Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Slochteren 2012-ADe raad van de gemeente Slochteren; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 20 november 2012; gezien het advies van het Platform Werk en Inkomen d.d. 14 november 2012; gelet op de relevante artikelen van de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet werk en bijstand; overwegende dat op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet werk en bijstand regels dienen te worden gesteld met betrekking tot het verhogen en verlagen van de landelijke bijstandsnorm voor bijstandsgerechtigden met inachtneming van artikel 30 van die wet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: “TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE SLOCHTEREN 2012-A” HOOFDSTUK1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijving 1.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; de gehuwdennorm: de norm, als bedoeld in artikel 21, onderdeel c van de wet; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Slochteren; de woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid van de wet; de schoolverlater: de alleenstaande die, gedurende de eerste zes maanden na beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding, voor zover voor dat onderwijs of die opleiding aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van het vierde hoofdstuk van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, bijstand aanvraagt; de belanghebbende: de alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwden; verzorgingsbehoevende bloedverwanten in de eerste en de tweede graad: bloedverwanten in de eerste en de tweede graad die zijn aangewezen op verpleging of verzorging ter voorkoming van een opname in een verpleeg- of verzorgingshuis. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Doelgroep 1.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders die ouder zijn dan 21 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen, indien beide echtgenoten ouder zijn dan 21 jaar maar die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. 2.De bepalingen in het tweede en derde hoofdstuk laten toepassing van artikel 18 van de wet onverlet. 3.De betaling kan geschieden anders dan op rekening van de schuldeiser. 4.De betaling kan geschieden aan anderen dan de schuldeiser. Dit kunnen onder andere de gemeentelijke Kredietbank en door belanghebbende aangewezen derden zijn. 5.Deze verordening is niet van toepassing indien toepassing wordt gegeven aan artikel 23 van de wet. HOOFDSTUK2.Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3.Toeslagen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander dan een ten laste komend kind tot 18 jaar zijn hoofdverblijf heeft. 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het eerste lid niet van toepassing is. 3.Voor de toepassing van het tweede lid wordt geen rekening gehouden met een inwonende verzorgingsbehoevende die door de belanghebbende wordt verzorgd of, als de belanghebbende verzorgingsbehoevende is, met een inwonende die de belanghebbende verzorgt, voor zover de verzorgende en de verzorgingsbehoevende bloedverwanten in de eerste of tweede graad zijn. 4.Voor de toepassing van het tweede lid wordt geen rekening gehouden met thuiswonende kinderen vanaf 18 jaar met een inkomen van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.