Handhavingsverordening Wet werk en bijstandDe raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 oktober 2004, nr. 2004-10-12; Gehoord de raadscommissie Samenleving d.d. 5 oktober 2004; Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8a van de Wet werk en bijstand; BESLUIT: Vast te stellen de Handhavingsverordening Wet werk en bijstand Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de wet; bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 5, onderdeel d. van de wet; bijstand: algemene en bijzondere bijstand; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland; belanghebbende: persoon die bijstand heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeft ontvangen; indien het een gehuwde betreft wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten verstaan. 2.Voorzover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet. Hoofdstuk2.Fraudepreventie Artikel2Voorlichting, communicatie en controle bij aanvraag Het college stelt minimaal éénmaal per vier jaar een handhavingsplan Sociale Zaken vast, waarin ondermeer aandacht wordt besteed aan fraudepreventie. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand verbonden zijn, en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast beschrijft het college in het beleidsplan tenminste de wijze van controle bij de aanvraag en de handelwijze bij inconsistenties in de aanvraag. Artikel3Validering van gegevens Het college voert bij de aanvraag bestandsvergelijkingen uit waarbij actuele gegevens worden gecontroleerd. Op grond hiervan kunnen bijstandsuitkeringen na verificatie aan veranderde omstandigheden worden aangepast. Hoofdstuk3.Terugvordering en verhaal Artikel4Terugvordering 1.Het college vordert de kosten van bijstand terug in de gevallen die in de artikelen 58 en 59 van de wet zijn aangeven, voorzover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van terugvordering kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn van immateriële aard. Artikel5Verhaal 1.Het college verhaalt de kosten van bijstand in de gevallen die in artikel 61 van de wet zijn aangegeven, voorzover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Van verhaal kan worden afgezien indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn van immateriële aard. Artikel6Invordering en kwijtschelding 1.Het college stelt zich tot doel om de teruggevorderde en de op derden verhaalde bijstand optimaal in te vorderen, voorzover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2.Het college kan besluiten van gehele of gedeeltelijke (verdere) invordering af te zien indien de belanghebbende: een minnelijke regeling in het kader van, of analoog aan, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft getroffen, dan wel na het doorlopen van het gerechtelijk traject is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende vijf jaar weliswaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigener beweging binnen die periode heeft betaald; gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; een voor het college acceptabel voorstel tot afkoop doet; een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd. 3.De in het tweede lid onder b. en c. genoemde termijn is drie jaar indien de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB. 4.Het college ziet niet af van (verdere) invordering indien de terugvordering meer dan één keer het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB. 5.Het tweede lid is niet van toepassing indien een opgelegde periodieke onderhoudsverplichting nog niet is geëindigd. 6.Het college stelt middels het handhavingsplan Sociale Zaken criteria vast voor categorieën van vorderingen, personen en termijnen voor het verrichten van heronderzoek op vorderingen. Hoofdstuk4.Controle Artikel7Controle tijdens en na beëindiging van de bijstand Het college voert heronderzoeken uit om de rechtmatigheid van de uitkering te controleren, alsmede onderzoeken naar de reden van beëindiging van de uitkering, binnen door het college nader te bepalen termijnen en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds tussen het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan. Artikel8Controlemiddelen 1.In het handhavingsplan Sociale Zaken beschrijft het college tenminste de wijze van controle en de handelwijze bij inconsistenties bij de beoordeling van inlichtingen die door belanghebbende zijn verstrekt. 2.Het college maakt ter controle voorts gebruik van bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voorkomen. 3.Het college onderzoekt overige signalen en tips die relevant zijn voor het recht op bijstand. Hoofdstuk5.Gevolgen bij fraude Artikel9Verlaging van de uitkering Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt, die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de bijstand, verlaagt het college de bijstand, conform hetgeen hierover is bepaald in de Afstemmingsverordening WWB, onverminderd de mogelijkheid tot terugvordering van de eventueel ten onrechte ontvangen bijstand. Artikel10Aangifte bij het Openbaar Ministerie Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 9 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de bijstand te verlagen en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten. Hoofdstuk6.Slotbepalingen Artikel11Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1.In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel12Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.