Verordening Wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening (Wsw)De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 11 juni 2008, nr. 2008-05-13 c; Gelet op artikel 12, 2e lid, van de Wet sociale werkvoorziening; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening Wachtlijstbeheer Wet sociale werkvoorziening (Wsw) Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a.Wsw: de Wet sociale werkvoorziening; b.Ingezetenen: degenen die op grond van hun inschrijving in het gemeentelijk persoonsregister geacht worden hun werkelijke woonplaats in de deelnemende gemeenten te hebben; c.Wachtlijst: de lijst die het college van B&W beheren met een overzicht van ingezetenen die geïndiceerd zijn en voldoen aan de bepalingen in artikel 12 lid 1 van de Wsw; d.Geïndiceerd: blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wsw tot de doelgroep behoren; e.Begeleid werken: een reguliere dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in artikel 7 van de Wsw; f.Persoonsgebonden budget: een reguliere dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden aangedragen door de geïndiceerde zelf of begeleidingsorganisatie zoals bedoeld in artikel 7 van de Wsw. Artikel 2 Plaatsvolgorde 1.Bij ruimte in de taakstelling worden bij voorrang geplaatst de personen op de wachtlijst van de betreffende gemeenten die: a.In de leeftijd zijn tot 23 jaar; b.Begeleid kunnen werken. Personen op de wachtlijst die daadwerkelijk begeleid kunnen werken bij een reguliere werkgever. Een indicatie begeleid werken is geen vereiste; c.Begeleid werken door middel van een persoonsgebonden budget. 2.Wanneer lid 1 van dit artikel niet van toepassing is, geldt de volgorde van plaatsing op de wachtlijst van de gemeente. Hierbij is de datum van de indicatiebeschikking bepalend. 3.Het college kan zich beroepen op de hardheidsclausule om personen te weigeren voor instroom in een SW-dienstverband dan wel met voorrang in te laten stromen. a.Het college draagt zorg voor een schriftelijke onderbouwing aan betreffende persoon voor het toepassen van de hardheidsclausule. Artikel 3 Intrekken indicatie 1.Het college kan de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene intrekken indien: a.betrokkene passende arbeid in dienstbetrekking onder aangepaste omstandigheden weigert; b.de dienstbetrekking van betrokkene door het college is opgezegd op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel a of c Wsw, of door de werkgever, bedoeld in artikel 7, in verband met de toepassing van artikel 7, zesde lid, onderdeel b of c, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is; c.de dienstbetrekking van betrokkene door het college of de werkgever, bedoeld in artikel 7, is opgezegd om een dringende reden in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de werknemer ter zake een verwijt kan worden gemaakt, vanaf het moment dat de opzegging rechtens onaantastbaar is; d.de dienstbetrekking op verzoek van betrokkene is geëindigd; of e.betrokkene niet beschikbaar is om een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, derde lid, te aanvaarden. Iemand is niet beschikbaar als: i.hij in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek niet in staat is tot het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden voor een ononderbroken periode van ten minste 13 weken; ii.hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen; iii.hij buiten Nederland woont; iv.hij een voltijdsscholing of –opleiding volgt, tenzij de voltijdsscholing of - opleiding bedoeld is om aansluiting te vinden met het aanvaarden van een dienstbetrekking; v.uit zijn houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat hij niet bereid is een dienstbetrekking aan te gaan; vi.Uitzondering is van toepassing op de geïndiceerde die behoort tot een categorie van personen als bedoeld in artikel 1 van het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid. 2.De indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking vervalt: a.per de dag dat betrokkene arbeid in een dienstbetrekking anders dan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanvaardt of arbeid gaat verrichten in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep, tenzij deze arbeid gericht is op het verkrijgen van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 1, derde lid; b.per de dag dat betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt; of c.indien betrokkene overlijdt. 3.Het college trekt de indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking van een betrokkene in op schriftelijk verzoek van de betrokkene aan het college per de datum van dat verzoek. Artikel 4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.