Beleidsregels Wet inburgering Stichtse VechtHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht; gelet op de bepalingen in de Wet inburgering; gelet op Verordening Wet inburgering gemeente Stichtse Vecht; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t vast te stellen de volgende: Beleidsregels Wet inburgering Stichtse Vecht Artikel1Boetes 1.
(6)termijnen. 2.Valt de vordering samen met andere vorderingen, bijvoorbeeld voor leenbijstand woninginrichting, dan kan niet zonder meer worden gesteld dat de eigen bijdrage direct wordt voldaan, al of niet middels gespreide betaling. Artikel3Aantoonbare inburgering en ontheffing De inburgeringsplichtige die ontheffing aanvraagt met een beroep op artikel 2.8a van het Besluit inburgering komt voor ontheffing in aanmerking wanneer: Objectief kan worden vastgesteld, dat de mondelinge beheersing van de Nederlandse taal voldoende is, en; De inburgeringsplichtige de volgende documenten overlegt: Een arbeidscontract met een duur van minimaal drie jaar met daarbij gevoegd een verklaring van de werkgever, waarin de aanvangs- en einddatum van het arbeidscontract en het niveau van de Nederlandse taal vermeld staan, en/of; Bewijzen van bestuurs- of vrijwilligersfuncties of bewijzen van publieke optredens, waaruit blijkt dat aanvrager beschikt over goede beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift en/of; Bewijzen van opleidingen of cursussen en behaalde diploma’s, die weliswaar geen vrijstellingsgrond opleveren, maar waaruit wel blijkt dat betrokkene in voldoende mate ingeburgerd is. Artikel4Citeertitel; inwerkingtreding; intrekking oude regelgeving Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als: Beleidsregels Wet inburgering Stichtse Vecht. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op de dag van de bekendmaking en werkt terug tot 1 oktober
- Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels worden de Uitvoeringsregel eigen bijdrage inburgeringstraject ad € 270 (Maarssen, datum onbekend), Besluit Vaststelling van de procedures voor het opleggen van bestuurlijke boetes in het kader van de inburgeringsplicht (Maarssen d.d. 13 november 2007) en Beleidsregel Verlenen van ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van artikel 2.8a van het Besluit Inburgering (Maarssen d.d. 21 december 2010) gelijktijdig ingetrokken. Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 december
- De secretaris, De burgemeester TOELICHTING In de Verordening Wet inburgering Stichtse Vecht wordt aangegeven, dat het college de procedure voor het opleggen van een bestuurlijke boete in een uitvoeringsbesluit vastlegt. Het wettelijk kader voor de bestuurlijke boetes is te vinden in hoofdstuk 6 paragraaf 2 van de Wet inburgering. Deze paragraaf vervalt echter per 1 januari 2013, waarna overgangsrecht geldt op grond van artikel X lid 2 van de Wet tot wijziging van de Wet inburgering van 13 september
- De beleidsregels gelden alleen voor inburgeringsplichtigen wier inburgeringstermijn is vastgesteld vóór 1 januari 2013; voor inburgeringsplichtigen wier inburgeringstermijn na die datum is vastgesteld, heeft de gemeente geen taken meer. Daarnaast dient ten behoeve van de uitvoering in beleidsregels te worden vastgelegd hoe de inning van de eigen bijdrage plaatsvindt en welke regels er gelden voor belanghebbenden die aantoonbaar ingeburgerd zijn. De onderdelen van de beleidsregels die nader toelichting behoeven, staan hieronder. Artikel 1 Boetes1.1Algemeen Voorbeelden van boetewaardige gedragingen op de momenten genoemd in het artikel zijn het zonder tegenbericht niet verschijnen op een oproep, het niet deelnemen aan voorzieningen of voortgangsgesprekken, het verzuimen van het verstrekken van inlichtingen of het niet binnen de termijn behalen van het inburgeringsexamen. In al deze gevallen kan een boete worden opgelegd. De bedragen zijn in de verordening vastgelegd. De Awb maakt onderscheid tussen lichtere vergrijpen, waarbij het niet verplicht is een betrokkene de gelegenheid te geven zijn zienswijze naar voren te brengen, en zwaardere vergrijpen, waarbij dat wel het geval is. Dit onderscheid dient in de rapportage naar voren te komen. 1.6 Vaststelling hoogte boeteAls leidraad voor de vaststelling van het bedrag kan het volgende gelden. Is er sprake van onzorgvuldigheid, bijvoorbeeld vergeten te komen en dus ook vergeten om contact op te nemen of zodanig te laat komen, dat een nieuwe afspraak moet worden gemaakt, dan kan een boetebedrag van 50% van het maximum worden aangehouden. Is er sprake van het niet willen meewerken aan het onderzoek, bijvoorbeeld het niet willen geven van informatie, dan dient het maximum als bedrag te worden gehanteerd. Dit maximum kan worden gematigd als er sprake is van extra kosten in het huishouden, bijvoorbeeld periodieke reiskosten in verband met ziekte of detentie van familie, of van hoge vaste lasten of schulden. Een matiging tot maximaal 50% is dan billijk. Aan de bepaling van het boetebedrag gaat daarmee altijd een individuele beoordeling vooraf. Artikel 2 Inning eigen bijdrage2.De eigen bijdrage is in de financieringssystematiek van de inburgering onderdeel van de financiering van de gemeente van de trajecten, die zij aanbiedt. De rijksbijdrage is hierop afgestemd. Daarom dient de eigen bijdrage prioriteit te krijgen in het aflossingstraject. De handelwijze is als volgt: In de beschikking ten aanzien van het aanbieden van de inburgeringsvoorziening wordt opgenomen, dat de eigen bijdrage direct tot het maximale aflossingsbedrag van de uitkering wordt ingehouden voor zover het uitkeringsgerechtigden betreft. In het geval het een niet-uitkeringsgerechtigde betreft, wordt gesteld dat men gehouden is het bedrag in een keer te voldoen. Wel krijgt de betrokkene de mogelijkheid voor een gespreide betaling. Artikel 3 Aantoonbare inburgering en ontheffingOm in een gesprek op objectieve wijze te kunnen vaststellen of iemand taalkundig gezien voldoende is ingeburgerd, kan gebruik worden gemaakt van de volgende criteria: kan betrokkene zich in de Nederlandse taal duidelijk verstaanbaar maken? is de woordenschat van betrokkene voldoende om zich in het dagelijks leven te redden? beheerst betrokkene de regels van de juiste zinsbouw? begrijpt betrokkene de vragen die hem gesteld worden? Voorts kan aan de hand van documenten worden beoordeeld in hoeverre iemand maatschappelijk voldoende ingeburgerd is, waaronder lidmaatschappen van culturele instellingen, abonnementen, (deel)certificaten van cursussen en opleidingen, Nederlands(e) rijbewijs/rijbewijzen, gebruik van de U-pas, gebruik van de fiets, vrijwilligerswerk, etc. Bij de beoordeling dient altijd een individuele afweging te worden gemaakt.