Verordening op de heffingen invordering van havengeld 2007 De raad van de gemeente Edam-Volendam; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2006; gelet op artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HAVENGELD 2007 Artikel1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuigen: alle soorten drijvende lichamen, die worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer over water van personen en/of goederen; pleziervaartuigen: alle vaartuigen, bestemd voor het uitoefenen van de watersport of voor het vervoer van personen, niet zijnde bedrijfsvervoer en niet tegen betaling; passagiersvaartuigen: alle vaartuigen waarop tegen betaling personenvervoer plaatsvindt. Artikel2 Algemene bepalingen a.De lengte van een vaartuig wordt gemeten vanaf het meest vooruitstekende tot het meest achteruitstekende deel van het vaartuig; b.De oppervlakte van een vaartuig wordt bepaald door vermenigvuldiging van de grootste lengte met de grootste breedte van het vaartuig, zoals deze in de geldige meetbrief zijn vermeld; c.Voor de waterverplaatsing van een vaartuig wordt gehouden het aantal m3 zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende, mits in Nederland geldige, meetbrief of daarmee gelijk te stellen document; d.Ontbreekt het in het vorige lid genoemde stuk dan stelt het college van burgemeester en wethouders het aantal m3 waterverplaatsing vast en wordt het havengeld naar de uitkomst daarvan geheven. Artikel3Belastbaar feit Onder de naam havengelden worden rechten geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren, bezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn en ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik. Artikel4 Belastingplicht 1.Het havengeld wordt geheven van de gezagvoerder, de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van een van dezen optreedt. 2.Onder gezagvoerder en schipper wordt verstaan hij die de feitelijke leiding over het vaartuig heeft. 3.Onder reder of eigenaar wordt ook verstaan hij die tijdelijk het beheer over het vaartuig heeft. Artikel5 Vrijstellingen Het havengeld wordt niet geheven ter zake van het gebruik van de gemeentelijke wateren en de ter zake van dat gebruik verstrekte diensten door of voor: vaartuigen van het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Edam-Volendam; vaartuigen, die in opdracht van de gemeente worden gebruikt voor werkzaamheden ten behoeve van de in artikel 3 bedoelde wateren, bezittingen, werken en inrichtingen; open roeiboten en kano's; hospitaalschepen; vaartuigen die tengevolge van invriezing, ijsgang of andere weersomstandigheden gedwongen zijn langer dan 14 achtereenvolgende dagen in de haven of enig ander openbaar water in de gemeente te verblijven; vaartuigen in aanbouw bij een scheepswerf in de gemeente zulks tot het tijdstip van gereedkoming; vaartuigen die van de in artikel 3 bedoelde wateren, bezittingen, werken of inrichtingen geen ander gebruik maken dan om aan een in deze gemeente gevestigde scheepswerf hersteld te worden, het een en ander voor een periode van ten hoogste 14 dagen. Artikel6Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel7 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing 1.Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel wordt het recht voor een jaarabonnement bij wege van aanslag geheven. Artikel9 Ontstaan van de belastingschuld Het havengeld is verschuldigd op het tijdstip waarop het gebruik van de in artikel 3 bedoelde wateren, bezittingen, werken en inrichtingen een aanvang heeft genomen, dan wel de in dat artikel bedoelde dienst wordt verricht, met dien verstande dat bij heffing over een tijdvak het havengeld is verschuldigd bij de aanvang van het tijdvak. Artikel10 Ontheffing Indien het heffingstijdvak gelijk is aan het kalenderkwartaal of het kalenderjaar, en de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde respectievelijk twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde havengeld, als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel11Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet: het op grond van artikel 8, eerste lid, verschuldigde recht worden betaald op het moment vanuitreiken van de kennisgeving. het op grond van artikel 8, tweede lid, verschuldigde recht worden betaald uiterlijktwee maanden na de dagtekening van de aanslag. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel12Nadere regeles door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van het havengeld. Artikel13 Kwijtschelding Bij de invordering van havengeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel14 Inwerkingtreding en citeertitel 1.De "Verordening havengeld 2006" van 10 november 2005, sedertdien gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.