Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Goeree-OverflakkeeDe raad van de gemeente Goeree-Overflakkee; gelezen het voorstel van de stuurgroep herindeling Goeree-Overflakkee van 29 november 2012 gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Goeree-Overflakkee Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente voor de verantwoording die daarover wordt afgelegd; administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging voor de verantwoordelijke leiding; financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van de rechten van de gemeente; financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat het systematisch maken en het verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens omvat van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten, voor zover deze collegebesluiten betrekking hebben op een noodzakelijke uitwerking van Europese, rijks-, provinciale of door de gemeenteraad vastgestelde regelgeving. Daarnaast kunnen ook door de raad gewenste collegebesluiten hieraan toegevoegd worden; doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Artikel2Programma-indeling 1.Indien gewenst stelt de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een (herziene) programma-indeling vast. 2.De raad stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten (Wat willen we bereiken?); de te leveren goederen en diensten (Wat gaan we daarvoor doen?); de baten en lasten (Wat mag het kosten?). 3.De raad stelt op voorstel van burgemeester en wethouders per programma waar mogelijk een of meerdere indicatoren vast voor het meten en het afleggen van verantwoording over de beoogde maatschappelijke effecten, de uitvoering van het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke productie van goederen en diensten. 4.Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. Artikel3Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven. 2.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4Kaders begroting 1.Burgemeester en wethouders bieden in het eerste halfjaar de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2.De raming van de onderhoudsbudgetten in de ontwerpbegroting worden gebaseerd op de meerjarige onderhoudsplannen. Artikel5Autorisatie begroting en begrotingswijzigingen 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen voor het volgende begrotingsjaar, inclusief de lasten van de in het bestedingsplan voor het begrotingsjaar opgenomen investeringskredieten. 2.De nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.Voor lasten, baten en investeringskredieten die niet in de programma’s of in het overzicht van algemene dekkingsmiddelen zijn opgenomen, leggen burgemeester en wethouders vooraf een afzonderlijk voorstel ter autorisatie aan de raad voor. Artikel6Tussentijdse bestuursrapportages 1.Burgemeester en wethouders informeren de raad door middel van twee tussentijdse bestuursrapportages in het lopende jaar over de realisatie van de begroting van de gemeente. 2.De inrichting van de bestuursrapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 3.De bestuursrapportage gaat per programma in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan: de voortgang van de in de begroting gestelde doelen; de ontwikkeling van de baten en lasten; de ontwikkeling van de algemene dekkingsmiddelen. Artikel7Jaarstukken 1.Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een adequate vertaling van de verantwoording van de diensten naar de programmaverantwoording. 2.Burgemeester en wethouders leggen verantwoording af over de uitvoering van de programma's. In de verantwoording geven burgemeester en wethouders aan: wat bereikt is; welke goederen en diensten geleverd zijn; wat de kosten zijn. Artikel8Financiële positie Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het beleid waartoe de raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen is opgenomen. Artikel9Nota’s Burgemeester en wethouders bieden tenminste eens in de vier jaar de volgende nota’s aan waarin nadere regels over de uitvoering opgenomen zijn: afschrijven en waarderen; reserves en voorzieningen; onderhoud kapitaalgoederen; verbonden partijen; grondbeleid; lokale heffingen; M&O-beleid (Misbruik & Oneigenlijk gebruik); risicomanagement. Artikel10Financieringsfunctie 1.Burgemeester en wethouders zorgen bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor: het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde beleids- en budgettaire kaders in de begroting uit te kunnen voeren; het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van voldoende rendement op uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2.Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingen burgemeester en wethouders indien mogelijk zekerheden. Burgemeester en wethouders motiveren in hun besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. 3.Burgemeester en wethouders stellen regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste en tweede lid en leggen deze regels en de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Artikel11Administratie De opzet en inrichting van de administratie is zodanig dat zij dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de afdelingen; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van onder andere activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut in de openbare ruimte, voorraden, vorderingen, en schulden; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; het verschaffen van informatie over indicatoren voor de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel12Interne controle Burgemeester en wethouders zorgen voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. Bij afwijkingen nemen burgemeester en wethouders maatregelen tot herstel. Artikel13Financiële organisatie Burgemeester en wethouders zorgen voor en leggen vast: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. Artikel14Aanbesteding en inkoop Burgemeester en wethouders dragen zorg voor en leggen de interne regels vast voor de inkoop en aanbesteding van werken, leveringen en diensten. Artikel15Steunverlening, subsidies en garanties Burgemeester en wethouders dragen zorg voor en leggen de interne regels vast voor de toekenning van steunverlening aan ondernemingen en het verstrekken van subsidies of garanties. Artikel16Nieuwe situaties Als op enig moment een situatie optreedt waarin deze verordening niet voorziet dan wordt dit ter besluitvorming via een voorstel aan de raad voorgelegd. Artikel17Vervallen regelingen De volgende regelingen vervallen: Financiële beheersverordening gemeente Dirksland; Financiële verordening Goedereede; Financiële verordening gemeente Middelharnis 2007; Financiële verordening 2009, van de gemeente Oostflakkee; Financiële verordening ISGO 2008; Financiële verordening Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Binnenhof; met dien verstande dat zij van toepassing blijven voor de jaarrekeningen en deelverantwoordingen van respectievelijk de gemeente Dirksland, gemeente Goedereede, gemeente Middelharnis, gemeente Oostflakkee, het ISGO en het Binnenhof van het verslagjaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.