Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo beleid)beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo beleid) Bijlage: Het Gesprek: deel 1: bouwsteen voor een nieuwe modelverordening Wmo Inleiding De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is er voor iedereen. De hoofdlijnen voor de uitvoering van deze wet in de gemeente Dalfsen zijn vastgelegd in de kadernota voor de brede uitvoering van de Wmo. Verder zijn er regels opgenomen in de Verordening die is vastgesteld door de gemeenteraad en het financieel besluit waarin de bedragen zijn vastgelegd door het college van burgemeester en wethouders. Deze beleidsregels zijn een verdere uitwerking van de verordening. Ze zijn bedoeld voor de burger die niet voldoende mee kan doen. De gemeente Dalfsen helpt de burger om beperkingen te compenseren, maar verwacht ook inzet van de burger zelf. Voor sommige voorzieningen wordt een financiële eigen bijdrage gevraagd. We vragen ook van burgers om hun eigen kwaliteiten en capaciteit in te zetten in de maatschappij. Deze wederkerigheid vinden we belangrijk. Met de nieuwe werkwijze proberen we minder claimgericht te werken. Het aanbod aan voorzieningen dat de gemeente Dalfsen heeft of de directe aanvraag om een bepaalde voorziening staan niet meer centraal. Het gaat om de vraag achter de vraag, oftewel de hele leefsituatie van de belanghebbende wordt beoordeeld, om zo tot een maatwerk oplossing te komen. Het resultaat dat bereikt moet worden is leidend. We willen de burgers zo goed en zo snel mogelijk helpen, zonder allerlei ingewikkelde procedures. In Dalfsen wordt gewerkt aan meer lean en klantgerichte procedures. Deze principes moeten ook terugkomen in de uitvoering van de beleidsregels. Deze beleidsregels moeten er voor zorgen dat de doelstellingen van de compensatieplicht, zoals die door de wetgever in de Wmo geformuleerd zijn, te weten zelfredzaamheid en participatie door burgers met beperkingen, ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Een goed gesprek, heldere resultaten en oplossingen op maat zijn daar voor nodig. HOOFDSTUK1.DE KANTELING Het Gesprek In het project “de Kanteling” van de VNG wordt het concept “het Gesprek” uitgewerkt. Het gaat om een concept en niet om een gesprek, het is goed mogelijk dat het om meerdere gesprekken gaat. Het gesprek is wel onderdeel van het onderzoek, maar niet meer van de aanvraagprocedure. Het compensatiebeginsel en de resultaatgerichtheid staan centraal in de aanvraag. Het gesprek is vraaggestuurd. Dit betekent dat het gaat om verheldering van de vraag en het achterhalen van het probleem. De uitkomst van het gesprek is maatwerk, een individuele oplossing. Dit kan een algemene voorziening, een collectieve voorziening of een individuele voorziening zijn. Eigen verantwoordelijkheid De Wmo is uitsluitend bedoeld om ondersteuning in de vorm van voorzieningen te bieden als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Ook die eigen verantwoordelijkheid komt tijdens het gesprek aan de orde. Een oplossing van problemen kan bijvoorbeeld al aanwezig zijn in die zin dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands normale levenspatroon. Bij problemen met het schoonhouden van het huis zijn er talloze mensen die gewend zijn daar iemand voor in te huren. In deze situatie hoeft niets te veranderen, als men op basis van leeftijd of een ongeval beperkingen krijgt. Door voort te zetten wat men had ontstaat er geen probleem dat om een oplossing vraagt. Dat zou anders kunnen zijn als door het ontstaan van de beperking het inkomen daalt. Het kan dan zijn dat iemand de eerder ingehuurde schoonmaakhulp niet meer kan betalen. Dat zou aanleiding kunnen zijn wel te compenseren. Daarvoor zal een zorgvuldig onderzoek verricht moeten worden, met name naar de eerdere situatie, zowel wat betreft hulp als wat betreft inkomen, en de veranderde situatie. Het kan ook zijn dat er (veel) meer hulp in de huishouding nodig is. Dan zou het kunnen zijn dat de beperking wel gecompenseerd moet worden met extra huishoudelijke hulp. Eigen verantwoordelijkheid betekent daarnaast bijvoorbeeld ook de aanschaf en het gebruik van zoveel mogelijk strijkvrije kleding om onnodig beroep op een hulp te voorkomen. Ook nieuwe technische mogelijkheden kunnen bekeken worden. Mogelijk is dat een hulpmiddel waardoor iemand meer zelf kan gaan doen in huis. Een ander voorbeeld is het vervoer. Heel veel mensen zijn op dit moment gewend al bijna hun hele leven gebruik te maken van een auto. Als zij een beperking krijgen, door leeftijd of door een ongeval, hoeft er in feite niets te veranderen, als zij met diezelfde auto in staat blijven hun verplaatsingen te maken. Er hoeft dan niet gecompenseerd te worden. Dat zou anders kunnen zijn als zij door hun beperking veel meer verplaatsingen moeten gaan maken, of als de auto voor hun handicap aangepast zou moeten worden. In het eerste geval kan onderzoek verricht worden naar de aard van de extra ritten en de kosten daarvan, in relatie tot het eerdere verplaatsingspatroon en zou compensatie mogelijk zijn. In het tweede geval, waren zonder beperking de autoaanpassingen niet nodig geweest. Ook dan moet beoordeeld