← Nederland

Aalsmeerse gebiedsvisie (Aalsmeer)

Aalsmeerse gebiedsvisie1 Inleiding en achtergronden 1.1 Inleiding In 1993 is de Ontwikkelingsvisie Aalsmeer door de gemeenteraad vastgesteld. De ontwikkelingsvisie schetst het planologisch toekomstperspectief voor de gemeente Aalsmeer en wordt gebruikt als toetsingskader voor het ruimtelijk beleid. Recente ontwikkelingen in en om Aalsmeer zijn voor het gemeentebestuur echter aanleiding geweest om een hernieuwde visie op de ruimtelijke ontwikkeling op te stellen. Resultaat hiervan is de voor u liggende Aalsmeerse Gebiedsvisie, de AGV, die een beeld schetst van de verwachte en gewenste ontwikkelingen tot 2010, met een doorkijk naar

  1. Ontwikkelingen op rijks- en provinciaal niveau zijn aanleiding geweest de gemeentelijke wensen en mogelijkheden op langere termijn opnieuw te bezien, niet alleen vanuit een lokaal perspectief maar ook interregionaal. De gemeente Aalsmeer heeft samen met de Provincie Noord-Holland en de gemeenten Haarlemmermeer, Amstelveen, Uithoorn en De Ronde Venen, als bouwsteen voor het nieuw op te stellen streekplan Noord-Holland Zuid, ingegeven door ontwikkelingen verband houdende met het Masterplan N201, het initiatief genomen om een Intergemeentelijke Gebiedsvisie op te stellen, waarin gezamenlijk de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen worden weergeven. Het startdocument AGV leverde de Aalsmeerse input in dit traject. Ook het verschijnen van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening 2000-2020 vraagt om een heldere bepaling van positie en doelstellingen. Deze AGV en de tegelijkertijd voorliggende IGGV kunnen de gemeente helpen om zorgvuldig op de inhoud van deze ontwikkelingen te reageren. Daarmee is de AGV de ontwikkelingsvisie voor de toekomst. 1.2 De AGV De AGV schetst ten aanzien van de Ontwikkelingsvisie nieuwe plannen en denkbeelden, waaronder bijvoorbeeld de ontwikkeling van Nieuw Oosteinde en de door de provincie geprojecteerde omlegging van de N201, welke het ruimtelijk beeld van de gemeente de komende periode zullen domineren. Daarnaast wil de gemeente met de AGV haar wensen omtrent het ontwikkelen van groene zones, het behoud van de bestaande lintenstructuur van Aalsmeer en de belangrijke rol van water binnen de structuur van de gemeente een vaste plek geven in de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. In het voorjaar van 2000 is het Startdocument Aalsmeerse Gebiedsvisie verschenen. Dit startdocument is vervolgens uitgebreid behandeld, zowel intern (politieke behandeling in de commissie Algemeen Beleid en uitgebreide ambtelijke toetsing) als extern (via een informatie-avond, klankbordoverleg, inspraak volgens de Inspraakverordening en overleg als bedoeld in artikel 10 BRO). Naar aanleiding hiervan is deze definitieve versie van de AGV opgesteld. De visie is onlosmakelijk verbonden met het eerder verschenen Startdocument en de Globale Uitwerking N
  2. Deze zijn als bijlagen bij de AGV te beschouwen, tezamen met de bijlagen met betrekking tot de inspraak en besluitvorming, welke in een apart document zijn opgenomen en een nadere verkeersstudie naar aanleiding van de in de AGV geschetste ontwikkeling rondom de N
  3. De AGV bestaat uit kaartbeelden van de bestaande situatie en de autonome ontwikkelingen (zie ook het Startdocument), deze tekstuele toelichting en een grote kaart van de ontwikkelingen tot 2010 met een doorkijk naar
  4. In de visie wordt (thematisch) een beeld geschetst van de huidige situatie, de autonome ontwikkelingen en de toekomstige ontwikkelingen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op wonen, verkeer, bedrijvigheid, groen en water. In deze toelichtende tekst zijn de inspraakreacties, alsmede de reactie daarop van B&W verwerkt. Bij het schetsen van de toekomstige ontwikkelingen speelt een aantal ambities een rol. Het betreft hier achtereenvolgens: het groen-blauwe casco met oost-west en noord-zuid verbindingen; het versterken van de bestaande lintenstructuur; het afronden van de bestaande kernen; het recreatieve gebruik van de plassen en oevers van de Westeinder. Deze punten, welke bij de relevante thema’s worden toegelicht, worden als ontwerp-elementen gehanteerd bij de realisatie van de geschetste ruimtelijke ontwikkelingen. Met name het groenblauwe casco en de lintenstructuur worden als onderleggers voor de visie gebruikt. De AGV is richtinggevend voor het toekomstig ruimtelijk beleid en zal als toetsingskader voor plannen en gewenste ontwikkelingen gebruikt worden. 