Monumentenverordening Aalsmeer 2005De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 maart 2005, nr. 026; overwegende dat een herziening van de "Monumentenverordening Aalsmeer 1999" noodzakelijk is in het kader van de Wet dualisering gemeentebestuur en een wijziging in de welstandsadvisering: gelet op artikel 11 en artikel 15 van de Monumentenwet; besluit: vast te stellen de MONUMENTENVERORDENING AALSMEER 2005 Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: Monument: een zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid betekenis voor de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; een terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; Gemeentelijk monument: een onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aanwezige zaken zijn geregistreerd; Provinciaal monument: een onroerend monument dat op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland als beschermd provinciaal monument is aangewezen; Rijksmonument: een onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; Kerkelijk monument: een onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; Monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid; Bouwhistorisch onderzoek: een in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument Artikel 2 Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. Voordat het college over een aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de Monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijst voert hij overleg met de eigenaar. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. Artikel 4 termijnen advies en aanwijzingsbesluit. De Monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de Monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel 5 Mededeling aanwijzingsbesluit. De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Het college registreert het gemeentelijk monument op de gemeentelijke monumentenlijst De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijk monument. Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen. Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 3 van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel 9 Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijke monument te beschadigen of te vernielen. Artikel 10 Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel 11 Termijnen advies en vergunningverlening Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat hij beslist op de aanvraag op grond van artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.