Parkeerverordening Zaanstad 2013gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders, kennis genomen hebbende van de punten uit de voorbereidende vergadering op 13 december 2012, AfdelingI.Definities en begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 metinbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijkladen of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; d. houder van een motorvoertuig degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; e. bedrijf i: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht, ii: de zelfstandige die arbeid verricht in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, of iii: een niet-commerciéle organisatie die hieraan door het college van burgemeester enwethouders is gelijkgesteld; met dien verstande dat bedrijven worden beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel indien sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond;elk in de maatschap-pij als zelfstandige eenheid optredend organisa-torisch verbandwaarin krachtens arbeidsover-eenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht, de zelfstandige die arbeid verricht in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, of een niet-commerciéle organisatie die hieraan door het college van burgemeester enwethouders is gelijkgesteld; met dien verstande dat bedrijven worden beschouwd als één bedrijf indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel indien sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel wordt aangetoond; f. parkeerapparatuur parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; g. parkeerappara-tuurplaats een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; h. parkeerplaats op eigen terrein i ; een parkeerplaats waarover de aanvrager van een vergunning kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins; ii ;een parkeerplaats in een (collectieve) garage of op een perceel, die/dat volgens een raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of splitsingsakte of een huur- of koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager van een vergunning bestemd is; iii : een oprit die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van tenm inste één auto; iv. een voormalige parkeerplaats op eigen terrein die na 11 oktober 2012 door of vanwege de aanvrager van een vergunning een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen; i. parkeervergunning een vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaatsen zonder de parkeerapparatuur in werking te stellen; j. categorie I, II, III of IV: de categorieindeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid; k. bezoekersvergunning een vergunning krachtens welke het is toegestaan uitsluitend op de door de vergunninghouder aangegeven datum een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaatsen zonder de parkeerapparatuur in werking te stellen; l. mantelzorgontvanger degene met een indicatie voor mantelzorg van het CIZ of de WMO; m. bezoekersvergunning mantelzorg een bezoekersvergunning die op verzoek van een mantelzorgontvanger wordt verleend aan niet commerciële mantelzorgverleners; n. autodate het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; o. autodateplaats een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate; p. autodatevergunning een vergunning krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen autodateplaats. AfdelingIIPlaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen Artikel2 1.Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door de houders van een parkeer- dan wel bezoekersvergunning. 2.Het college kan een verzameling weggedeelten aanwijzen als gebied waarin een bezoekers- dan wel parkeervergunning geldig kan zijn. 3.Het college kan autodateplaatsen aanwijzen. Artikel3 1.Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een autodate- dan wel een parkeervergunning verlenen. Het college kan bij de vergunningverlening onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in het tweede lid. 2.Een vergunning kan worden verleend aan: een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een door het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid (categorie 1). een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een bedrijf uitoefent dat is gevestigd in een door het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid (categorie 11). een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een bedrijf uitoefent in meerdere gebieden waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in meerdere gebieden een motorvoertuig te parkeren (categorie 111). een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate op een autodateplaats binnen de gemeente (categorie IV). 3.Een vergunning in categorie 1 wordt uitsluitend verleend voor het gebied waarbinnen de aanvrager als inwoner staat ingeschreven 4.Een vergunning in categorie 11 wordt uitsluitend verleend voor het gebied waarbinnen het bedrijf van de aanvrager is gevestigd. 5.Een vergunning in categorie 111 wordt verleend voor het gehele grondgebied van de gemeente en wordt aangeduid als een volledige vergunning. 6.Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het tweede lid genoemde vereisten. 