2 Wonen 2.1 Algemeen Reeds in de Ontwikkelingsvisie Aalsmeer van 1993 is aangegeven dat de gemeente Aalsmeer in een regio ligt waar de diverse ontwikkelingen relatief snel gaan. Als belangrijkste items zijn hierbij genoemd: de oprukkende verstedelijking, de ontwikkelingen rond Schiphol en de recreatieve druk. Deze items zijn nog steeds actueel. Delen van Aalsmeer, met name de oostzijde, vallen binnen de veiligheidszone en (enkele) geluidscontouren van Schiphol. Binnen deze zones gelden strenge beperkingen ten aanzien van woningbouw en andere ontwikkelingen. De verdere ontwikkeling van Schiphol heeft, door bestaande en mogelijk veranderende veiligheids- en geluidscontouren, invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van de gemeente. 2.2 Drie-kernen-structuur Aalsmeer is opgebouwd uit een drietal woonkernen: Aalsmeer- Dorp, Oosteinde en Kudelstaart. Aalsmeer-Dorp heeft de grootste aaneengesloten woonbebouwing. Elke kern heeft een eigen identiteit. Het behoud van de bestaande drie-kernenstructuur wordt van groot belang geacht. Het streven is deze kernen op kleine schaal verder af te ronden, opdat zij elk zelfstandig goed kunnen functioneren. Daarnaast zullen de verbindingen (verkeer en groen) tussen deze kernen verbeterd worden. Bovendien zet de gemeente zich in om de eigen karakters van de kernen te bewaren. Ambitie die uit de AGV duidelijk naar voren komt is de afronding van Nieuw Oosteinde tot een afgeronde dorpskern, de afronding van de kern Kudelstaart, alsmede de hereniging van de beide delen van het Dorp die mogelijk wordt door de verlegging van de N
  5. 2.3 Lintbebouwing Naast de kernen is ook de woonbebouwing langs de linten karakteristiek voor Aalsmeer. Met name langs de Oosteinderweg, de Aalsmeerderweg, de Uiterweg en de Hornweg is deze bebouwing te vinden. Oorspronkelijk was in deze linten achter de meeste woningen een (tuinders)bedrijf aanwezig. Sinds de schaalvergroting in de tuinbouw zijn veel woningen echter niet meer gekoppeld aan het daar achtergelegen bedrijf, maar worden zij als burgerwoning gebruikt. De linten vormen een belangrijke onderlegger voor de AGV. De volgende zaken zijn van belang: de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de linten; een noodzakelijke kwaliteitsverbetering van de lintenstructuur (met name de Oosteinderweg en de Uiterweg); een noodzakelijke ruimtelijke begrenzing van deze kwaliteitsverbetering door de groene Bovenlanden (ten zuiden van de Ringvaart). De gemeente streeft naar behoud en verbetering van de bestaande lintenstructuur, met name door op maat gesneden bestemmingsregelingen en een consequent handhavingsbeleid. Bedrijvigheid in de linten wordt geweerd en verdere verdichting wordt tegengegaan. Op deze wijze wordt voorkomen dat de ruimtelijke kwaliteit en de afwisseling tussen bebouwde en onbebouwde delen van de linten verloren gaat. Met het realiseren van open, groene doorkijkjes vanaf de weg wordt bovendien recht gedaan aan de groene ambitie voor de langere termijn. De ambitie voor behoud en enige uitbreiding van de groene Bovenlanden kan in de praktijk conflicteren met de wens tot kwaliteitsverbetering van de Oosteinderweg en de Uiterweg. Uitbreiding van de lintbebouwing richting de Bovenlanden wordt teruggedrongen. De lintstructuur kan worden verrijkt met een vierde lint, de Middenweg. Dit vergt een specifieke stedenbouwkundige en landschappelijke aandacht voor de vormgeving van deze weg die ontsloten wordt door de verlegd N
