Verordening op de heffing en de invordering van retributie en precariobelastingDe raad van de gemeente Almere, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 228, 229, eerste lid, onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende: VERORDENING op de heffing en de invordering van retributie en precariobelasting. Retributie- en precarioverordening Almere 2010 Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tabel wordt verstaan onder: een jaar: een kalenderjaar een kwartaal: een kalenderkwartaal een maand: een kalendermaand een week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen een dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur. een vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon (natuurlijk persoon of rechtspersoon) één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. een seizoen: de periode van 1 april tot 1 oktober van een jaar; een winterseizoen: de periode van 1 oktober tot en met 31 maart. een periode: drie kalenderweken voorafgaand aan de eerste kerstdag; een markt: een van de warenmarkten te Almere welke krachtens besluiten van de gemeenteraad op de daartoe aangewezen plaatsen, dagen en tijden worden gehouden; een schip: elk schip met inbegrip van een vaartuig zonder water- verplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water; een ligplaats: een aanlegplaats voor een schip met van gemeentewege aangebrachte c.q. goedgekeurde aanlegvoorzieningen; een vaste ligplaats: een op de kaarten in artikel 1 van het Ligplaatsen- en havenreglement genoemde kaart als vaste ligplaats aangegeven gedeelte; een passantenligplaats: een op de in artikel 1 van het Ligplaatsen- en havenreglement genoemde kaart als passantenligplaats aangegeven gedeelte; een winterligplaats: een op de in artikel 1 van het Ligplaatsen- en havenreglement genoemde kaart als winterligplaats aangegeven gedeelte; scheepslengte: de bovendeks gemeten grootste lengte van een schip; een vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvend lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 347, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel, juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 600 (Besluit binnenschependocumenten); laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootste toegelaten diepgang en die van het ledige schip; ton: een massa van 1.000 kilogram; laad- en loswal: de loswal als bedoeld in artikel 1 van het Ligplaatsen- en havenreglement. Artikel2 Belastbare feiten Op grond van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt geheven: Een belasting ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, of van voor de openbare dienst bestemde werken en inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Rechten voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten; Artikel3 Belastingplicht De precariobelasting, als bedoeld in artikel 2, lid 1, wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen. De rechten als bedoeld in artikel 2, lid 2 en 3, worden geheven van degene, aan wie de daartoe vereiste vergunning is verleend, van de opvolger in de vergunning of, indien geen vergunning vereist of afgegeven is, van: degene, die het gebruik heeft of op wiens last gebruik plaats vindt van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, of werken en inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; degene, op wiens verzoek dan wel ten behoeve van wie een door of vanwege de gemeente verrichte dienst wordt verstrekt; In afwijking van het bepaalde in het vorige lid worden de rechten ter zake van het laden en lossen van goederen, alsmede ter zake van het innemen van een ligplaats aan de laad- en loswal geheven van de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. Artikel4 Vrijstellingen De precariobelasting en rechten worden niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; reclameborden en automatische verkoop- of speeltoestellen, geplaatst in combinatie met uitstallingen van waren c.a., op openbare grond, waarvoor aan belastingplichtige een vergunning voor het uitstallen van waren is afgegeven. voorwerpen, uitstallingen, wagens, voertuigen, kramen e.d. gebruikt voor activiteiten met een liefdadig of politiek doel, of voor activiteiten van godsdienstige , geestelijke en wereldbeschouwelijke aard, alsmede - voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit - voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel; schepen die in directe dienst, dan wel in opdracht van publiekrechtelijke lichamen werkzaamheden verrichten; schepen die in directe dienst, dan wel in opdracht van reddingsmaatschappijen werkzaamheden verrichten; schepen, deelnemend aan evenementen, gedurende het evenement en de daaraan voorafgaande nacht; hospitaalschepen; een jol of een sloep welke tot de inventaris van een schip behoort waarvoor liggeld verschuldigd is. Artikel5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting en rechten worden geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de precariobelasting en de rechten wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid als volle eenheid gerekend. Indien in de tarieventabel voor het hebben van voorwerpen waarvoor zowel een jaar-, maand-, week- als dagtarief is opgenomen, is voor de berekening van de precariobelasting het tarief van toepassing dat het meest aansluit bij een ter zake door de gemeente verleende vergunning. In de gevallen waarin geen vergunning is verleend, geldt het tarief voor de kleinste tijdseenheid. Artikel6 Belastingtijdvak In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel7 Wijze van heffing De naar jaartarieven geheven precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Andere dan de in het eerste lid bedoelde precariobelasting worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. De rechten worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Artikel8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De precariobelasting en rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of indien de belastingplicht aanvangt op een later tijdstip, bij aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar, dan worden de precariobelasting en de rechten welke per jaar zijn vastgesteld berekend op zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief als er na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven;: de precariobelasting en de rechten welke per kwartaal zijn vastgesteld berekend op zoveel derde gedeelten van het kwartaaltarief als er na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het kwartaal overblijven; de precariobelasting en de rechten welke per seizoen zijn vastgesteld berekend op zoveel zesde gedeelten als er na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het seizoen overblijven. de precariobelasting en de rechten welke per halfjaar zijn vastgesteld berekend op zoveel zesde gedeelten als er na aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het winterseizoen overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt op een daartoe in te dienen aanvraag ontheffing verleend over: zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief als er na het tijdstip van beëindiging nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven; zoveel derde gedeelten van het kwartaaltarief als er na het tijdstip van beëindiging nog volle kalendermaanden in het kwartaal overblijven; zoveel zesde gedeelten van het seizoentarief als er na het tijdstip van beëindiging nog volle kalendermaanden in het seizoen overblijven. zoveel zesde gedeelten van het halfjaartarief als er na het tijdstip van beëindiging nog volle kalendermaanden in het winterseizoen overblijven. Artikel9 Termijn van betaling In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten De op grond van deze verordening en de daarbij behorende tabel geheven precariobelasting en rechten, indien de kennisgeving wordt uitgereikt, terstond worden betaald, behoudens het bepaalde in lid 2 en 3 van dit artikel. Indien de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, lid 2 en 3, wordt toegezonden, dienen de rechten te worden voldaan binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. Indien de precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag moet de aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting en de rechten. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting en rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel De Retributie- en precarioverordening Almere 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.