Verordening op de vaste commissie voor de gemeenteraad Sint Anthonis 2013De Raad van de gemeente Sint Anthonis; gelezen het voorstel van het Presidium van 6 december 2012; gelet op artikel 82 Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende “Verordening op de vaste commissie voor de gemeenteraad Sint Anthonis 2013“. Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. lid: lid van de commissie b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. commissie: de vaste commissie voor de gemeenteraad; f. vergadering: vergadering van de commissie; g. presidium: het raadspresidium, bestaande uit de raadsvoorzitter en de fractievoorzitters Hoofdstuk2Instelling, taken en samenstelling Artikel2Instelling commissie De raad stelt de commissie in. Artikel3Taken 1De commissie heeft de volgende taken: a. de voorbereiding van de besluitvorming van de raad door het inwinnen en uitwisselen van informatie en het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp; b. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en over het gevoerde bestuur; c. het voeren van overleg met burgers, maatschappelijke organisaties en deskundigen en met commissieleden onderling; d. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging. 2Het bepaalde in lid 1 sub c is niet van toepassing op het spreekrecht (artikel 17). Artikel4Samenstelling 1Elke fractie wordt tijdens de vergadering van de commissie door maximaal twee leden vertegenwoordigd, waarvan tenminste één raadslid.. 2Ieder lid van de gemeenteraad is, uit hoofde van zijn raadslidmaatschap, tevens lid van de vaste commissie van advies voor de gemeenteraad. 3Elke fractie in de gemeenteraad kan maximaal vier leden, zijnde niet-raadsleden, ter benoeming in de commissie voordragen. 4De in het derde lid genoemde personen worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 5De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de commissie, zijnde niet-raadslid. 6De leden van de commissie worden benoemd voor de zittingsduur van de raad. 7De benoeming van de leden van de commissie heeft in de regel plaats in de eerste vergadering in de nieuwe zittingsperiode van de raad. Artikel5Voorzitter 1De voorzitter en zijn plaatsvervanger(
- s)worden door de raad uit zijn midden benoemd. 22. De voorzitter is geen lid van de commissie. 33. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel6Zittingsduur en vacatures 1De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger(
- s)eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2Een lid houdt op lid te zijn van de commissie, indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5Een lid, de voorzitter en zijn plaatsvervanger(
- s)kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 77. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel7Griffier en commissiegriffier 1De raad benoemt ter ondersteuning van de commissie een medewerker van de griffie als commissiegriffier. 2De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door zijn plaatsvervanger. 4De commissiegriffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen. 5De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk3Aanwezigheid wethouders, burgemeester en secretaris Artikel8Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris 1De wethouders en de burgemeester zijn als portefeuillehouders van de op de agenda geplaatste onderwerpen in beginsel in de vergadering aanwezig en nemen aan de beraadslagingen deel. 2De voorzitter kan de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Hoofdstuk4Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel9Nieuw Artikel 1In de regel vinden de vergaderingen van de commissie eenmaal in de zes weken plaats op maandag en/of dinsdag in het gemeentehuis, en vangen aan om 19.30 uur. 2De commissie vergadert verder indien de voorzitter het nodig oordeelt, indien het presidium daartoe besluit of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de commissiegriffier. Artikel10Oproep 1De voorzitter zendt tenminste tien dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep ondervermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel11De agenda 1Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. 2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 3Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. 5Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel12Belanghebbende burgers en maatschappelijke organisaties, deskundigen 1Burgers en maatschappelijke organisaties die een belang hebben of betrokken zijn bij een specifiek onderwerp dat op de agenda van de commissie staat, alsmede deskundigen hebben het recht om aan de vergadering bij de behandeling van het betreffende onderwerp deel te nemen voor zover zij daartoe door het presidium of de voorzitter zijn uitgenodigd. Zij onderwerpen zich daarbij aan de vergaderorde en de overige regels zoals vastgelegd in deze verordening. 2Burgers en maatschappelijke organisaties kunnen verzoeken om aan de vergadering bij de behandeling van een specifiek onderwerp deel te nemen. Dit verzoek dient schriftelijk bij de griffie te worden ingediend, met vermelding van het belang en/of betrokkenheid bij het betreffende onderwerp. De voorzitter beoordeelt in overleg met de commissiegriffier het verzoek. 3Een belang als bedoeld in dit artikel betreft niet de volgende aangelegenheden: a. (uitvoering van) besluiten en aangelegenheden van het college van burgemeester en wethouders en hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; b. gemeentelijke procedures; c. de inrichting van de gemeentelijke organisatie; d. het vaststellen en wijzigen van de gemeentelijke begroting; e. gemeentelijke belastingen en tarieven; f. geldelijke voorzieningen voor (gewezen) ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden; g. benoemingen en het functioneren van personen; h. een zaak van louter privébelang; i. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan; j. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het bestuursorgaan; k. een concreet onderwerp, dat aanhangig is bij enige gerechtelijke instantie of onderwerp is van een procedure rond mediation en waarop nog niet onherroepelijk is beslist. 4Het bepaalde in artikel 17, lid 2 is op de uitgenodigde sprekers van overeenkomstige toepassing. Artikel13Ter inzage leggen van stukken 1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 3Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de commissiegriffier en verleent de commissiegriffier een lid inzage. Artikel14Openbare kennisgeving 1De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in de Peelrandwijzer en door plaatsing op de gemeentelijke website ter openbare kennis gebracht. 22.De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17. d. de mogelijkheid om te verzoeken tot deelname aan de vergadering, als bedoeld in artikel 12, lid 2. 3Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel15Presentielijst De commissiegriffier draagt er zorg voor dat de deelnemers aan de vergadering de presentielijst tekenen. Artikel16Opening vergadering en quorum 1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De commissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel17Spreekrecht burgers 1Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet-geagendeerde onderwerpen. Aan het begin van een agendapunt wordt de inspreker de gelegenheid geboden het woord te voeren. 2Het woord kan niet worden gevoerd over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan. b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de leden van de commissie toestaan aan insprekers korte, verhelderende vragen te stellen. De inspreker krijgt de gelegenheid om de vragen te beantwoorden. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de leden van de commissie. 7De voorzitter kan bepalen dat een inspreker aan het begin van de tweede termijn van de beraadslagingen de gelegenheid wordt geboden om kort te reageren. Daarbij kan de voorzitter een maximum spreektijd bepalen, met dien verstande dat deze maximaal vijf minuten per spreker bedraagt. 8De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel18Het verslag 1Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden. 2Bij het begin van de vergadering wordt, zo mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld. 3De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben het recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de commissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te worden ingediend. 4Het verslag moet inhouden: a. de namen van de voorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. welke leden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een globale opsomming van gestelde vragen en gemaakte opmerkingen onder vermelding van de namen van de leden c.q. de fracties; e. voor zover van toepassing een opgave van toezeggingen van de burgemeester en wethouders; f. voor zover van toepassing een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich niet uitgelaten hebben; 5Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de commissiegriffier. 6Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel19Aantal spreektermijnen 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel20Nieuw Artikel Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. Artikel21Voorstellen van orde 1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond. Artikel22Handhaving orde; schorsing 1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4De voorzitter kan de commissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel23Beraadslaging 1De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel24Deelname aan de beraadslaging door anderen 1De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel25Advies 1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de commissie anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de commissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3Indien de commissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 4In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. Hoofdstuk5Besloten vergadering Artikel26Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel27Nieuw Artikel 1Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de commissiegriffier. 2Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel28Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel29Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd. Hoofdstuk6Toehoorders en pers Artikel30Toehoorders en pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel31Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van nieuwsgaring aantasten. Artikel32Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan. Hoofdstuk7Slotbepalingen Artikel33Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter. Artikel34Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van haar bekendmaking Artikel35Nieuw Artikel 1Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de vaste commissie voor de gemeenteraad Sint Anthonis 2013. 2Gelijktijdig met de inwerkingtreding van genoemde verordening, vervalt de verordening op de raadscommissies, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 maart 2002. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Sint Anthonis van 10 december 2012.De Raad voornoemd,de griffier, de voorzitter, mr. A.P.J.L. Keijzers M.L.P. Sijbers