Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013De raad van de gemeente Middelharnis; gelezen het voorstel van de Stuurgroep herindeling Goeree-Overflakkee van 15 november 2012; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t :: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot het eerste lid wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Belastingobject 1.Een perceel is een roerende of onroerende zaak. 2.Als één onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, met dien verstande dat bouwwerken of gebouwde eigendommen waarin pleegt te worden overnacht en die deel uitmaken van een in artikel 16, onderdeel e, van deze wet bedoelde onroerende zaak, als zelfstandige roerende of onroerende zaken (recreatiewoningen en stacaravans) worden aangemerkt. 3.Als één roerende zaak wordt mede aangemerkt een gedeelte van een perceel dat blijkens zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.Indien het perceel een woning is, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per perceel. 2.Indien het perceel een niet-woning is, wordt de belasting geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het perceel. 3.Ingeval het in het tweede lid bedoelde perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer van het perceel de voor de onroerende-zaakbelastingen voor die onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.