  6. 2.4 Woningbouw Om te kunnen voldoen aan de woningvraag van inwoners van Aalsmeer zelf en van overige woningzoekenden heeft de gemeente tot 2010 verschillende woningbouwlokaties aangewezen. De grondslag van deze woningbouwlokaties ligt in afspraken die zijn gemaakt tussen de provincie Noord- Holland, het Regionaal Overlegorgaan Amsterdam (ROA) en de gemeente (de zogenaamde woningbouwtaakstellingen). De grootste woningbouwlokatie is Nieuw Oosteinde, waar circa 1300 woningen gebouwd zullen worden. Daarnaast zijn verschillende kleinere woningbouwontwikkelingen voorzien in Aalsmeer-Dorp en Kudelstaart. Voor de lange termijn

(2020)behoort nog een eventuele verdere uitbreiding van Oosteinde tussen de Aalsmeerderweg en de Oosteinderweg tot de mogelijkheden. Een woonuitbreiding aansluitend op de oude kern aan de westzijde van Aalsmeer wordt niet overwogen, in verband met de aanwezigheid van de historische tuin en de kwetsbare Bovenlanden. Dit geldt ook voor een wooneiland in de Westeinderplassen. Wel is een ambitie uitgesproken voor enige woningbouwontwikkeling richting de oeverzone nabij Vrouwentroost. 3 Verkeer 3.1 Wegenstructuur De voorgestelde wegenstructuur strookt, met uitzondering van de voorgestelde inrichting van de huidige N201 en het beoogde tracé van de Hoogwaardig Openbaar Vervoer-lijn Hoofddorp - A2, met het Verkeerscirculatieplan 1999 (VCP). Uitgangspunt hierbij is een verlegging van de N201 in oostelijke richting en een aansluiting daarop ter hoogte van de Middenweg. 3.2 Verlegde N201 Aalsmeer wordt doorsneden door de N201, de drukste provinciale weg van Nederland. Deze weg vormt een grote barrière voor het lokale verkeer en, vanwege het grote ruimtebeslag van weg en geluidsschermen, voor de ruimtelijke inrichting van Aalsmeer-Dorp. De doorstroming op deze weg is vaak slecht, met name in de spitsuren, en de brug over de Ringvaart veroorzaakt vaak opstoppingen. Ook de verkeersveiligheid laat te wensen over. Om deze problemen het hoofd te bieden is het Masterplan N201 ontwikkeld. Dit Masterplan, waarvan de verlegging van de N201 deel uitmaakt, bevat een samenhangend pakket van maatregelen met als doel een structurele oplossing te bieden voor de veiligheidsproblemen op- en leefbaarheidsproblemen langs de bestaande N201 tussen de A2 en de A
  1. Verder zijn maatregelen opgenomen die de economische bereikbaarheid verzekeren door een snellere afwikkeling van het verkeer vanuit het gebied Haarlemmermeer-Aalsmeer- Amstelveen-Uithoorn naar het hoofdwegennet (A4 en A9). De verlegde N201 zal daarom vanaf de Legmeerdijk en westelijke richting (naar de A4 en A9), inclusief de op te waarderen Fokkerweg, als stroomweg (met ongelijkvloerse kruisingen) worden uitgevoerd. Vanaf de Legmeerdijk richting A2 wordt de N201 als gebiedsontsluitingsweg ingericht. De verlegde N201 met de bijbehorende kunstwerken dienen zodanig te zijn gedimensioneerd dat zij voldoende toekomstwaarde hebben. De inrichting zal voorts moeten voldoen aan het concept Duurzaam Veilig. De verlegde N201 is vanuit Aalsmeer bereikbaar via de volgende aansluitingen: Legmeerdijk, van belang voor o.a. bedrijventerrein Hornmeer, VBA, Kudelstaart, Hornmeer; Middenweg, van belang voor o.a. bedrijventerrein N201-zone, Oosteinde, deel Stommeer; Bestaande N201 in Haarlemmermeer, van belang o.a. voor centrum, deel Stommeer. De Middenweg zal een belangrijke noord-zuid verbinding gaan vormen tussen Aalsmeer-Dorp en Nieuw Oosteinde. De inrichting van de Middenweg verdient onder andere in dit licht de nodige aandacht. 3.3 Huidige N201 De verlegging van de N201 mag niet leiden tot een tweede doorsnijding. Dat betekent dat het bestaande tracé met de zone er omheen zodanig wordt ingericht dat de samenhang tussen de delen van Aalsmeer ter weerszijden ervan wordt hersteld. Uitgangspunt hierbij is dat de weg en het aangrenzende gebied tussen de Zwarteweg en de Van Cleeffkade/ Oosteinderweg wordt ingericht als 30 km-gebied, waardoor dit minder aantrekkelijk wordt voor doorgaand verkeer. Voor de geplande HOV-lijn zal een tracé moeten worden gevonden in het huidige N201-gebied. 3.4 Openbaar Vervoer In de gemeente Aalsmeer is thans geen hoogwaardig openbaar vervoer aanwezig. De dichtstbijzijnde NS-stations zijn Hoofddorp (stoptrein-halte) en Schiphol (intercity-halte). De gemeente wordt wel ontsloten door een aantal bussen. Met deze bussen zijn Haarlem, Hoofddorp, Schiphol en Utrecht te bereiken. Een knelpunt is dat de bussen ’s avonds en in het weekend weinig of zelfs niet rijden. Ook relatief dichtbij gelegen kernen, zoals Amstelveen, zijn moeilijk te bereiken. De mobiliteit wordt hierdoor beperkt. Voor Aalsmeer belangrijke ontwikkelingen in de regio zijn o.a. de aanleg van het kerntraject van de Zuidtangent (Haarlem- Hoofddorp-Schiphol centrum-Schiphol Oost-Amsterdam zuidoost en verder), het doortrekken van de sneltram in Amstelveen naar Westwijk en de aanleg van de zijtak van de Zuidtangent (door Aalsmeer) van Hoofddorp NS richting A
