Raadsbesluit Behorende bij raadsvoorstel met nummer: 121213/9-3E De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van het college van b en w van 13 december 2012; gelet op de bespreking van de gecombineerde raadscommissie en Beleidsontwikkeling van 7 december 2011; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: ‘Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting Bronckhorst 2013’. Verordening forensenbelasting Bronckhorst 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen 1.Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. 2.De belasting wordt niet geheven indien belastingplichtige en zijn gezin in de voor zich en zijn gezin ter beschikking gehouden woning verblijven en er terzake van dit verblijf ook toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig artikel 6 (forfaitaire berekeningswijze) van de verordening toeristenbelasting. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld. 2.In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3.In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4.De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5.De belasting bedraagt bij een waarde van: € 0,- tot € 100.000,- € 215,- ; € 100.000,- tot € 200.000,- € 245- ; € 200.000,- tot € 250.000,- € 276- ; € 250.000,- tot € 300.000,- € 307,-; € 300.000,- tot € 350.000,- € 337,-; € 350.000,- tot € 400.000,- € 369-; € 400.000,- of meer € 400,-. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.