(2): Van model naar praktijk” van Stimulansz. Hierin wordt ook uitgebreid aandacht besteed aan de arbeidsrechtelijke aspecten van werkstages. Het artikel vermeld de algemene bepaling voor het aanbieden van een leerwerkstage waarbij tevens is vastgelegd wat het doel is van de werkstage, om het verschil met een normale arbeidsverhouding duidelijk te maken. Dit is met name van belang om te voorkomen dat de belanghebbende eist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en bij de rechter loonbetaling afdwingt. De leerwerkstage heeft een drieledige doelstelling: ten eerste kan een belanghebbende specifieke werkervaring opdoen en vaardigheden in een bepaald vakgebied leren. Ten tweede leert de belanghebbende te werken in een arbeidsrelatie. De belanghebbende kan tijdens een leerwerkstage wennen aan aspecten als gezag, op tijd komen, werkritme en samenwerken met collega’s. In de derde plaats moet de leerwerkstage de uitstroommogelijkheden en kansen op een betaalde baan vergroten. Het vierde lid geeft de maximale duur (6 maanden) van de werkstage aan. In het vijfde lid wordt bepaald dat er voor de werkstage een schriftelijke overeenkomst (stage-overeenkomst) wordt opgesteld. Hierin kan expliciet het doel van de leerwerkstage worden opgenomen, alsmede de wijze van begeleiding. Door deze schriftelijke overeenkomst kan nog eens gewaarborgd worden dat het bij een leerwerkstage niet gaat om een reguliere arbeidsverhouding. Artikel
- Proefplaatsingen Bij de proefplaatsing is het doel niet alleen het leren van vaardigheden, maar ook het wennen aan aspecten die samenhangen met betaald werk. Net als de leerwerkstage kan het instrument worden ingezet voor leden van de doelgroep met een perspectief op betaald werk op korte, middellange of lange termijn. De proefplaatsing duurt maximaal zes maanden. Artikel
- Maatschappelijke activeringHet college kan als onderdeel van een reïntegratietraject activiteiten aanbieden in het kader van maatschappelijke activering. Hieronder wordt verstaan: het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten ter voorbereiding op een traject, gericht op arbeidsinschakeling. Volgens de WWB dient maatschappelijke activering gericht te zijn op arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet reïntegratie, maar participatie voorop. Gezien de beperkte middelen uit het werkdeel in relatie tot de omvang van de doelgroep, is in het beleid van de gemeente een helder onderscheid gemaakt tussen maatschappelijke activering als onderdeel van c.q. voortraject voor een reïntegratietraject, ter voorbereiding op arbeidsinschakeling en maatschappelijke participatie, gericht op het participeren van de persoon in de maatschappij. Activering valt binnen de geplande budgetbesteding. Participatie niet. Daarvoor zullen, gezien het maatschappelijk nut en de sociale noodzaak, zoveel mogelijk andere financieringsbronnen gevonden en benut dienen te worden. Hierbij moet met name gedacht worden aan welzijnsfondsen die de gemeente zelf kan opzetten, subsidiëren in het maatschappelijk middenveld, betere benutting van middelen zoals bijvoorbeeld volwasseneneducatie, een optimale benutting van de sociale infrastructuur en de reeds bestaande voorzieningen als (maatschappelijke) zorginstellingen. Artikel
- Voormalige Wiw- en ID-banenDe WWB houdt de mogelijkheid open om personen een dienstverband aan te bieden, teneinde op detacheringsbasis werkervaring op te doen. De gemeente zal geen nieuwe dienstverbanden aangaan. Gesubsidieerde banen slaan een te groot gat in het werkdeel. Dat is ongewenst in verband met de overige voorzieningen die daaruit moeten worden betaald. Voor wat betreft de bestaande Wiw en de ID-banen: de gemeente werkt toe naar een vermindering van het aantal WIW-ers en ID-ers en een verlaging van de kosten van deze banen. Artikel