  2. Deze zijtak krijgt in Aalsmeer twee haltes, één ter hoogte van het Centrum en één nabij de Zwarteweg. Deze laatste halte zal hierbij het belangrijkste OV-knooppunt vormen, van waaruit het verdere ontsluitend openbaar vervoer zal moeten plaatsvinden. In het licht van de in deze visie geschetste ontwikkelingen is het van belang dat er aandacht wordt besteed aan de verbetering van de bereikbaarheid van de woon- en werklocaties in de gemeente per openbaar vervoer. De planuitwerking voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein langs de nieuwe N201 zal hand in hand moeten gaan met nadere studie ten aanzien van Openbaar Vervoer en vervoersmanagement. Hierbij zal niet alleen gekeken worden naar een oost-west verbinding voor openbaar vervoer (de zijtak van de Zuidtangent), maar ook naar de mogelijkheden voor een noord-zuid verbinding (richting Amsterdam en vice versa). 3.5 Ondergronds Logistiek Systeem (OLS) Het OLS, dat sinds enkele jaren in ontwikkeling is, betreft een systeem voor ondergronds vervoer van tijdkritische goederen tussen de luchthaven Schiphol, de Bloemenveiling in Aalsmeer en een nog te bouwen railterminal nabij Hoofddorp. Door het OLS worden drie modaliteiten (weg-lucht-rail) met elkaar verbonden. Een voor de hand liggende ontwikkeling is dat er een substitutie plaatsvindt van wegvervoer naar railvervoer met als uitgangspunt het gebruik van het Europese hogesnelheidsnet, dat de meeste grote Europese steden met elkaar verbindt. Het tracé in Aalsmeer is gepland langs de verlegde N201 met een terminal nabij de Bloemenveiling. Het tijdstip van aanleg is in hoge mate afhankelijk van de realisering van de railterminal nabij Hoofddorp. 4 Bedrijvigheid De belangrijkste vormen van bedrijvigheid in Aalsmeer zijn: (glas)tuinbouw; Verenigde Bloemenveiling Aalsmeer (VBA); veilinggebonden bedrijvigheid; TV-studio’s; diverse meer kleinschalige handelsactiviteiten; de specifiek Aalsmeerse trekheestercultuur; scheepsbouw; detailhandel. 4.1 (Glas)tuinbouw Van oudsher is Aalsmeer een belangrijke (glas)tuinbouwgemeente. De glastuinbouw in Nederland staat onder druk door diverse factoren, zoals het ontbreken van ruimte voor schaalvergroting, hoge grondprijzen en noodzakelijke technologische vernieuwingen (voor milieu, energie en water). Tuinbouwbedrijven hebben moeite om aan deze toenemende eisen te blijven voldoen gezien hun financiële positie, de bedrijfsstructuur en de technische eisen die worden gesteld aan vernieuwing. Ook het ruimtegebrek binnen de gemeente, onder meer veroorzaakt door bestaande ruimteclaims voor bijvoorbeeld woningbouw of overige bedrijvigheid, speelt de Aalsmeerse glastuinbouwbedrijven parten. Er is een autonome ontwikkeling waarneembaar waarbij de glastuinbouw zich concentreert in de Schinkelpolder en nabij Kudelstaart in de Legmeerpolder. In de overige gebieden, zoals de Oosteinderpoelpolder, nemen de oorspronkelijke (glas)tuinbouwactiviteiten af voor een breed scala aan veilinggebonden-, glastuinbouwgerelateerde en (overige) handelsactiviteiten. De nabijheid van Schiphol is een groot voordeel voor dergelijke handelsactiviteiten. In dit kader voorziet het gemeentebestuur geen nieuwe glastuinbouw meer in Aalsmeer. De twee genoemde gebieden zijn aangewezen als modern glastuinbouwgebied, overige nieuwbouw zal elders in de regio plaatsvinden. Aalsmeer zal zich in de toekomst meer ontwikkelen als kenniscentrum van de glastuinbouw dan als puur produktiegebied. De trekheestercultuur is vanwege de specifieke grondslag te vinden in de Bovenlanden (ten zuiden van de Ringvaart) en vertegenwoordigt een belangrijke cultuur-historische waarde in Aalsmeer. In het bestemmingsplan De Bovenlanden, waarvoor in januari 2001 de visie op hoofdlijnen is vastgesteld, komt dit ook tot uitdrukking. 