VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELDEN 2010 Artikel1:Belastbaar feit. Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het gedurende de marktdagen met koopwaar in gebruik nemen van een standplaats op de door het college van burgemeester en wethouders tot marktterrein aangewezen plaatsen. Artikel2:Belastingplicht. Het recht is verschuldigd door degene, die op het marktterrein een standplaats inneemt c.q. door degene op wiens naam het abonnement als bedoeld in artikel 3, lid 2, is gesteld. Artikel3:Abonnement. 1.Houders van een door het college van burgemeester en wethouders toegewezen vaste staanplaats kunnen, indien zij daartoe het verlangen te kennen geven, in de gelegenheid worden gesteld tot het betalen van marktgeld bij wijze van abonnement. 2.Het in het vorige lid bedoelde abonnement, geldende voor de duur van één kalenderkwartaal dan wel één kalenderjaar, moet bij het college van burgemeester en wethouders worden aangevraagd en wel tenminste 10 dagen voor de aanvang van elk kalenderkwartaal respectievelijk kalenderjaar, onder opgaaf van de grootte van de in te nemen plaats. Artikel4:Wijze van heffing. Het recht wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder Mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel5:Tarieven. Het recht bedraagt: per strekkende meter of gedeelte daarvan, tot een diepte van maximaal twee en een halve meter: € 1,45; voor houders van een kwartaal abonnement, als bedoeld in artikel 3, per strekkende meter of gedeelte daarvan, tot een diepte van maximaal twee en een halve meter: € 12,20; voor houders van een jaarabonnement, als bedoeld i artikel 3, per strekkende meter of gedeelte daarvan, tot een diepte van maximaal twee en een halve meter: € 44,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.