Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechtDE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 september 2012, raadsvoorstelnummer 2012/067/1; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit : vast te stellen de “verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht” (verordening reinigingsheffingen 2013) HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrecht. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ·‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer; HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene, die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, zoals opgenomen in hoofdstuk I enIII van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1.De belasting, bedoeld in hoofdstuk I, artikelen 1.1 tot en met 1.6, van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting, bedoeld in hoofdstuk I, artikelen 1.8 en 1.9 en in hoofdstuk III van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij deaanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belastingaanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen degemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld bij incidentele gebeurtenissen In afwijking van het gestelde in artikel 7 is de belasting, bedoeld in hoofdstuk I artikelen 1.8 en 1.9 en in hoofdstuk III van de tarieventabel, verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens twee maanden later. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragendoor middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De op grond van hoofdstuk III van de tarieventabel, geheven rechten moeten worden betaald: ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen veertien dagen na de dagtekening. 4.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn. HoofdstukIIIReinigingsrecht Artikel11Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrecht" wordt een recht geheven voor het periodiek verwijderenvan bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid (maximaal 480 liter); Artikel12Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Artikel13Maatstaf van heffing en tarief Het recht wordt geheven naar de maatstaf en tarieven, opgenomen in hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel14Belastingjaar Met betrekking tot het recht dat per jaar wordt geheven, zoals genoemd in hoofdstuk II, artikelen 2.1 en 2.2, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing Het recht, bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan wordenopgelegd. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor het jaarlijks verschuldigd recht 1.Het recht, bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.