4.2 TV-studio’s De TV-studio’s, met bijbehorende kantoren en het zogeheten media-gerelateerd entertainment, nemen een prominente plaats in in Aalsmeer-Dorp. In het startdocument is op het kaartbeeld voor 2020 een uitbreiding van het studiocomplex te zien aan de overzijde van de burgemeester Kasteleinweg. Deze uitbreiding wordt echter niet wenselijk/mogelijk geacht. In februari 2001 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Van Cleeffkade vastgesteld en daarmee het planologisch kader aangegeven voor de ontwikkelingen rond het complex van de studio’s en bijbehorende voorzieningen. In het bestemmingsplan is ruimte gemaakt voor beperkte uitbreiding van het oppervlak van het complex dat kan worden gebruikt als kantoorruimte of voor media-gerelateerd entertainment. Het plan is in sterke mate geënt op eerder gemaakte afspraken tussen het ministerie van VROM, de provincie Noord-Holland, Van den Ende studio’s en de gemeente. 4.3 Bedrijfsterreinen De bedrijfsterreinen bevinden zich momenteel voornamelijk in het zuidoosten van de gemeente. Het grootste deel is momenteel in gebruik bij de Verenigde Bloemenveiling Aalsmeer. De overige vier bedrijfsterreinen zijn Hornmeer, Middenweg, Molenvliet en Molenvliet II. Deze terreinen worden thans ontsloten door de (huidige) N
  3. Met het provinciale plan voor de omlegging van de N201 is het gebied rondom de nieuw aan te leggen weg aangewezen als bedrijventerrein. Enerzijds beperken zowel de veiligheids- en geluidscontouren van Schiphol en van de nieuw aan te leggen weg de mogelijkheden voor andere ontwikkelingen alhier, anderzijds is er in regionaal verband veel vraag naar bedrijfsruimte en bedrijfslocaties. De omlegging van de weg en het ontwikkelgebied met bedrijfsterreinen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder weg komt er geen bedrijventerrein, zonder bedrijventerrein komt er geen weg. Op het nieuwe bedrijventerrein komt onder meer ruimte voor veilinggebonden en glastuinbouwgerelateerde bedrijvigheid, maar ook andere typen bedrijven en kantoren zijn mogelijk en wenselijk. De mogelijkheden zullen worden verkend in een gecombineerd onderzoek naar de financiële, stedenbouwkundige en markttechnische ontwikkelingskansen van het terrein. In dit licht is het ook gewenst te bezien of bestaande bedrijven inpasbaar zijn in het nieuwe bestemmingsplan. Aan de ruimtelijke inpassing van het bedrijventerrein zal de grootste zorg worden besteed. Voorkomen moet worden dat de samenhang verdwijnt tussen Oost en Aalsmeer-Dorp. In dit kader speelt de inrichting van de Middenweg en het zoveel mogelijk handhaven van de bestaande linten een grote rol. Ook zal er aandacht zijn voor de afscheiding tussen de lintbebouwing en het bedrijventerrein. 4.4 Detailhandel Op dit moment tekenen zich enkele grootschalige detailhandelontwikkelingen af, onder meer ten zuiden van de Schinkelpolder. Dit gebied kenmerkt zich door glastuinbouw met beperkte toekomstwaarde en er is een autonome ontwikkeling zichtbaar in de richting van detailhandel. Verdere ontwikkeling van detailhandel is thans nog niet inzichtelijk. Voor onderbouwing van de noodzaak en aanvaardbaarheid van ontwikkeling van grootschalige detailhandel is een (regionaal) distributie-planologisch onderzoek te overwegen. In het startdocument is aangegeven dat het gebied ten zuiden van de Schinkelpolder, tussen de Aalsmeerderweg en de Legmeerdijk, is aangewezen voor grootschalige detailhandel (kaartbeeld 2020). In de huidige visie is dit niet zo expliciet opgenomen: grootschalige detailhandel alhier wordt niet uitgesloten, maar andersoortige bedrijvigheid is ook mogelijk. Het gebied wordt dan ook aangeduid als ‘gemengd bedrijventerrein’, wat de verschillende mogelijkheden open laat. 4.5 Recreatieve bedrijvigheid Overige bedrijvigheid is te vinden in de vorm van jachthavens en waterrecreatie (zie onder groen en water). De bovenlanden, de Ringvaart en de Westeinderplassen worden op en vanaf het water intensief gebruikt door recreanten. Met name langs de Uiterweg