Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013De raad van de gemeente Beesel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 oktober 2012 gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013 (Verordening reinigingsheffingen Beesel 2013) HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. 3.Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de als belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.
- van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid, verschuldigde belasting worden betaald: Bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in acht maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. Bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 7, tweede lid, verschuldigde belasting worden betaald: Bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in vier maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. Bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel10Belastbaar feit Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.2 en 3 worden geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. 3.Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel17Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 14, eerste lid, verschuldigde belasting worden betaald: Bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in acht maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. Bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op grond van artikel 14, tweede lid, verschuldigde belasting worden betaald: Bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in vier maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. Bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede één maand later. 3.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de op de grond van artikel 14, tweede lid, hoofdstuk 3 van de tarieventabel verschuldigde belasting worden betaald: ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel18Kwijtschelding Kwijtschelding is alleen mogelijk voor de grond van artikel 7, eerste lid verschuldigde belasting. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel19Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel20Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen Beesel 2013' en wordt bekend gemaakt op de daarvoor bestemde wijze. 2.Deze verordening en heffing treden in werking op 1 januari
- 3.De 'Verordening reinigingsheffingen Beesel 2012' vastgesteld bij raadsbesluit van 3 november 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Aldus vastgesteld door de raad van Beesel in zijn openbare vergadering van 8 november
- BijlageTarieventabel Reinigingsrechten 2013