7.Aan een parkeervergunning kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade. 8.Aan een autodatevergunning kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik. Artikel4 1.Een volledige vergunning (categorie III) kan worden verleend aan de aanvrager die aantoont dat hij in meerdere gebieden waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn: regelmatig werkzaamheden verricht met een spoedeisend karakter, zoals werkzaamheden aan nutsvoorzieningen en storingsdiensten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten; noodzakelijkerwijs regelmatig bedrijven of personen bezoekt; 2.Geen volledige vergunning wordt verleend voor laden en lossen of voor het doen van financiële afdrachten. 3.Een volledige vergunning kan worden verleend voor de duur van een jaar of van een dag. Artikel5 1.Het college kan aan degene die in aanmerking komt voor een parkeervergunning in categorie II op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor parkeerterrein de Burcht. 2.Een vergunning voor parkeerterrein de Burcht wordt aangeduid als een Burchtvergunning. 3.Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de geldigheid van de Burchtvergunning en kan het maximum aantal uit te geven Burchtvergunningen vaststellen 4.Op dagen en tijden waarop parkeerterrein de Burcht is afgesloten, is de houder van een Burchtvergunning gerechtigd elders in de gemeente te parkeren. De aan de Burchtvergunning verbonden voorschriften en beperkingen, voor zover niet onlosmakelijk verbonden aan parkeerterrein de Burcht, blijven van kracht. 5.Het college kan besluiten om vanaf een door het college te bepalen datum geen Burchtvergunningen meer te verlenen, indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is vanwege een te hoge parkeerdruk op parkeerterrein de Burcht. 6. Vanaf de dag na de datum van bekendmaking van het in het vorige lid bedoelde besluit, worden aanvragen van Burchtvergunningen buiten behandeling gelaten. Aanvragen die voordien zijn ingediend en waarop nog niet is besloten, worden buiten behandeling gesteld. Artikel6 1.Per adres worden maximaal twee parkeervergunningen in categorie I of II verleend. 2.Aan de aanvrager van parkeervergunningen voor het parkeerterrein de Burcht worden maximaal tien parkeervergunningen verleend, vergunningen in categorie II daaronder begrepen. 3.Aan de aanvrager die beschikt over één parkeerplaats op eigen terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt maximaal één parkeervergunning verleend 4.Aan de aanvrager die beschikt over twee of meer parkeerplaatsen op eigen terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt geen parkeervergunning verleend. Artikel7 1.Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van een inwonende van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bezoekersvergunningen verlenen aan bezoekers van dat gebied. 2.Per adres worden per jaar maximaal 120 bezoekersvergunningen verleend. 3.Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van het zorgcentrum Saenden aan de Nova Zembla 2 bezoekersvergunningen verlenen aan bezoekers van de bewoners van het tehuis. Per jaar worden maximaal 11.040 bezoekersvergunningen verleend. 4.Het college kan nadere procedurele regels stellen met betrekking tot het uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen. Artikel8 1.Het college kan bezoekersvergunningen mantelzorg verlenen op een daartoe strekkend verzoek van een mantelzorgontvanger die gedurende een periode van meer dan drie maanden minimaal vier uur per week mantelzorg ontvangt. 2.Per adres worden per jaar maximaal 240 bezoekersvergunningen mantelzorg verleend 3.Het college kan nadere procedurele regels stellen met betrekking tot het uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen mantelzorg. AfdelingIIIProcedurele voorschriften. Artikel9 Deze afdeling is niet van toepassing op bezoekersvergunningen en bezoekersvergunningen mantelzorg. Artikel10 Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. Artikel11 1.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag van een vergunning. 2.Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld Artikel12 1.Een vergunning wordt verleend voor de termijn van een jaar 2.De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: de periode waarvoor de vergunning geldt; het gebied waarvoor de vergunning geldt; de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. Artikel13 1.Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang. 2.Bij intrekking van een parkeervergunning in de categorie I of II vindt gedeeltelijke restitutie plaats van de ter zake van de vergunning betaalde belasting. De hoogte van het te restitueren bedrag wordt vastgesteld op basis van het maandtarief zoals vastgelegd in de tarieventabel behorende bij en deel uitmakende van de Verordening Parkeerbelastingen 2013. AfdelingIVVerbodsbepalingen Artikel14 1.Het is verboden op een autodateplaats een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder autodatevergunning; zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven autodatevergunning; in strijd met de aan de autodatevergunning verbonden voorschriften. 2.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Artikel15 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. Artikel16 1.Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan: op een parkeerapparatuurplaats; op een autodateplaats. 2.Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3.Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. AfdelingVStrafbepaling Artikel17 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie. AfdelingVIOvergangs- en strafbepalingen Artikel18 1.Vergunningen die zijn verleend krachtens 5:12 b van de Algemene plaatselijke verordening worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening 2.Degene die houder is van een vergunning waarvoor hij ingevolge deze verordening niet meer in aanmerking komt, kan aansluitend aan het verstrijken van de vergunningtermijn een nieuwe vergunning aanvragen. De nieuwe vergunning wordt verleend onder dezelfde voorwaarden als de daaraan voorgaande vergunning. Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing. Artikel19 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen. Artikel20 Deze verordening wordt aangehaald als: "Parkeerverordening 2013". Artikel21 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treedt deze verordening voor het gebied Oud West, Russische buurt en Nieuw West in werking op 1 februari 2013. Tot 1 februari 2013 blijven de artikelen 5:1, sub c tot en met g en 5:12, sub a tot en met g van de Algemene Plaatselijke Verordening voor dit gebied van kracht. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treden de volgende bepalingen op 1 februari 2013 in werking: artikel 3, tweede lid, onder c; artikel 3, vijfde lid; artikel 4. 4.Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt voor het gebied waarop deze verordening in werking is getreden de werking van de volgende bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening: artikel 5:1, sub c tot en met g; artikel 5:12, sub a tot en met g. 5.Op 1 februari 2013 komen de in het vierde lid genoemde bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening te vervallen. Aldus besloten in de raadsvergadering van donderdag 20 december 2012.1.2 Toelichting 1.3. Algemene toelichting Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer- en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via parkeerbeleid kan de gemeente de verdeling van de schaarse parkeerruimte reguleren en overlast voorkomen. De Parkeerverordening 2013 is gebaseerd op de visie "Eenvoudiger en Duidelijker Parkeren", welke op 11 oktober 2012 door de raad is vastgesteld. De voorliggende verordening is een directe vertaling van deze visie in een juridisch document. In afwijking van de visie is opgenomen dat er bezoekersvergunningen aan het verzorgingstehuis Nova Zembla kunnen worden verstrekt. Daarmee wordt de huidige situatie gecontinueerd. Voor het overige is de verordening volledig in overeenstemming met de visie. Met de parkeerverordening wordt ook vastgelegd of een bepaalde aanpassing van de regels bevoegdheid van college of van de raad is. Gezien de politieke gevoeligheden op dit dossier wordt met deze verordening voorgesteld niet meer dan strikt noodzakelijke bevoegdheden bij het college neer te leggen. Afgesproken is dat de vastgestelde parkeervisie geëvalueerd wordt. Dat zou dan de aanleiding kunnen zijn om de bevoegdheden op een andere wijze te verdelen. In de parkeervisie is ervoor gekozen het systeem van belangenhebbendenvergunningen los te laten. Dit betekent dat er geen parkeerplaatsen meer zijn uitsluitend voor vergunninghouders. Vergunninghouders parkeren op de betaalde parkeerplaatsen. Verdere maatregelen als gevolg van de parkeervisie zijn: • Door een nieuwe gebiedsindeling mogen bewoners alleen parkeren in het deelgebied waar zij wonen. • Er is één soort parkeervergunning voor bewoners met één tarief. Bewoners komen per adres in aanmerking voor maximaal twee bewonersvergunningen. • Er is één soort gebiedsvergunning voor bedrijven binnen het gereguleerde gebied met één tarief. Per bedrijfsadres worden maximaal twee gebiedsvergunningen afgegeven. • Het gebruik van private parkeergelegenheid wordt gestimuleerd. Dit gebeurt door bij het aantal te verstrekken vergunningen rekening te houden met de mogelijkheid voor parkeren op privaat terrein. • De kraskaart voor bezoek van bewoners blijft. De kraskaart is de informele aanduiding voor een bezoekersvergunning. Bewoners kunnen echter minder bezoekersvergunningen aanschaffen dan in 2012. • De gemeente introduceert een regeling voor bewoners die mantelzorg ontvangen. • Bedrijven kunnen aanvullende vergunningen aanschaffen voor parkeerterrein de Burcht. Deze vergunningen zijn geldig op weekdagen, uitgezonderd de avonden. • Bedrijven kunnen tegen een commercieel tarief een vergunning aanschaffen voor het complete gereguleerde gebied in Zaanstad. De werkzaamheden van het bedrijf zijn bepalend of men in aanmerking komt voor deze vergunning. In de Parkeerverordening wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het zonder vergunning parkeren op een autodateplaats en het plaatsen van andere voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald parkeren. 1.4. Fiscalisering Er is gekozen voor het systeem van fiscale afhandeling van het betaald parkeren. Dit houdt in dat de handhaving door de gemeente zelf wordt gedaan door middel van het opleggen van een fiscale naheffingsaanslag, wanneer iemand niet, niet geheel of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting via de aangewezen parkeerapparatuur heeft voldaan. Dit in tegenstelling tot de strafrechtelijke afhandeling via de 'Wet Mulder', waarbij de handhaving door de politie, bijzondere opsporingsambtenaren (boa'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.