zijn in het bovenlandengebied veel jachthavens gesitueerd. Ook op andere lokaties in de Westeinderplassen zijn havens te vinden en er is een beperkte vorm van oeverrecreatie in Vrouwentroost, welke in de toekomst behouden zal blijven. De hoge natuurwaarden geven het gebied een hoge potentie voor recreatie. Natuur en recreatie gaan in dit kader goed samen: wel wordt met zorg gekeken naar het beheer, bijvoorbeeld ten aanzien van het gebruik van oevers en eilandjes, opdat er wordt voorkomen dat recreatieve activiteiten de natuurwaarden aantasten. Er moet hierbij zorgvuldig aandacht worden besteed aan bijbehorende voorzieningen, zoals aanlegplaatsen, om de natuurwaarden van de oevers te ontzien en een natuurvriendelijke oeverinrichting te creëren. Daarnaast zal bij de uitwerking van plannen voor het benutten van Fort Kudelstaart voor recreatie aandacht worden besteed aan de herkenbaarheid van het object als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. In het startdocument is ook het ontwikkelen van een recreatieeiland nabij het Kloppenburgergat als versterkend element opgenomen. Deze gedachte is in de huidige visie echter losgelaten vanwege de hoge natuurwaarde van deze lokatie. Het is niet wenselijk dan wel noodzakelijk een recreatie-eiland op deze lokatie te realiseren. Recreactie op het land is minder ver ontwikkeld dan recreactie op het water. Deze vorm van recreatie is voornamelijk een afgeleide van andere functies: het betreft vooral recreatief medegebruik in de vorm van fietsen en wandelen. De routes worden waar mogelijk opgenomen in het groen-blauwe casco (zie onder groen, water en recreatie). 5 Groen en water 5.1 Landschap Aalsmeer en Kudelstaart lagen in de middeleeuwen te midden van moerassen, plassen, meren en veenkreken. Vanaf die tijd nam de vraag naar turf sterk toe. Door het afgraven van turf ontstonden tussen de 16e en de 19e eeuw de Haarlemmermeer, de Legmeerplassen, de Oosteinderpoel en de Westeinderplassen. Doordat er weinig grond beschikbaar was legde de bevolking van Aalsmeer zich toe op intensieve tuinbouw. In de 17e eeuw werden het Stommeer en het Hornmeer drooggelegd. In de 19e eeuw volgden de Haarlemmermeer, de Schinkel, de Oosteinderpoel en de Legmeerplassen. De dijken zijn nog als verhogingen in het landschap terug te vinden. Het landschap in Aalsmeer bestaat heden ten dage uit het hoog gelegen bovenland, wat bestaat uit niet afgegraven veen en boezemwater, en de laag gelegen droogmakerijen met polderwater. De bovenlanden bestaan uit loodrecht op de lintwegen gelegen legakkers met brede afwateringssloten. De specifieke grondslag en waterbeheersing bieden goede mogelijkheden voor trekheesterteelt, flora en fauna. Dit gebied is zowel landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch als recreatief van groot belang. De weidse, laaggelegen polders zijn deels in gebruik als agrarische gronden of voor tuinbouw. De combinatie van deze twee landschapstypen in combinatie met de grote hoeveelheid water in de gemeente, resulteert in een groot potentieel voor natuur. 5.2 Groen Het gebied van de bovenlanden van de Ringvaart en de Westeinderplassen vormt een belangrijke groene ruggengraat binnen de gemeente. Ook in regionaal verband vormt dit gebied een belangrijke ecologische verbinding, als onderdeel van de provinciale ecologische hoofdstructuur. Een knelpunt voor de ecologische structuur wordt gevormd door de onderbreking van de oeverzone langs de Ringvaart door de huidige N201 en de oude kern van Aalsmeer. Vanwege de aanwezigheid van deze functies is het niet mogelijk deze structuur geheel te herstellen: deze lokatie blijft een zwakke schakel in de ecologische hoofdstructuur. Wel streeft de gemeente er naar zoveel mogelijk tegemoet te komen aan ecologische verbindingen. Er zal aandacht worden besteed aan zogenaamde groene stepping stones bij de invulling van het gebied en na de omlegging van de N
