Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013gezien het voorstel van het college van 16 oktober 2012; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2013: Artikel 1 - Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig deel daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzamelding, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; afvalwater: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel 2: Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 - Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Als gebruiker wordt aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel 4 - Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 - Maatstaf van heffing De rioolheffing wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd en/of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel 6 - Belastingtarieven Het tarief bedraagt € 208,08 per perceel. Indien meer dan 400m³ afvalwater vanuit een perceel wordt afgevoerd, wordt de belasting als bedoeld in het eerste lid vermeerderd met € 20,76 voor elke 50m³ afvalwater of gedeelte daarvan dat boven de eerste 400m³ afvalwater wordt afgevoerd, met dien verstande dat de totale belastingschuld niet meer bedraagt dan € 353,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.