- LoonkostensubsidiesHet instrument loonkostensubsidies, gericht op reïntegratie, is bekend van de werkervaringsplaatsen uit de Wiw. Onder de WWB is het instrument geheel vormvrij geworden. Het beleid van de gemeente komt tot uitdrukking in de hoogte van de subsidie, de termijn en de eraan verbonden verplichtingen. Volgens Europese richtlijnen mag de subsidie niet méér bedragen dan 50 % van de totale loonkosten. Het eerste lid geeft de basis van de subsidieverlening. Dat het gaat om een reïntegratievoorziening wordt aangeduid door te verwijzen naar de doelgroep. In het tweede lid wordt de inhoudelijke kant van de zaak gedelegeerd aan het college. Burgemeester en wethouders dienen nadere regels te stellen over hoogte, duur en verplichtingen. Ook de praktische uitvoering inzake aanvraag, informatieverplichtingen en dergelijke behoort tot het domein van het college. Het derde lid geeft aan dat er bij plaatsing geen verdringing mag plaatsvinden, en dat de concurrentie-verhoudingen niet nadelig mogen worden beïnvloed. Hiervoor dienen criteria gesteld te worden. Te denken valt aan een toets of de te verrichten arbeid productief is, en of er geen recent ontslag heeft plaatsgevonden. Artikel
- Scholing Scholing is bij uitstek een maatwerkinstrument. Op het niveau van de verordening is dan ook slechts vastgelegd dat het college randvoorwaarden formuleert en nadere regels kan stellen.Het tweede lid geeft aan dat de scholing zowel aangeboden kan worden in de vorm van een voorziening die door de gemeente ingekocht kan worden, als in de vorm van een subsidie. Dit laatste kan van belang zijn, indien de klant op eigen initiatief met een vorm van scholing komt die door het college als noodzakelijk wordt beschouwd, maar die niet bestaat binnen het reguliere scholingsaanbod van de gemeente. Artikel
- Overige vergoedingenHet is denkbaar dat de gemeente, ter stimulering van de arbeidsinschakeling, besluit bijzondere noodzakelijke kosten vergoedt. In dit artikel zijn als voorbeelden genoemd: reiskosten, verhuiskosten en kosten voor kinderopvang. Artikel
- Vrijlating kostenvergoeding vrijwilligerswerk In de WWB is de mogelijkheid opgenomen om deze -door de werkgever, instantie- verstrekte vergoeding vrij te laten tot een in de wet vastgelegd maximumbedrag. Indien en voorzover daartegenover ook daadwerkelijke kosten staan zoals bijvoorbeeld reiskosten, ligt het voor de hand deze vrij te laten. Het is aan belanghebbende om deze vrijlating aan te vragen en daarbij aan te tonen dat er in zijn geval daadwerkelijk kosten zijn gemaakt. Artikel
- Voorzieningen, gericht op nazorgMede gezien de beperkte budgetten is het belangrijk ervoor te zorgen dat bijstandsgerechtigden na uitstroom uit de uitkering niet na een korte periode terugvallen in de uitkering. De gemeente kan ertoe besluiten veel aandacht te besteden aan nazorg, met als doel een werkelijk duurzame plaatsing te realiseren. Bij dit artikel is ervan uitgegaan dat nazorg geboden kan worden nà acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid, dus niet bij gesubsidieerde arbeid. Bij gesubsidieerde arbeid maakt begeleiding en advisering normaal gesproken deel uit van het traject. Weliswaar zullen geen nieuwe Wiw- en IDbanen worden aangegaan, toch is deze vaststelling voor de gemeente van belang in verband met de mogelijkheid om aan loonkostensubsidies aan reguliere werkgevers de voorwaarde bij de subsidieverstrekking te verbinden nazorg wordt geboden gedurende de periode van subsidiëring. Artikel
- Uitbesteding Dit artikel ziet op de plicht van de gemeente, zoals vastgelegd in o.m. de SUWI-wetgeving, de uitvoering van trajecten zoveel mogelijk uit te besteden. Artikel
- Afstemming en terugvordering Dit artikel legt de relatie met de maatregelenverordening en het terugvorderingsbeleid van de gemeente. Artikel
- Beleidsregels In deze verordening zijn de belangrijkste voorwaarden voor reïntegratievoorzieningen opgenomen. Desondanks kan het wenselijk zijn dat bepaalde voorwaarden worden aangevuld of aangescherpt Omgekeerd kan het wenselijk zijn dat ten behoeve van bepaalde uitkeringsgerechtigden of werkgevers in gunstige zin kan worden afgeweken. Om te voorkomen dat telkens in individuele gevallen van de gestelde regels wordt afgeweken, is voorgeschreven dat dit alleen kan op grond van door burgemeester en wethouders vastgestelde algemene richtlijnen. Artikel
- HardheidsclausuleDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel
- CiteertitelDit artikel spreekt voor zich. Artikel
- InwerkingtredingIn het kader van de gefaseerde invoering van de WWB hebben gemeenten tot 1 januari 2005 de tijd om de verordening vast te stellen. De aanspraak van artikel 10 WWB kan door klanten pas ‘te gelde’ worden gemaakt nadat deze verordening is ingegaan.