  4. Met behulp van deze stepping stones wil de gemeente de ecologische verbinding doortrekken naar de Westeinderplassen. 5.3 Water Water vormt een belangrijk onderdeel van de structuur binnen de gemeente. Er kan een onderscheid worden gemaakt in boezemwater (Westeinderplassen, Ringvaart en het water tussen de Oosteinderweg en de Hoge Dijk) en polderwater (Oosteinderpoelpolder, Legmeerpolder etc.). Beide watersystemen kennen een eigen dynamiek en waarde. Het boezemwater maakt onderdeel uit van het Rijnlands boezemstelsel dat een vast waterpeil kent. Het polderwater is enkele meters lager gelegen en kent een zekere variatie in het waterpeil. Het watersysteem van de polders is, meer nog dan het boezemstelsel, onderhevig aan invloeden van neerslag. Een belangrijk aandachtspunt voor de polders is het waterbergend vermogen versus verhard oppervlak (glas, wegen, woningen) en de matige kwaliteit van het polderwater. Beide aspecten krijgen in de toekomst de nodige aandacht. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen waar het verhard oppervlak toeneemt is meer ruimte voor water noodzakelijk. In het kaartbeeld is dit duidelijk te zien bij de grootschalige ontwikkelingen van woningbouwlokatie Nieuw Oosteinde en de realisatie van het bedrijventerrein. Deze lokaties bieden extra mogelijkheden voor verruiming van polderwater, vanwege de nieuwe en grootschalige inrichting die op de agenda staat. Bovendien kan water in dergelijke plangebieden voor een extra kwaliteitsimpuls zorgen door de mogelijkheden van multifunctioneel gebruik: dubbelgebruik van water voor bijvoorbeeld recreactie en gebruik van water in de inrichting van de gebieden levert een extra kwaliteitsimpuls. Ook op kleinere schaal zal dit principe worden toegepast. De Middentocht die centraal door de gebieden van Nieuw Oosteinde en het bedrijventerrein loopt wordt in de planvorming meegenomen. Wel is het mogelijk dat de loop van deze tocht wijzigt. 5.4 Groen-Blauw Casco Groen en water vormen een belangrijke onderlegger voor de Aalsmeerse Gebiedsvisie. De huidige structuur van het boezemwater en de bovenlanden, bestaande groenstructuren en gewenste ecologische verbindingen zijn de structurerende elementen in de toekomstige ontwikkeling van Aalsmeer. Tezamen vormen zij een groen-blauw casco dat de hoog gewaardeerde, doch kwetsbare natuurwaarden van Aalsmeer moet veiligstellen. Het groen-blauwe casco is van oorsprong een regionale structuur met betekenis voor water, natuur en recreatie. Het vormt als het ware de groene en blauwe basiskwaliteit voor de langere termijn. Nieuwe onderdelen van het casco zullen in de periode tot 2010 actief ontwikkeld worden. Binnen de structuur liggen ‘gebruiksruimten’ waarin een flexibele invulling mogelijk is (bijvoorbeeld recreatieve activiteiten of bouwactiviteiten). Van uitermate groot belang is het gegeven dat het groenblauwe raamwerk als maatgevende factor zal worden gehanteerd bij de verdere inrichting van de openbare ruimte. Het raamwerk geeft hiermee richting aan mogelijke ontwikkelingen op verschillende schaalniveau’s (lokaal, regionaal). Nieuwe plannen worden ingepast in het bestaande raamwerk. Zo is bijvoorbeeld bij het geprojecteerde bedrijventerrein rekening gehouden met een brede, doorlopende groene zone langs de Machineweg. De volgende Aalsmeerse groene elementen maken deel uit van het casco: en groene dooradering van de huidige en toekomstige bebouwing in de Oosteinderpoelpolder, vanaf het Schinkelbos via de Legmeerdijk richting de Bovenkerkerpolder (in de vorm van een recreatieve verbinding binnen het raamwerk van het groen-blauwe casco); een groene dooradering van de Bovenlanden langs het Molenvlietterrein richting de sportvelden en vervolgens een doortrekking richting Uithoorn; een groene dooradering van af het fort Kudelstaart en Vrouwentroost richting fort de Kwakel (Hollandse Waterlinie); een sterke groene verbinding tussen de Westeinderplassen langs de Bilderdammerdijk richting de bovenlanden van de Amstel; een groene zone tussen de bovenlanden en de Legmeerdijk, parallel aan de Machineweg; een ecologische verbinding tussen de Amstelveense Poel en de ecologische zone langs Westwijk van Amstelveen; de provinciale ecologische hoofdstructuur langs de Ringvaart. De meeste groene verbindingen bestaan reeds of zijn in de planperiode tot 2010 te realiseren. Dit geldt niet voor de stevige groene verbinding