Verordening op de buurtopbouworganen in de gemeente CromstrijenParagraaf1- Instelling en opheffing ARTIKEL 1 Voor elk deel der gemeente, hetwelk daarvoor hetzij door zijn ligging, hetzij door zijn karakter in aanmerking komt, kan de gemeenteraad een buurtopbouworgaan instellen. ARTIKEL 2 Tegelijk met de instelling van een buurtopbouworgaan stelt de gemeenteraad de grenzen vast van het gebied, waarbinnen dit orgaan werkzaam zal zijn. ARTIKEL 3 De gemeenteraad kan, indien naar zijn oordeel een verandering van het karakter van het betrokken gebiedsdeel daartoe aanleiding geeft, dan wel indien het buurtopbouworgaan daarom verzoekt, het buurtopbouworgaan opheffen of de grenzen van het gebied, waarbinnen deze werkzaam is, wijzigen. De gemeenteraad kan eveneens tot opheffing van een buurtopbouworgaan besluiten wegens andere bijzondere omstandigheden, welke naar zijn gevoelen de aanwezigheid van een buurtopbouworgaan voor het betrokken gebiedsdeel niet langer gewenst doen zijn. Paragraaf2- Taak en bevoegdheden ARTIKEL 4 Het buurtopbouworgaan behartigt de belangen van de leefbaarheid van de buurt op de wijze als in de volgende artikelen van deze paragraaf wordt bepaald. ARTIKEL 5 Het buurtopbouworgaan is bevoegd omtrent aangelegenheden, bij welke de belangen van zijn gebiedsdeel rechtstreeks zijn betrokken, aan de gemeenteraad, aan de commissies ex artikel 91, lid 3, van de Gemeentewet aan burgemeester en wethouders of aan de burgemeester aanbevelingen te doen. ARTIKEL 6 1.Alvorens een voorstel aan de gemeenteraad te doen horen burgemeester en wethouders daarover het buurtopbouworgaan, indien naar hun oordeel bij dit voorstel de belangen van het desbetreffende gebiedsdeel rechtstreeks zijn betrokken. De mening van het buurtopbouworgaan wordt aan de gemeenteraad medegedeeld tegelijk met het voorstel. De gemeenteraad c.q. een van de commissies ex artikel 91, lid 3, van de Gemeentewet, kan besluiten het buurtopbouworgaan alsnog te raadplegen over voorstellen, waaromtrent deze niet is gehoord. Burgemeester en wethouders horen het buurtopbouworgaan over aangelegenheden, bij welke naar hun oordeel de belangen van het desbetreffende gebiedsdeel rechtstreeks zijn betrokken en waarvan de afdoening tot hun taak behoort. Burgemeester en wethouders kunnen het buurtopbouworgaan een termijn stellen, waarbinnen deze zijn mening aan hun college dient mede te delen. ARTIKEL 7 Indien het buurtopbouworgaan inlichtingen wenst omtrent een aangelegenheid, bij welke een belang van zijn gebiedsdeel rechtstreeks is betrokken, kunnen deze inlichtingen schriftelijk door hem aan burgemeester en wethouders worden gevraagd dan wel hetzij mondeling hetzij schriftelijk door de voorzitter of de secretaris worden ingewonnen. Een lid van het buurtopbouworgaan, dat zodanige inlichtingen wenst, wendt zich ter verkrijging daarvan tot de voorzitter van het buurtopbouworgaan, die beslist of de verlangde inlichtingen zullen worden gevraagd. ARTIKEL 8 Indien van een krachtens artikel 6 door het buurtopbouworgaan uitgebracht advies wordt afgeweken, wordt dit gemotiveerd aan het buurtopbouworgaan medegedeeld. ARTIKEL 9 Het buurtopbouworgaan is bevoegd, wanneer en zo dikwijls hem dit noodzakelijk of gewenst voorkomt, in zijn gebiedsdeel activiteiten op het gebied van de leefbaarheid van de buurt te bevorderen en te coördineren. De uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geschiedt volgens algemene regels door het buurtopbouworgaan onder goedkeuring van burgemeester en wethouders vast te stellen. ARTIKEL 10 Het buurtopbouworgaan kan een openbare vergadering met de bewoners van zijn orgaan beleggen ter bespreking van onderwerpen, welke voor het orgaan van belang zijn. ARTIKEL 11 Buiten de gevallen, in de verordening voorzien, kan de gemeenteraad of kunnen burgemeester en wethouders het buurtopbouworgaan, al of niet op diens verzoek, belasten met een bijzondere taak. Daarbij kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de vervulling van deze taak. Paragraaf3- Geldmiddelen ARTIKEL 12 Aan het buurtopbouworgaan wordt een bijdrage uit de gemeentekas verstrekt ter dekking van de kosten, welke de uitoefening van de bij deze verordening toegekende bevoegdheden met zich brengt. ARTIKEL 13 De in het voorgaande artikel bedoelde bijdrage wordt verleend aan de hand van een begroting, welke jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het desbetreffende begrotingsjaar bij burgemeester en wethouders ter goedkeuring wordt ingezonden. ARTIKEL 14 Bij de verlening van een bijdrage wordt geen rekening gehouden met een aan het einde van een dienstjaar eventueel aanwezig kasoverschot; dit kasoverschot behoeft niet in de gemeentekas te worden teruggestort. ARTIKEL 15 Het buurtopbouworgaan dient jaarlijks, vóór 1 april, bij burgemeester en wethouders een rekening en verantwoording over het afgelopen jaar ter goedkeuring in, vergezeld van de nodige bewijsstukken. Paragraaf4- Samenstelling ARTIKEL 16 De leden van het buurtopbouworgaan worden door burgemeester en wethouders benoemd. Het minimaal aantal leden bedraagt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.