← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld 2013 (Soest)

Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld 2013Kenmerk F&I/958346 Nummer RB 12-45 Agendapunt De raad der gemeente Soest; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 20 september 2012, nr. RV 12-45; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; be s l u i t: vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsgeld

  1. Artikel1Belastbaar feit Onder de naam "standplaatsgeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor de verkoop van eet- of koopwaren of tot het aanbieden of verrichten van diensten op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan vóór de eigen winkel of anders dan bedoeld in de "Verordening marktgeld 2013". Artikel2Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt een ieder aan wie door het bevoegde gezag vergunning is verleend een standplaats in te nemen. Artikel3Maatstaf van heffing Voor de maatstaf van heffing wordt voor de berekening van de rechten onderscheid gemaakt in vaste standplaatsen en dagplaatsen. Artikel4Tarieven 1.Het standplaatsgeld bedraagt voor vaste standplaatsen per kalenderkwartaal: op vrijdagen € 149,90 op zaterdagen € 200,75 op overige dagen, met uitzondering van zondag € 97,70 2.Het standplaatsgeld bedraagt voor dagplaatsen per dag: op vrijdagen € 13,90 op zaterdagen € 18,20 Op overige dagen, met uitzondering van zondag € 8,80 3.Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een dag voor een volle dag gerekend. Artikel5Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Indien de belastingplicht voor een vaste standplaats in de loop van het kalenderkwartaal aanvangt, is voor het lopende kwartaal het tarief gelijk aan het tarief voor dagplaatsen, berekend over zoveel dagen als er in het kalenderkwartaal nog de vaste standplaats kan worden ingenomen, met dien verstande dat niet meer wordt geheven dan het voor een kalenderkwartaal verschuldigde bedrag. 2.Indien de belastingplicht in de loop van een kalenderkwartaal eindigt, wordt voor dat kwartaal ontheffing verleend over zoveel derde gedeelten van de over een kalenderkwartaal verschuldigde bedragen, als na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht in het kalenderkwartaal nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel6Wijze van heffing Her recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende nota. Artikel7Termijnen van betaling 1.De rechten moeten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde nota. 2.In afwijking van het eerste lid moeten, ingeval de nota wordt toegezonden, de rechten worden betaald in één termijn binnen één maand na dagtekening van de nota. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van standplaatsgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van standplaatsgeld. Artikel10Inwerkingtreding en citeerartikel De "Verordening op de heffing en invordering van standplaatsgeld 2011", vastgesteld bij raadsbesluit van 4 november 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening standplaatsgeld 2013". Soest, 1 november 2012,de raad voornoemd, de griffier, de voorzitter,M.van Vliet MPM AA Dr. G. Mik

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.