van de Westeinderplassen naar de Bovenlanden van de Amstel of voor de verbinding tussen de Amstelveense Poel en Westwijk. Deze staan dan ook als ontwikkelingspijl voor 2020 weergegeven. De komende jaren moet gedacht worden op welke wijze de verbindingen vorm kunnen krijgen. Gedacht kan worden aan relatief bescheiden ingrepen, zoals de aanleg van lijnvormige structuren van bomen en struiken en agrarisch perceelsrandenbeheer, of juist aan meer robuuste groenstructuren zoals de aanleg van bos en de aanleg van een natte verbindingszone tussen grote boezemwateren (zoals Westeinder en de bovenlanden van de Amstel). In de Intergemeentelijke Gebiedsvisie is het casco uitgebreid opgenomen. In het kaartbeeld van de AGV zijn slechts enkele van de lokale onderdelen van het casco aangegeven. Ook in het rapport Amstel-Groen, een regionale groenvisie, komt de groene door-adering terug. Hier wordt ook dieper ingegaan op de recreatieve mogelijkheden die het groenblauwe casco biedt. In Amstel-Groen wordt onder meer een vlakgroenlokatie in de Zuider-Legmeerpolder (tussen Aalsmeer en Uithoorn) voorzien. De gemeente zal er voor zorgen dat dergelijke lokaties goed bereikbaar zullen zijn. 6 De toekomst van Aalsmeer In voorgaande paragrafen en in de bijbehorende kaartbeelden heeft de gemeente Aalsmeer haar visie op haar grondgebied verwoord en is een beeld geschetst van de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2010 met een doorkijk tot
  5. Deze visie is het vertrekpunt voor de toekomstige inrichting van de gemeente en zal daarmee richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen. De belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen die in de visie zijn beschreven zijn de omlegging van de N201, de ontwikkeling van bedrijventerrein rond de verlegde N201 en de realisatie van woningbouwlokaties. Tevens komt in de AGV de belangrijke rol van groen en water in deze ruimtelijke ontwikkelingen tot uitdrukking. Het groen-blauwe casco met oost-west en noord-zuid verbindingen kan als sturend element in de ruimtelijke ontwikkelingen worden beschouwd. Ook de bestaande lintenstructuur speelt in dit kader een belangrijke rol. De gemeente zet zich in deze structuren zo veel mogelijk te behouden, danwel uit te bouwen. Daarnaast is in de visie ingegaan op de huidige situatie en de toekomstige ontwikkeling van de glastuinbouw in Aalsmeer en is een beeld geschetst van groen en recreatie. Met de AGV ligt er voor alle belangstellenden in en buiten Aalsmeer een heldere visie, in woord en beeld, op de toekomst (korte en langere termijn). De AGV zal gebruikt worden als toetsingskader voor het te voeren ruimtelijk beleid. Daarmee is de AGV tevens het beleidskader voor alle nieuwe ruimtelijke plannen en ontwikkelingsvisies. De AGV met de daarin ten opzichte van het startdocument aangebrachte aanpassingen spoort geheel met de IGGV, die als bouwsteen voor het nieuwe streekplan Noord-Holland Zuid zal dienen. Verder heeft de AGV ook een relatie met nieuwe beleidsplannen die door de gemeente worden opgesteld. Hierbij kan gedacht worden aan het gemeentelijk Milieubeleidsplan. Dit plan wordt gebaseerd op een duurzaamheids- en een ruimtelijk perspectief en zal een integraal karakter krijgen. Het raakvlak met de AGV is groot, met name op het gebied van het vraagstuk duurzame ruimtelijke ontwikkelingen. Het milieubeleid zal verder binnen het ruimtelijk kader van de AGV worden vormgegeven. Ook is de gemeente voornemens om samen met de waterschappen een gemeentelijk Waterplan op te stellen. In de AGV is, in het kader van de ambities voor woningbouw en bedrijventerrein, het aspect waterbeheersing benadrukt. Waterbeheersing zal in alle geschetste ontwikkelingen een volwaardige plek krijgen. Tot slot kan de visie worden gebruikt als inbreng in het beleid van hogere overheden (provinciale streekplan en de rijksnota Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening 2000-2020). De geschetste wensen en ontwikkelingsrichtingen maken het voor de gemeente mogelijk om haar positie en doelstellingen te bepalen in al deze trajecten. 15 februari 2001

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.