvrager, geschiedt gedurende maximaal 39 perioden van vier weken. Het totaal van het eigen aandeel mag niet meer bedragen dan de kostprijs. 2.De vaststelling van de eigen bijdrage van in eigendom verstrekte roerende zaken mag eveneens maximaal voor de duur van 39 perioden van vier weken. Hierbij mag het totaal van de eigen bijdrage niet meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening. 3.Voor de eigen bijdrage voor voorzieningen die niet in eigendom worden verstrekt, maar in bruikleen, geldt geen maximumperiode. 4.Bij het verstrekken van een Pgb verkrijgt belanghebbende weliswaar indirect de eigendom van de voorziening, maar is er geen sprake van “verstrekken in eigendom”. Voor de eigen bijdrage die opgelegd wordt bij een persoonsgebonden budget, geldt geen maximumperiode maar deze mag niet meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening. 5.Voor bouwkundige of woontechnische aanpassingen aan een woning die niet in eigendom is van de aanvrager, geldt geen maximale termijn voor het vragen van een eigen bijdrage. Hierbij mag het totaal van de eigen bijdrage niet meer bedragen dan de kostprijs van de voorziening. Hoofdstuk4Woonvoorzieningen Artikel10Niet toepassen primaat verhuizing Van het primaat van de verhuizing als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.