Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013Artikel1Begripsbepalingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: Wet werk en bijstand. b. uitkeringsgerechtigde: persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd, die algemene bijstand ontvangt ingevolge de wet, ingevolge de Wet inkomensvoorziening ouderen gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). c. ANW-gerechtigde: persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). d. niet-uitkeringsgerechtigde: persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de wet en de persoon vanaf 16 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de wetten en regelingen in artikel 6 van de wet. Met een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2 van de wet. e. belanghebbende: persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet aanspraak kan maken op een voorziening. f. college het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. 2.De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening en de daarop berustende bepalingen van toepassing. Artikel2Reikwijdte Deze verordening vindt uitdrukkelijk mede haar grondslag in de bepalingen van de in de aanhef vermelde EG-verordening inzakewerkgelegenheidssteun, met name waar het de vormgeving van de voorziening loonkostensubsidie betreft. Artikel3Personenkring De aanspraak op voorzieningen is beperkt tot personen die woonplaats hebben in de gemeente Den Haag. Indien na aanvang van een voorziening de woonplaats van een rechthebbende wijzigt, is het college bevoegd te bepalen of de voorziening desondanks kan worden voortgezet. Van toepassing is artikel 40, lid 1 van de wet. Artikel4Voorzieningen 1.In dit artikel worden drie groepen belanghebbenden onderscheiden: belanghebbenden die binnen drie maanden betaald aan het werk kunnen met de inzet van lichte voorzieningen, te weten de voorzieningen genoemd onder lid 2a tot en met c en e; belanghebbenden die binnen 18 maanden, met gericht aanbod van de onder lid 2 genoemde voorzieningen betaald aan het werk kunnen; belanghebbenden die niet binnen 18 maanden betaald aan het werk kunnen, maar met inzet van de voorzieningen genoemd onder lid 2d en g werken aan hun ontwikkeling en zelfredzaamheid. 2.Het college kan ten behoeve van de belanghebbende zoals genoemd in lid 1 de volgende voorzieningen aanbieden: Sollicitatietraining Het college biedt met modules op maat begeleiding bij het solliciteren naar een reguliere baan. Proefplaatsing Het college kan een proefplaats aanbieden, zoals bedoeld in artikel 10a van de wet. De maximale duur van de proefplaatsing bedraagt 3 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging met maximaal drie maanden. Werkcheque Als tegemoetkoming in aantoonbare kosten volgend uit re-integratie kan het college aan de belanghebbende een kostenvergoeding verstrekken. Deze tegemoetkoming kan worden verstrekt voor zover hiervoor geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, waaronder een vergoeding van de kosten door de werkgever en de kosten naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn. Leerwerkplek Het college kan een leerwerkplek aanbieden. De voorwaarden en verplichtingen voor de leerwerkplek staan omschreven in artikel 10a van de wet. De maximale duur van de leerwerkplek bedraagt twee keer één jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal twee keer één jaar. Het college verstrekt na elke zes maanden aan de uitkeringsgerechtigde op een leerwerkplek een premie, indien: hij in die zes maanden naar het oordeel van het college voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op arbeidsinschakeling de leerwerkplek in die periode niet langer dan gedurende één kalendermaand onderbroken is geweest, tenzij hantering van deze bepaling in het individuele geval in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. De premie bedraagt 50 procent van het maximum bedrag, zoals genoemd in artikel 31 lid 2, sub r van de wet, bij de maximale omvang van de leerwerkplek, zijnde 32 uur. Bij een geringere omvang wordt de premie naar rato verstrekt. De premie is niet van toepassing op de persoon die jonger is dan 27 jaar. Werkgeverscheque Het college kan een tegemoetkoming verstrekken aan de werkgever die aan de belanghebbende een arbeidsplaats aanbiedt en daarvoor aantoonbaar extra kosten moet maken die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn. Loonkostensubsidie Het college kan aan de werkgever een loonkostensubsidie verstrekken ter compensatie van verminderde arbeidsproductiviteit. Deze tijdelijke loonkostensubsidie wordt verstrekt onder de naam loonwaardesubsidie. De loonwaardesubsidie is bedoeld ten behoeve van de belanghebbende met een loonwaarde tot 80 procent. Het college stelt de loonwaarde van de belanghebbende vast aan de hand van een objectieve loonwaardemeting. De loonwaardesubsidie wordt verstrekt op basis van een dienstverband van tenminste zes maanden, met perspectief op uitstroom naar ongesubsidieerde arbeid. De hoogte van de subsidie wordt naar rato van het aantal gewerkte uren berekend. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld over een periode van zes maanden met een mogelijkheid tot verlenging van de periode tot maximaal anderhalf jaar. Loonwaardesubisidie wordt niet aangeboden bij de re-integratie van niet uitkeringsgerechtigden en ANW-gerechtigden. Loonkostensubsidies waarvan de aanvraag voor de eerste subsidieperiode voor 1 januari 2013 zijn ingediend, worden voor de totale subsidieduur verleend met toepassing van de bepalingen van de Verordening Wet Werk en Bijstand 2010 en het Uitvoeringsbesluit Loonkostensubsidie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.