Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2013 De RAAD van de gemeente Dordrecht; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 27 november 2012, kenmerk SBC/903518; overwegende, dat het noodzakelijk is om een nieuwe, integrale Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting vast te stellen in verband met wijziging van tarieven; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2013 Artikel 1 Begripsomschrijving Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan onder: a. dag: een tijdvak van één etmaal of een gedeelte daarvan; b. week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende etmalen; c. maand: een tijdvak van dertig achtereenvolgende etmalen; d. jaar: het kalenderjaar lopend van 1 januari tot en met 31 december. Indien in de tarieventabel voor een belastbaar feit wel een weektarief maar geen dagtarief is opgenomen, wordt een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week. Indien in de tarieventabel voor een belastbaar feit wel een maandtarief maar geen dag- of weektarief is opgenomen, wordt een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze Verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft of ten behoeve van wie deze voorwerpen zich daar bevinden. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt degene aan wie de vergunning is verleend aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ten aanzien van: voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; voorwerpen welke uitsluitend in het belang van de volksgezondheid voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doelen die zijn voorzien van het keurmerk van het centraal bureau fondsenwerving; voorwerpen of werken ten behoeve van eigendommen welke bij de gemeente of haar instellingen in gebruik zijn; straatversiering, inclusief apparatuur ten behoeve van verlichting en/of geluidsweergave, mits niet permanent aangebracht en geen commerciële reclame of soortgelijke aanduidingen bevattend; bloemen- en/of plantenbakken; borden waarvan de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 0,60 meter, uitsluitend vermeldende naam en/of beroep of bedrijf, aangebracht plat tegen de gevel van percelen waar het beroep of het bedrijf wordt uitgeoefend of waar de belastingplichtige woont; borden tot verhuur of verkoop van de woningen of percelen waaraan deze borden zijn bevestigd; wegwijzers, verkeersaanwijzingen en voorwerpen welke uitsluitend zijn aangebracht ter gelegenheid van voor het algemeen nut gehouden acties van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en andere overeenkomstige instellingen; buizen of riolen, uitsluitend dienende tot afvoer van fecaliën of hemelwater; balkons, luifels en erkers, voor zover deze niet voor reclame dienen; voorwerpen en werken welke uit een oogpunt van monumentenzorg, op grond van enig overheidsbesluit in stand moeten worden gehouden. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Bij de toepassing van een per tijdseenheid vastgesteld tarief wordt de totale belastingschuld niet hoger vastgesteld dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn bij toepassing van het tarief voor een opvolgende tijdseenheid. Na toepassing van de bepalingen van deze verordening worden aanslagen niet opgelegd bij een aanslagbedrag minder dan € 15,--. Voor de toepassing van het vierde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 6 Belastingtijdvak In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderoverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang In de gevallen bedoeld in artikel 6, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van het belastingplicht. In de gevallen bedoeld in artikel 6, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien voor een belastbaar feit in de tarieventabel uitsluitend een jaartarief is opgenomen en de belastingplicht eindigt in de loop van het belastingtijdvak, dan is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als het aantal maanden dat de belastingplicht heeft bestaan. Artikel 9 Termijnen van betaling De precariobelasting moet worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de aanslag. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van precariobelasting. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. De Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2012, vastgesteld op 13 december 2011, wordt ingetrokken op de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.