worden wat de goedkoopst compenserende voorziening is. Dat kan ook een kortingspas voor de Regiotaxi zijn. Ook bij woonvoorzieningen speelt de eigen verantwoordelijkheid een grote rol. Als iemand 65 is en zijn badkamer gaat renoveren mag de gemeente veronderstellen dat hij - ook al zijn er nog geen beperkingen - rekening houdt met het gegeven dat hij een dagje ouder wordt. Dat betekent dat de persoon in kwestie aan een douche moet denken in plaats van uitsluitend een bad. Daar spelen allerlei individuele factoren natuurlijk in mee, zoals: is er plaats voor, wat is de rol van het bad voor therapie en dergelijke. Er speelt ook nog iets anders mee: weten mensen wel dat van hen verwacht wordt dat ze via het denken aan dit soort dingen anticiperen op mogelijk komende problemen? We zullen daarover ook voorlichting moeten geven, duidelijk moeten maken waar verwachtingen mogen beginnen maar ook kunnen ophouden wat betreft de inzet van de gemeente Dalfsen in het geschikt maken van woningen. Algemeen gebruikelijk Deze term is nogal ambtelijk. In de praktijk gaat het om zaken waarvan je zegt: “daarvoor ga je toch niet naar de gemeente toe?” Criteria zijn: normaal in winkels te koop zijn en niet speciaal in bijvoorbeeld de revalidatievakhandel of soortgelijke winkels; niet speciaal voor mensen met een handicap bedoeld, zodat de voorziening ook (op grote schaal) door niet-gehandicapten wordt gebruikt; qua prijs niet (aanzienlijk) duurder is dan vergelijkbare producten. Voorbeelden zijn een fiets met trapondersteuning of een verhoogde toiletpot. Een criterium voor algemeen gebruikelijk kan ook “een geaccepteerde prijsstelling” zijn. Die hoort bij het eerste criterium: “normaal verkrijgbaar”. Hierbij geldt echter dat niet voor iedereen bepaalde producten altijd algemeen gebruikelijk zijn zoals een auto. Niet algemeen gebruikelijke voorzieningen voldoen niet aan een of meer van hierboven genoemde criteria: ze zijn niet in gewone winkels te koop (tilliften), ze zijn speciaal bestemd voor mensen met een handicap (scootmobiels) of ze zijn veel duurder dan vergelijkbare producten (driewielfiets tegenover de gewone tweewieler) of er zijn geen vergelijkbare producten (de tillift). Wat algemeen gebruikelijk is verandert in de loop van de tijd. Zo is een fiets met trapondersteuning algemeen gebruikelijk. Er wordt altijd een individuele beoordeling gedaan. De voorziening moet voor de belanghebbende gezien de individuele omstandigheden algemeen gebruikelijk zijn. Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorliggend op individuele voorzieningen. De gemeente Dalfsen verstrekt geen algemeen gebruikelijke voorzieningen als individuele voorziening. Hoofdstuk2.Beoordeling van de te bereiken resultaten Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis Inleiding Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht huishoudelijk werk, zoals voor 2007 benoemd onder de AWBZ. Het gaat daarbij concreet om het stofzuigen van de woning, het soppen van badkamer, keuken, toilet, het dweilen van vloeren en het overigens schoonhouden van de ruimten die onder de compensatieplicht vallen. Deze ruimten zijn die ruimten die voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken hiervan af te wijken. Afwegingskader Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te houden. Allereerst beoordeelt de consulent er voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn die de beperking kunnen compenseren. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant. Vervolgens beoordeelt de consulent of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als het inkomen niet gedaald is en er zijn geen aantoonbare extra werkzaamheden in relatie tot de handicap, is geen compensatie nodig, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen. Daarna beoordeelt de consulent of er sprake is van gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier wordt dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd. Er zijn situaties waarin de huisgenoot niet gewend is om huishoudelijk werk te doen, of dit nog nooit gedaan heeft. Als het nodig is kan via een tijdelijke indicatie hulp geboden worden voor het aanleren van de huishoudelijke taken. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal het college compenseren. Bij dit compenseren wordt als norm aangehouden de systematiek zoals die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd. Deze systematiek bestaat uit normen uitgedrukt in uren en is indertijd tot stand gekomen in overleg met de toenmalige koepel van zorgaanbieders en is door de Centrale Raad van Beroep als niet-onredelijk aangemerkt. De hulp kan worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij een persoonsgebonden budget wordt het bedrag van dit pgb afgegeven zoals opgenomen in artikel 2.6 van het Besluit Wmo Dalfsen. Ook hier is een andere vorm van toekennen mogelijk, bijvoorbeeld met speciale hulpmiddelen. Daarbij moet altijd vast staan dat het te bereiken resultaat gerealiseerd zal worden, zodat er sprake is van compensatie. Bij huishoudelijke hulp in natura kent de consulent hulp toe in uren. Ook hier kan een andere vorm van toekennen mogelijk zijn. Daarbij moet altijd vast staan dat het te bereiken resultaat bereikt zal worden, zodat er sprake is van compensatie. De hulp in het huishouden kan in twee categorieën worden toegekend: HH1: dit is de overname van schoonmaakwerkzaamheden, waarbij de belanghebbende zelf de regie voert over en sturing geeft aan de schoonmaakwerkzaamheden. Belanghebbende organiseert de hulp dus zelf. HH2: dit wordt geïndiceerd bij een complexere situatie, als belanghebbende niet meer in staat is om het eigen huishouden te sturen en te overzien. Dus als hulp nodig is bij de dagelijkse organisatie van het huishouden, bij de verzorging van andere gezinsleden en bij het koken voor het gezin. Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen zelfstandig recht ontstaat. Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Dan kan op naam van de verzorgde hulp plaats vinden. De tweede situatie betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen huis. Dan zou de verzorgde i.p.v. naturahulp een pgb kunnen aanvragen en dat kunnen gebruiken om de mantelzorger te betalen, die op zijn beurt met dat geld hulp in eigen huis kan bekostigen. Resultaat 2: wonen in een geschikt huis Inleiding In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke vlak en resultaten voor een geschikte woning passend bij de persoon. Wel is er één belangrijke voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden. Als de woning dan nog niet geschikt is kan de gemeente compenseren. Afwegingskader Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de toekomst. Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft of gaat hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen. Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een huurwoning. Ook een (woon)boot of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe gesproken van woning. De consulent beoordeelt allereerst of het resultaat: wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Het primaat van de verhuizing is gebaseerd op het uitgangspunt dat de goedkoopst compenserende voorziening wordt getroffen. Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële consequenties van de verhuizing (als de kosten van een te treffen voorziening lager zijn dan vastgelegd in artikel 3 lid 2 van het besluit Wmo Dalfsen); de termijn waarop een woning beschikbaar komt (in Dalfsen wordt een wachttijd van 6 maanden als gangbaar beschouwd) in relatie tot een redelijke termijn waarbinnen compensatie noodzakelijk is; argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg en sociale omgeving; geen verhuisplicht kan worden opgelegd buiten de kern waarin belanghebbende woont. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten wordt aan het besluit ten grondslag gelegd. Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat de gemeente ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er een aanbouw geplaatst wordt besluit het college vanwege financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen zal de kans op hergebruik miniem zijn. Daarom wordt bij eigen woningen als het maar enigszins kan gekozen voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit, er is daarbij ook aandacht voor de RO-vergunning. Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de situatie van een ruime benedenverdieping, zal de consulent allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt. Bij aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zal de consulent ook beoordelen of het verantwoord is voorzieningen als trapliften op een voor eenieder bereikbare plaats te zetten. Ook kijkt de consulent naar zaken als slijtage door weer en wind. Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt de consulent altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden. Het aanpassen van doelgroepengebouwen gebeurt alleen als de voorziening niet algemeen gebruikelijk is voor de doelgroep. Bijvoorbeeld automatisch opengaande toegangsdeuren en een lift zijn algemeen gebruikelijk in een complex dat voornamelijk bewoond wordt door ouderen of mensen met een beperking. In de prestatieafspraken met Vechthorst en de Veste is opgenomen dat een eerste woningaanpassing van een huurder die minder dan € 1000,- kost voor rekening van de woningbouwvereniging komt. Voor aanpassingen aan wooncomplexen (zoals elektrische deuropeners) is afgesproken dat, als er een noodzaak is aangetoond voor een of meerdere bewoners, de kosten voor 50% voor de gemeente komen en voor 50% voor de woningbouwvereniging. Er worden geen voorzieningen verstrekt in woongebouwen, die in grote mate bewoond worden door mensen met beperkingen of ouderen en waarvan verwacht mag worden dat bij de bouw al voorzieningen zijn getroffen in gemeenschappelijke ruimten of dat voorzieningen bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden. Een bouwkundige aanpassing aan een woning ingevolge artikel 7 lid 2 Wmo wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woning, als financiële tegemoetkoming. De beschikking wordt verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de eigenaar. Een niet-bouwkundige aanpassing aan de woning kan in natura en als persoonsgebonden budget worden verstrekt aan de aanvrager/belanghebbende. De volgende voorzieningen worden in de regel als algemeen gebruikelijk beschouwd: Douchekop op glijstang, eenhendel-mengkraan, thermostatische douchekraan, verhoogde toiletpot, wandbeugels (douche en toilet), ventilatie in douche/badkamer. Renovatie van badkamer en keuken zijn algemeen gebruikelijk wanneer deze ten minste 20 jaar oud zijn. De sociale woningbouw hanteert voor de renovatie van badkamer en keuken een termijn vanongeveer 20 jaar. Omdat als ondergrens voor wat acceptabel is in de Wmo het niveau sociale woningbouw wordt gehanteerd, wordt dit eveneens toegepast voor eigenaren van eenkoopwoning en de vrije huursector. Wel wordt steeds een afweging gemaakt of in de individuele situatie de voorzieningen ook algemeen gebruikelijk zijn. Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen houdt de consulent rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden. Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt de consulent rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend. In bovenstaande beleidsregel geldt voor woningaanpassing hetzelfde als voor de verhuiskosten-vergoeding. Het criterium leeftijd kan nooit een op zich staand argument zijn om af te wijzen, of toe te wijzen. De gemeente kan zich niet beroepen op de algemene regel dat langzaam voortschrijdende aandoeningen al dan niet in combinatie met leeftijd een belanghebbende uitsluit van een beroep op de Wmo, omdat dat een bepaalde groep mensen bij voorbaat uitsluit van een beroep op Wmo. Er kan in afwijking van het gestelde in het eerste afwegingskader een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: De te bezoeken woning staat in de gemeente Dalfsen. Onder bezoekbaar maken, wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken. Het maximumbedrag voor de aanpassing is vastgelegd in artikel 6 van het besluit maatschappelijke voorzieningen Dalfsen. Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften Inleiding In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten nodig. De compensatieplicht is beperkt tot de levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Hieronder vallen dus niet de grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals apparaten. Het is heel normaal dat mensen deze boodschappen geclusterd doen door één maal per week de grote voorraad in huis te halen. Daar kan de Wmo bij aansluiten door uit te gaan van één maal per week boodschappen. Indien mogelijk wordt daarbij gebruik gemaakt van boodschappendiensten. Sommige supermarkten in de gemeente Dalfsen hebben een dergelijke service. Een boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie aanvaardbaar geacht als deze beschikbaar is, de belanghebbende de kosten kan dragen en deze adequate compensatie biedt. Het is ook mogelijk dat vanuit welzijnsorganisaties een boodschappendienst wordt opgezet. Een voorbeeld hiervan is de klussendienst van Landstede, deze is alleen bedoeld voor incidenteel gebruik en biedt dus geen oplossing voor een structureel probleem. Wel is het een oplossing als iemand af en toe hulp nodig heeft. Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. In sommige situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt. Ook zijn er kant- en klaar maaltijden te koop in de supermarkt die soms (tijdelijk) een oplossing kunnen bieden. Afwegingskader Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen inzake levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn en zo nodig het bereiden van maaltijden. Allereerst beoordeelt de consulent er voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn die de beperking kunnen compenseren. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een boodschappenservice, zowel die beschikbaar gesteld zijn door supermarkten, als die zijn opgezet door de gemeente of door vrijwilligersorganisaties. Als het gaat om het bereiden van maaltijden kan bekeken worden of vormen van maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en klare maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn. Vervolgens zal de consulent beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn deze boodschappen te doen. Ook beoordeelt de consulent of er sprake is van gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht het boodschappen doen en maaltijden bereiden kan overnemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid zal naar de concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal de gemeente compenseren met een individuele voorziening. Het uitgangspunt bij boodschappen is één maal in de week boodschappen doen. Hiervan kan alleen afgeweken worden als dat in de persoonlijke situatie noodzakelijk is. De normtijden hiervoor zijn weer de normen zoals voorheen onder de AWBZ gehanteerd, tenzij de feitelijke situatie tot een andere norm leidt. Deze normen worden uitgedrukt in uren en minuten. Het resultaat: beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, als individuele voorziening, kan in natura en via een persoonsgebonden budget bereikt worden. De consulent houdt rekening met de belangen van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting een individuele voorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening kan dan niet – als het een pgb betreft - door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting Ook hier gaat het om een afgeleid recht. De consulent kan ook op voorhand rekening houden met periodes van afwezigheid van de mantelzorger voor vakantie of anderszins. Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Inleiding De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden. Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken van kleding. En soms gaat het om een los naadje of knoopje. We spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger. Afwegingskader Allereerst beoordeelt de consulent er voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn die de beperking kunnen compenseren. Hierbij valt te denken aan het gebruik van een wasserij als dat in de lijn ligt. Vervolgens zal de consulent beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf door betrokkene van een wasmachine en/of droger. Daarna beoordeelt de consulent of er sprake is van gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid zal naar de concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding gaat het over het algemeen gaan om uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijke gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd kunnen worden. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal de gemeente met een individuele voorziening compenseren. De inhoud van het resultaat schone en doelmatige kleding bestaat uit het wassen en drogen daarvan en eventueel licht verstelwerk, zoals het vastzetten van een naadje of het aanzetten van een knoop. Wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed gestreken. Wat betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te worden gestreken. De gemeente heeft een taak om mensen hierover voor te lichten zodat men weet wat verwacht wordt als ooit een beroep op dit resultaat binnen de Wmo wil doen. Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het oog op dreigende overbelasting. Als er een indicatie wordt gesteld, gebeurt dat als afgeleide van de verzorgde op zijn of haar naam. Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Inleiding De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg voor dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de kinderen is. Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppasoma, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men mogelijk een permanente oplossing moeten zoeken. De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte ontstaat om een al dan niet tijdelijke oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost zodat er gezocht kan worden naar een permanente oplossing. Afwegingskader Allereerst beoordeelt de consulent er voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn die de beperking kunnen compenseren. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang, kinderopvang, opvang door grootouders enz. Ook bespreekt de consulent de mogelijkheden van ouderschapsverlof en zorgverlof. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal de gemeente compenseren met een individuele voorziening. Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner vanwege werkzaamheden niet thuis is. Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur, bij een 40-urige werkweek, plus de noodzakelijke reistijden. Bij de toekenning wordt bij beschikking vastgesteld om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing. Ten aanzien van mantelzorgers zal door de consulent rekening worden gehouden met hun belangen als het gaat om het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren. Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning Inleiding Onder de Wmo is er een andere omschrijving gekomen voor “de rolstoel” die in de Wvg was opgenomen. Het gaat in de Wmo om het zich verplaatsen in en om de woning. Dit kan op verschillende manieren plaatsvinden als er een beperking is. Bijvoorbeeld met een trippelstoel, rollator, krukken of een rolstoel. Van deze voorzieningen valt alleen de rolstoel onder de Wmo. De andere voorzieningen vallen onder andere wetgeving of vielen onder andere wetgeving en worden niet meer noodzakelijk geacht (rollator). Deze voorzieningen zijn dus op grond van artikel 2 van de Wmo uitgesloten. Een rolstoel voor kortdurend regelmatig gebruik kan ook gebruikt worden in en om de woning en kan daarom ook onder resultaat 6 vallen. Een rolstoel voor incidenteel gebruik draagt bijna nooit bij aan dit resultaat, omdat die nu juist daar niet voor bedoeld is. Deze wordt vaak gebruikt maar voor verplaatsingen over langere afstanden elders, tijdens uitstapjes. Deze rolstoel past daarmee meer onder resultaat 8 en kan ook als algemene voorziening verstrekt worden. Voor de rolstoel mag geen eigen bijdrage worden gevraagd (artikel 4.1 lid 6 Besluit maatschappelijke ondersteuning). Afwegingskader Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om belanghebbenden die voor het regelmatig verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel. Rolstoelen die de auto worden meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, passen meer onder resultaat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.