Toeslagenverordening WWB 2012 gemeente Edam-Volendam Hoofdstuk1 Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand (WWB). het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Edam-Volendam. gehuwdennorm: norm als bedoeld in artikel 21 onderdeel c WWB.. woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 WWB. woonkosten: I. indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel d Wet op de huurtoeslag; II. indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud. zorgbehoefte: zodanige behoefte aan zorg dat het zelfstandig wonen van de zorgbehoevende niet mogelijk is voor zover dit door middel van een indicatie tot opname of een andere medische indicatie is vastgesteld. Artikel2.Doelgroep Deze verordening is uitsluitend van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening uitsluitend indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. Hoofdstuk2 Criteria voor het verhogen van de norm Artikel3.Toeslag alleenstaande (ouder) 1.De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25 WWB, bedraagt: 20 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende in wiens woning geen ander zijnhoofdverblijf heeft. 10 procent van de gehuwdennorm voor een belanghebbende die met één of meer anderen zijnhoofdverblijf in dezelfde woning heeft. 2.In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 jaar: 5 procent van de gehuwdennorm indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2 procent van de gehuwdennorm indien hij met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfdewoning heeft. 3.In afwijking van het eerste lid bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 22 jaar: 10 procent van de gehuwdennorm indien in zijn woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 5 procent van de gehuwdennorm indien hij met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfdewoning heeft. 4.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: een inwonende bloedverwant in de eerste of tweede graad, waarbij bij deze bloedverwant sprakeis van zorgbehoefte en de alleenstaande of de alleenstaande ouder deze zorg verleent; de medebewoner die de zorgbehoevende belanghebbende verzorgt, waarbij beroepsmatigeverzorging volledig of in belangrijke mate achterwege blijft; de medebewoner die op het adres van belanghebbende woonruimte huurt op basis van eencommerciële huurovereenkomst; inwonende kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar; inwonende kinderen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 24 jaar voor zover zijstudiefinanciering ontvangen op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en hun overige inkomsten een bedrag van € 600,00 niet te boven gaan. Hoofdstuk3 Criteria voor het verlagen van de norm Artikel4.Verlagen norm gehuwden 1.De verlaging zoals bedoeld in artikel 26 WWB bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor belanghebbenden die met één of meer anderen hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 2.Het vierde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5.Verlagen algemene bijstand wegens ontbreken woonkosten 1.De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 WWB bedraagt: 20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voorbelanghebbende geen woonkosten zijn verbonden; 10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning wordt bewoond. Artikel6.Verlagen algemene bijstand schoolverlaters 1.De verlaging voor schoolverlaters zoals bedoeld in artikel 28 WWB bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm gedurende 3 maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten. 2.Dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 3 lid 2 of 3 van toepassing is. Hoofdstuk4 Slotbepalingen Artikel7.Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 van deze verordening geschiedt zodanig dat de toepasselijke bijstandsnorm ten minste bedraagt: 50 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande; 70 procent van de gehuwdennorm voor een alleenstaande ouder; 80 procent van de gehuwdennorm voor een gezin. Artikel8.Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2012. 2.Tot uiterlijk 1 januari 2013 is deze verordening niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 78w lid 1 WWB. 3.De op 16 februari 2012 door de raad vastgestelde Toeslagenverordening WWB gemeente Edam- Volendam, is tot uiterlijk 1 januari 2013 uitsluitend van toepassing op personen als bedoeld in artikel 78w lid 1 WWB. Per 1 januari 2013 vervalt de op 16 februari 2012 vastgestelde Toeslagenverordening gemeente Edam-Volendam. Artikel9.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Toeslagenverordening WWB 2012 gemeente Edam-Volendam. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Edam-Volendam in zijn openbare vergadering d.d. 22 november 2012 De griffier, De voorzitter, Nota-toelichting Algemene toelichting Toeslagenverordening WWB 2012 gemeente Edam-Volendam De WWB kent voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan een systeem van basisnormen, toeslagen en verlagingen. De normen zijn geregeld in paragraaf 3.2 WWB. Paragraaf 3.3 WWB voorziet in toeslagen en verlagingen. De som van deze drie onderdelen (normen, toeslagen en verlagingen) levert de bijstandsnorm op. Het gaat dan om de bijstandsnorm voor personen van 21 tot en met 64 jaar die niet in een inrichting verblijven. De WWB kent verschillende normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden. Alleenstaanden en alleenstaande ouders komen in aanmerking voor een toeslag indien zij hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De woonsituatie is hierbij van doorslaggevende betekenis. De hoogte van de toeslag, welke wordt aangegeven in de toeslagenverordening, bedraagt maximaal 20 procent van het netto minimumloon en moet aansluiten bij het niveau van de noodzakelijke bestaanskosten. Voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar kan de toeslag afwijkend worden vastgesteld. De WWB kent de volgende grondslagen om de norm of toeslag voor personen van 21 tot en met 64 jaar die niet in een inrichting verblijven te verlagen: • het kunnen delen van kosten met een ander door gehuwden; • de woonsituatie; • de recente beëindiging van deelname aan onderwijs of beroepsopleiding. Voor de berekening van de bijstandsnorm geldt een vaste volgorde: eerst de norm, dan eventueel een toeslag en vervolgens de verlagingen. Het college is bevoegd om de algemene bijstand (de bijstandsnorm na aftrek van eventuele inkomsten) in afwijking van deze regel hoger of lager vast te stellen indien de individuele omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven. Artikelsgewijze toelichting Toeslagenverordening WWB 2012 gemeente Edam-Volendam Artikel 1. Begrippen Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de verordening moet worden gewijzigd. Lid 2 onderdeel d: gehuwdennorm Voor het begrip ‘gehuwdennorm’ wordt verwezen naar de norm voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn, als bedoeld in artikel 21 onderdeel c WWB. Lid 2 onderdeel e: woning Het begrip ‘woning’ is in artikel 1 van deze verordening gedefinieerd omdat de tekst van de WWB nergens een omschrijving geeft van dit begrip. Wel vermeldt artikel 3 lid 6 WWB dat in de WWB en de daarop berustende bepalingen onder een woning mede een woonwagen of een woonschip verstaan moet worden. Voorts volgt uit de totstandkomingsgeschiedenis van de WWB dat voor de invulling van het begrip woning kan worden aangesloten bij de Wet op de huurtoeslag. Daarom is in deze verordening bepaalt dat onder ‘woning’ wordt verstaan: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 WWB. Lid 2 onderdeel f: woonkosten Het begrip ‘woonkosten’ is nader gedefinieerd, omdat dit van belang is voor de toepassing van artikel 5 van deze verordening (verlaging woonsituatie). Aangesloten is bij de begripsomschrijving die voorheen onder de vigeur van de Algemene Bijstandswet in het Besluit landelijke normering (tot 1996) was opgenomen. Volgens de CRvB volgt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Abw dat het begrip woonkosten ten tijde van de Abw (nog steeds) moest worden uitgelegd conform de bepalingen van het tot 1 januari 1996 geldende Bijstandsbesluit landelijke normering. Aangenomen moet worden dat deze rechtspraak ook onder de WWB nog van betekenis is. Bij “het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten” kan worden gedacht aan het rioolrecht, het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten en de erfpachtcanon. Artikel 2. Doelgroep De werking van de verordening is beperkt tot belanghebbenden in de leeftijdscategorie van 21 tot 65 jaar. Vanwege de lagere jongerennormen is ervoor gekozen geen verdere verlaging toe te passen bij belanghebbenden van 18 tot 21 jaar. De jongerennormen van artikel 20 WWB zijn laag vastgesteld, omdat de ouders nog onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen totdat deze de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt. Mocht evenwel het niet toepassen van de verordening op de jongerennormen onredelijke uitkomsten geven, dan blijft het college bevoegd om op grond van artikel 18 lid 1 WWB de bijstand hoger of lager vast te stellen. Artikel 3. Toeslag alleenstaande (ouder) Lid 1 Op grond van artikel 25 WWB kan het college de norm voor een alleenstaande (ouder) van 21 jaar of ouder verhogen met een toeslag indien een belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet als gevolg van het niet geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander. Artikel 3 van deze verordening vormt overigens het spiegelbeeld van artikel 4 van deze verordening. De gemeenteraad is op grond van artikel 30 lid 2 WWB verplicht te bepalen dat de toeslag 20 procent van de gehuwdennorm bedraagt voor de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft (onverminderd de mogelijkheid tot verlaging van de norm of toeslag op andere gronden). Dit is vastgelegd in artikel 3 lid 1 onderdeel a van deze verordening. Als in de woning een ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt verondersteld dat noodzakelijke kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden. Zolang geen sprake is van gehuwden of van een gezamenlijke huishouding moet ervan worden uitgegaan dat niet alle kosten gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft op zijn plaats. Gekozen is voor 10 procent van de gehuwdennorm (zie artikel 3 lid 1 onderdeel b van deze verordening). Lid 2 en 3 Op grond van artikel 29 lid 1 WWB kan het college de toeslag voor een alleenstaande van 21 of 22 jaar afwijkend vaststellen. Dat is geregeld in artikel 3 lid 2 en 3 van deze verordening. In het tweede lid is de toeslag geregeld voor een alleenstaande van 21 jaar. In het derde lid is de toeslag vastgesteld voor een alleenstaande van 22 jaar. Lid 4 In het vierde lid is geregeld dat zowel zorgbehoevenden (sub
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.