Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013 Agendapunt : 2012/XI/D De raad van de gemeente Rijnwoude b e s l u i t : vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013 (“Rioolheffingsverordening 2013 Rijnwoude”). Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; eigendom: een roerende of een onroerende zaak of zelfstandig gedeelte daarvan; verbruiksperiode: de periode voorafgaand aan het belastingjaar waarop de meest recente afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft; een veehoudersbedrijf: een ten behoeve van de veeteelt bedrijfsmatig geëxploiteerd eigendom, waarvoor met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het maatschappelijk productieproces wordt deelgenomen met het oogmerk om daarmee winst te behalen. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaarhet genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot de belasting wordt,ingeval het perceel een roerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale sectie is vermeld, tenzij blijkt dat hij of zij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht is. 3.Met betrekking tot de belasting wordt, ingeval het perceel een roerende zaak is, als belastingplichtige aangemerkt, degene die bij het begin van het belastingjaar van dat eigendom, naar omstandigheden beoordeeld, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het recht geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten samen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of opgepomt. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het anatal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wetttelijke bepaling. Indien sprake is van een veehoudersbedrijf wordt de maatstaf van heffing bepaald op maximaal 175 m3 of zoveel minder als in werkelijkheid aan afvalwater is afgevoerd. Indien bij een eigendom, zijnde een woning sprake is van gezamenlijk gebruik van één watermeter wordt het aantal kubieke meters afvalwater door herberekening vastgesteld naar het aantal bewoners dat per 1 januari van het belastingjaar op de betreffende adressen in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven. Indien van een belastingplichtige van het betreffende eigendom, geen historische gegevens over het waterverbruik bekend zijn, wordt over het eerste jaar na vestiging, in afwijking van het gestelde in het tweede lid van dit artikel, de maatstaf van heffing voor een woning berekend naar het aantal personen dat bij het begin van het gestelde tijdvak op onderhavig adres in de gemeentelijke basisadministratie is ingeschreven, vermenigvuldigd met 40 m3; voor een niet-woning berekend naar het aantal kubieke meters afvalwater dat volgens de eerst bekende verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd. Indien van een belastingplichtige geen volledige historische gegevens over een volledig jaarverbruik bekend zijn, wordt in afwijking van het gestelde in artikel 5, tweede lid, de maatstaf van heffing vastgesteld op het omgerekend jaarverbruik. Artikel6Belastingtarieven De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per kubieke meter (m3) afvalwater € 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.