BESLUIT De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 november 2012, gelet op artikel 229 van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van standplaatsgeld voor markten en kermissen2013 (verordening standplaatsgeld 2013, reg.nr. FJZ.2013/14) Artikel1Belastbaar feit Onder de naam standplaatsgeld wordt een recht geheven: voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de voorjaarsmarkt en najaarsmarkt te Burgum, voor het ter beschikking stellen van een standplaats op de weekmarkt te Burgum, Hurdegaryp, Gytsjerk, welke wordt gehouden op de vrijdag of zaterdag in de respectievelijke dorpen. voor het ter beschikking stellen van een standplaats voor een kermisattractie. Artikel2Belastingplicht Het standplaatsgeld wordt geheven van de standplaatshouder aan wie het college van burgemeester en wethouders een standplaatsvergunning heeft verleend voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 8 van de Verordening op de warenmarkt ingeval van jaarmarkten en weekmarkten en als bedoeld in artikel 2.2.2 A.P.V. ingeval van kermissen. Artikel3Maatstaf van heffing 1.Het standplaatsgeld wordt berekend naar het aantal beschikbaar gestelde strekkende meters grond of een deel daarvan, bij meer dan 5 meter frontlengte. 2.Het standplaatsgeld wordt ingeval van artikel 1, lid 3, kermisattracties, berekend naar categorie attractie. Woonwagens of woongedeelten niet meegerekend. Artikel4Tarieven De tarieven zijn opgenomen in de tarieventabel behorende bij deze verordening. Artikel5Wijze van heffing 1.Het recht voor de jaarmarkt wordt geheven door middel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2.Het recht voor de weekmarkten wordt geheven doormiddel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 3.Het recht voor de kermissen wordt geheven doormiddel van een gedagtekende nota, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Artikel6Betaling 1.Het recht voor de jaarmarkt moet in één termijn worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de in artikel 5, lid 1 bedoelde nota op de daarin aan te geven wijze. 2.Het recht voor de weekmarkt moet in twee gelijke termijnen worden betaald. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van de in artikel 5, lid 2 nota en de tweede vervalt twee maanden na de dagtekening van de nota. 3.Het recht voor de kermissen moet in één termijn worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de in artikel 5, lid 3 bedoelde nota op de daarin aan te geven wijze. Artikel7Kwijtschelding Bij de invordering van het standplaatsgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel8Teruggaaf 1.Indien vooraf schriftelijk kenbaar wordt gemaakt dat van een standplaats op de jaarmarkt geen gebruik wordt gemaakt, kan op aanvraag van de vergunninghouder het verschuldigde marktgeld worden gerestitueerd tot een bedrag van ten hoogste 50% van het verschuldigde bedrag. 2.Indien in de loop van het kalenderjaar geen gebruik meer wordt gemaakt van een standplaats op de weekmarkten, kan schriftelijk ontheffing/teruggaaf worden gevraagd voor de volle maanden die in het kalenderjaar resteren. Een maand is een twaalfde deel van het nota bedrag. Artikel9Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het standplaatsgeld. Artikel10Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking doch niet voor de in lid 2 genoemde datum. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.