Woonschepenverordening Súdwest-FryslânDe raad van de gemeente Súdwest-Fryslân; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 oktober 2012; gelet op 149 van de Gemeentewet; overwegende dat inzake de wenselijkheid om voor het gebruik van het openbare water regels te stellen voor het ordelijk gebruik van de ligplaatsen voor woonschepen uit het oogpunt van openbare orde en veiligheid, volksgezondheid, milieuaspecten en aanzien van de gemeente.; besluit: vast te stellen de Woonschepenverordening Súdwest-Fryslân Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: a. woonschip voor permanent gebruik: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen; b woonschip voor recreatief gebruik: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting tot recreatief dag- of nachtverblijf van één of meer personen; c. opbouw: de met wanden omkleedde en voor mensen toegankelijke verblijfsruimte, niet zijnde buitenterras; d. ligplaats: een gedeelte van openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen. e. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank. f. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn. Artikel2Werkingssfeer Deze verordening is van toepassing op al het openbare water binnen de grenzen van de gemeente Súdwest-Fryslân, in zover het gaat om de specifieke belangen die deze verordening beoogt te beschermen. (ordelijk gebruik, openbare orde en veiligheid, volksgezondheid, milieuaspecten en aanzien van de gemeente). Het in deze verordening gestelde geldt niet voor zover de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, het Binnenvaartpolitie-reglement of de Vaarwegverordening Fryslân. Artikel3Wijze van meten De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten daar waar zij het grootst zijn. Ondergeschikte bouwdelen zoals lichtkoepels en antennes worden niet meegerekend. Artikel4Verboden ligplaatsen Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen buiten de op grond van artikel 5 aangewezen gedeelten van het openbaar water. Artikel5Ligplaatsen. 1De plaatsen waar woonschepen ligplaats mogen hebben, zijn aangewezen op de ligplaatsenkaart met toelichting, die als bijlage bij deze verordening is opgenomen. Op deze kaart met toelichting is aangegeven: -de locatie inclusief het toegestane gebruik (permanent bewoning of recreatief bewoning), het maximaal op die locatie aanwezige aantal woonschepen en voor zover van toepassing de aanduiding ‘LWTA’ (ligplaats woonboot van tijdelijke aard); 2Het college van burgemeester en wethouder is bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaart met toelichting om deze in overeenstemming te brengen met een bestemmingsplan dat na het van kracht worden van deze verordening is goedgekeurd. Artikel6Woonschepen in aanbouw of reparatie Het verbod bedoeld in artikel 4 is niet van toepassing op woonschepen die in aanbouw of in reparatie zijn, zolang zij zich op of aan een scheepswerf dan wel in of bij een reparatie-inrichting bevinden. Artikel7Ligplaatsvergunning 1Op de op grond van artikel 5, eerste lid, aangewezen plaatsen mag een woonschip ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een vergunning van het college van burgemeester en wethouders; 2Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over de periode voor het innemen van een ligplaats van een woonschip; 3Het college van burgemeester en wethouders beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag bij de gemeente is ontvangen; 4Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: a. de aanvrager niet is een natuurlijk persoon van tenminste 18 jaar, en niet is de eigenaar van het schip; b. voor de ligplaats al vergunning is verleend en er geen ligplaatsen vrij zijn; c. het woonschip belemmeringen zal veroorzaken aan de omliggende woonschepen, het verkeer te water of te land; d. het woonschip in slechte staat van onderhoud verkeert of ernstige constructiegebreken heeft; e. het uiterlijk van het woonschip afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; 5Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen over de lengte, breedte en hoogte van een woonboot voor zover het bestemmingsplan daar niet in voorziet. 6Ter toetsing van artikel 7, lid 4, sub e kan het college van Burgemeester en wethouders besluiten advies te vragen bij een onafhankelijke welstandscommissie. 7De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de maatvoering van het woonschip inclusief overzichtstekening van de ligplaatssituatie en de bijbehorende voorzieningen. Artikel8Wachtlijst ligplaatsvergunning 1Indien een aanvraag om een ligplaatsvergunning wordt geweigerd omdat de gewenste ligplaats reeds aan een ander is toegewezen, wordt de naam van de aanvrager op zijn verzoek op een door het college van burgemeester en wethouders aan te houden wachtlijst geplaatst. 2Indien één van de op grond van artikel 5, eerste lid, aangegeven plaatsen vrijkomt, stelt het college van burgemeester en wethouders de op de wachtlijst gegadigden, te beginnen met de hoogst geplaatste in de gelegenheid een nieuwe aanvraag voor een ligplaatsvergunning in te dienen. In dit geval kan de vergunning slechts geweigerd worden op grond van één of meer van de omstandigheden vermeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.