Verordening opde heffing en de invordering van retributies en precariobelastingen 2010DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 20 oktober 2009 Gelet op artikel 228, 229 eerste lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet B E S L U I T vast te stellen de : “VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RETRIBUTIES EN PRECARIOBELASTINGEN 2010” Hoofdstuk1 Algemene bepalingen Artikel1 Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: precariobelasting; retributies. Artikel2 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: jaar: een kalenderjaar, waarbij het kalenderjaar op 365 dagen wordt gesteld; kwartaal; een kalenderkwartaal; maand: een kalendermaand; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur; uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten. Vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Hoofdstuk2 Precariobelasting Artikel3 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel4 Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Artikel5 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderzins rechtens moeten worden gedoogd; materialen en andere voorwerpen, bestemd voor de uitvoering van werken waarvan de kosten direct of indirect ten laste van de gemeente Cranendonck komen; wegwijzers of soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere hetzelfde doel nastrevende instellingen; abri's, halteborden en daaraan gelijk te stellen voorwerpen ten dienste van het openbaar vervoer. voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen. voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvan de gemeente, de provincie of het rijk genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater Artikel6 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Artikel7 Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in het tarief genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om een voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval kan aanspraak bestaan op ontheffing. Artikel8 Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak het kalenderjaar, dan wel de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel9 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting 1.In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplichte. 2.In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.