Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010De raad van de gemeente Midden-Delfland; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 29 oktober 2009, nr. 2009-08-07; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010 HoofdstukIAlgemene Bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). Artikel4Belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die, naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting bedraagt per perceel per jaar: indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 209,52; indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door méér dan één persoon € 279,
- Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden voldaan, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Voor de invordering van de afvalstoffenheffing kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor het geregeld ophalen van huishoudelijke afvalstoffen van onderwijsinrichtingen, kerken en verenigingen, voor zover deze instellingen geen commercieel doel nastreven. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van de eigenaar, de beheerder, of het bestuur van de in artikel 11 bedoelde instellingen die gebruik maken van de aldaar genoemde diensten. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting bedraagt per perceel per jaar indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door de in artikel 11 bedoelde instellingen € 279,24 (exclusief 19% BTW). Artikel14Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel17Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden voldaan, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel18Kwijtschelding Voor de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. HoofdstukIVOverige bepalingen Artikel19Aanvullende bepalingen Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten. Artikel20Inwerkingtreding en citeertitel De 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009’ van 11 november 2008 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing. De ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2009’ blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich vóór 1 januari 2010 hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010’. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 10 november
- De griffier, de voorzitter A.de Vos, A.J. Rodenburg