← Nederland

Regeling houdende de voorschriften met betrekking tot de afgifte van gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaarten (Midden-Delfland)

Regeling houdende de voorschriften met betrekking tot de afgifte van gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaartenDe raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wetho

Artikel10

Een gehandicaptenparkeerkaart is uitsluitend geldig voor het gebruik van het motorvoertuig waarvan het kenteken op de kaart is vermeld. Artikel11 De gehandicaptenparkeerkaart wordt verstrekt voor een periode van twee jaar. Artikel12 1.Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid: na verloop van twee jaren na de dag van afgifte; door het overlijden van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt; indien de houder niet langer voldoet aan de criteria van afgifte, dit ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders; indien de houder de aan het gebruik van de kaart verbonden voorschriften niet naleeft, dit ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders; door afgifte van een duplicaat. 2.Indien tussentijds in verband met wijziging van het kenteken of de wijze van vervoer dan wel in verband met verlies of in ongerede raken van de kaart, een nieuwe kaart wordt verstrekt, dan geldt daarvoor de geldigheidstermijn die gold voor de vervangen kaart. Paragraaf6,De uitvoering

Artikel13

De gehandicaptenparkeerkaart moet zijn voorzien van: een waarmerk van de gemeente waar de kaart is afgegeven; de vervaldatum; het kenteken van het voertuig waarmee de houder zicht pleegt te vervoeren; het nummer van het rijbewijs van de houder. Paragraaf7,Duplicaten Artikel14 1.Indien een geldige gehandicaptenparkeerkaart is versleten, geheel of ten dele onleesbaar is geworden, verloren geraakt, is gestolen of tenietgegaan, kan een duplicaat worden uitgereikt. 2.Indien de gehandicaptenparkeerkaart is versleten of ten dele onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inleveren van die kaart. 3.Artikel 3, lid 2 is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf8,Wijze van aanbrengen

Artikel15

De gehandicaptenparkeerkaart moet op zodanige wijze bij de voorruit worden aangebracht, dat de voorzijde ervan buiten het motorvoertuig behoorlijk leesbaar is. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als Regeling gehandicaptenparkeerkaart Haaglanden. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 27 september 2005. De griffier, De voorzitter, A.de Vos, A.J. Rodenburg ARTIKELGEWIJZE TOELICHTINGConsiderans Artikel 87 van het RVV bepaalt dat het bevoegd gezag (volgens artikel 20 BABW de gemeenteraad of, krachtens besluit van de raad, door burgemeester en wethouders of door de raad ingesteld commissies) ontheffing kan verlenen van met name genoemde artikelen van het RVV. De voor deze regeling relevante artikelen zijn art. 24, lid 1, onderdeel e, 25 en art. 62 voor zover het betreft de verkeersborden E1 en E6 (zie ook de toelichting bij art. 8). Artikel 2 In de Regeling (landelijke) gehandicaptenparkeerkaart van 2 juli 2001 is sprake van een maximum loopafstand van 100 meter. De verruiming van deze afstand tot 200 meter vormt de essentie van de regeling van de stadsgewestgemeenten. In deze regeling is niet de mogelijkheid van afgifte van passagierskaarten opgenomen. In de landelijke regeling worden passagierskaarten alleen verstrekt aan personen die zich redelijkerwijs niet te voet kunnen voortbewegen en die voor verplaatsingen buitenshuis zijn aangewezen op vervoer door een ander. Er is dus altijd iemand die de auto kan parkeren. Een aanvulling op de landelijke regeling wordt daarom overbodig geacht. Artikel 4 Met inlevering van de eerder verstrekte kaart wordt beoogd misbruik te voorkomen. Met het vragen van een bewijs van afgifte kan (gedeeltelijk) worden voorkomen dat kaarten of duplicaten ten onrechte als verloren of gestolen worden opgegeven. Artikel 6 Dit artikel kan per gemeente nader worden ingevuld. Artikel 7 1.Hier dient de naam van de eigen gemeente te worden ingevuld. Het resultaat van de regeling is, dat de houder van een gehandicaptenparkeerkaart, afgegeven in één der stadsgewestgemeenten deze in alle stadsgewestgemeenten kan gebruiken. Artikel 8 - Ontheffing op grond van art. 87 juncto art. 62 RVV. Ontheffing op grond van art. 87 juncto art. 24, lid 1, onderdeel e RVV. - Ontheffing op grond van art. 87 juncto art. 62 RVV. Ontheffing op grond van art. 87 juncto art. 25 RVV. N.B. In artikel 87 wordt alleen bepaald dat het bevoegd gezag ontheffing kan verlenen van met name genoemde artikelen. Een maximum tijdsduur wordt niet genoemd. Er is aangesloten bij de in artikel 85 RVV genoemde faciliteiten voor de landelijke gehandicaptenparkeerkaart. Dit geldt ook voor het verplichte gebruik van een parkeerschijf bij een gelimiteerde parkeerduur. Artikel 11 De landelijke gehandicaptenparkeerkaart is 5 jaar geldig. Omdat voor de gemeentelijke gehandicaptenparkeerkaart soepeler criteria worden gehanteerd is regelmatige vernieuwing de beste mogelijkheid om het gebruik van kaarten door personen die niet meer aan de criteria voldoen te beperken. Artikel 12 1c en 1d: Omdat de hier genoemde mogelijkheden, in tegenstelling tot de andere 3, niet eenduidig vast te stellen zijn is gekozen voor de toevoeging “dit ter beoordeling van Burgemeester en Wethouder”. Bij een besluit tot intrekking dient dan ook de mogelijkheid van bezwaar op grond van de Algemene wet bestuursrecht te worden aangegeven. N.B. In de regeling is niet opgenomen dat de kosten

voor rekening van de aanvrager komen. Dit zou een overbodige constatering zijn omdat dit al is vastgelegd in de gemeentelijke legesverordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.