Tijdelijke nadere regels subsidie voor- en vroegschoolse educatie in de kinderopvang 2010Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene Subsidieverordening Almere 2008; besluit: vast te stellen de tijdelijke nadere regels subsidie voor- en vroegschoolse educatie in de kinderopvang. Artikel1Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; doelgroepkinderen: kinderen die op basis van de ‘checklist doelgroep VVE’ tot de doelgroep van VVE behoren; houder: de houder van een regulier kinderdagverblijf dat is ingeschreven in het register kinderopvang van de Gemeente Almere; kinderdagverblijf: een dagverblijf waar kinderen van 0 tot 4 jaar worden opgevangen; VVE: voor- en vroegschoolse educatie, die voldoet aan de definitie van VVE in de voorschoolse periode, zoals die is vastgesteld door de stuurgroep VVE in Almere; Stuurgroep VVE: een groep met vertegenwoordigers uit het Almeerse onderwijs, peuterspeelzaalorganisaties, kinderopvangorganisaties en de jeugdgezondheidszorg, die leiding geeft aan de uitvoering van het VVE-beleid in Almere en de doelen die daarin zijn gesteld; trainingskosten: de kosten voor de VVE-training van de leidsters, die leidt tot certificering van de leidsters. consultatiekosten: de kosten die de trainer berekent voor het consulteren buiten de trainingsuren van leidsters die een VVE-training volgen, vervangingskosten: de kosten voor het vervangen van leidsters op de momenten dat zij een VVE-training volgen; inrichtingskosten: kosten voor het inrichten van de groepsruimte om deze aan te passen aan de VVE-methode en kosten voor het aanschaffen van materiaal groep: een eenheid die bestaat uit een aantal kinderen met minimaal twee beroepskrachten; gewichtenregeling: in het basisonderwijs gehanteerde landelijke regeling om aan de hand van het opleidingsniveau van de ouders te bepalen of een kind tot de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid behoort VVE-netwerken: samenwerkingsverband tussen basisscho(o)l(en), kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in een wijk met als doel de doorgaande ontwikkelingslijn tussen voor- en vroegschoolse periode vorm te geven; wet: Algemene wet bestuursrecht Artikel2Doel Het college wil met het verstrekken van de subsidies realiseren dat doelgroepkinderen in de kinderopvang worden bereikt met een VVE-programma. Artikel3Hoogte van de subsidie De subsidie bestaat uit een vergoeding van 95 procent van het totaal van trainingskosten, consultatiekosten, vervangingskosten en inrichtingskosten (inrichtingskosten tot een maximum van € 2.000,- per groep). Artikel4Subsidieplafond Het college heeft een subsidieplafond vastgesteld van € 373.951,30, waarbij als verdeelcriterium geldt ‘wie het eerst komt het eerst maalt’. Artikel5Duur van de subsidieverstrekking De subsidie betreft de periode die in de subsidiebeschikking staat genoemd. Deze periode is tot maximaal 1 juni 2012, onder voorbehoud dat, conform art 4:34 van de wet, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld bij de begroting van desbetreffend jaar. Artikel6Aanvraag 1.De houder van een kinderdagverblijf kan tot 1 mei 2010 een subsidieaanvraag indienen voor het uitvoeren van VVE. 2.Het college beslist binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag. Artikel7Gegevens bij de aanvraag om subsidieverlening Bij de aanvraag dienen naast de in artikel 12 van de algemene Subsidieverordening Almere, 2008 genoemde gegevens, de volgende gegevens te worden overlegd: een inhoudelijk plan met een beargumenteerde keuze voor een VVE-programma; een pedagogisch plan dat voldoet aan de definitie van VVE in de voorschoolse periode (zie artikel 1 sub e); een opleidingsplan waarin is weergegeven voor welke training en trainingsorganisatie is gekozen, hoeveel trainingsuren de training bevat en hoeveel consultatie-uren er per leidster door de trainer worden gemaakt; een tijdsplan, waarin een planning is opgenomen betreffende de training; een begroting van de exacte kosten die de houder denkt te gaan maken betreffende trainingskosten en inrichtingskosten. In de begroting zijn in ieder geval de volgende posten opgenomen: trainingskosten, consultatiekosten, vervangingskosten en inrichtingskosten (alle per groep en in totaal). Een kopie van de offerte van de trainingskosten is bijgevoegd. In deze begroting en in de offerte dient voor wat betreft trainingskosten, consultatiekosten en vervangingskosten een splitsing te worden gemaakt tussen kosten te maken vóór en na 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.