VERORDENING BEGRAAFPLAATSRECHTEN 2013Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de begraafplaatsen aan de Hardenbergerweg, "Beerzerveld" en "Laarmanshoek"; eigen graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken c.q. overblijfselen van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; urnennis: een nis, waarvoor voor bepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk c.q. overblijfselen van lijken of asbus op rechterlijk gezag. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4, onderdeel 4.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 4, onderdeel 4.2 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten als die bedoeld in het vorige lid worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De onderhoudsrechten, als bedoeld in 4.2 en 4.3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten als bedoeld in 4.2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor de rechten als bedoeld in 4.2 van de tarieventabel ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.In afwijking van het vorige lid wordt, voor de rechten als bedoeld in 4.2 van de tarieventabel, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt in verband met afkoop als bedoeld in onderdeel 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.