Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2009De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders met registratienr. 2008/13285; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de "Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2009". Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaakbestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andererecreatieve doeleinden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat in hoofdzaak gebezigd wordt voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel 2 Belastbaar feit Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevensvan de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam "toeristenbelasting" een directe belastinggeheven. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, verblijf houdt. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het houden van verblijf door degene, die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter zake van het verblijf in, of het beschikbaar houden van die woning, forensenbelasting is verschuldigd; op last of bevel van de overheid binnen de gemeente verblijf houdt; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van een watertoeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Belastinggrondslag a. De grondslag voor de belasting is het aantal "etmalen" dat een persoon tegen betaling binnen de gemeente verblijf houdt; b. de grondslag voor de belasting is in het geval van verblijf met overnachting binnen de gemeente het aantal malen, dat een persoon overnacht; c. onder het in letter a. vermelde verblijf verstaat deze verordening "dagverblijf' en wel een etmaal, aanvangende te 0.00 uur of wel een gedeelte daarvan. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag Het aantal personen dat verblijf houdt met overnachting wordt met betrekking tot: vakantieonderkomens bepaald op het aantal slaapplaatsen; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op: 2 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; 3 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen verblijf wordt gehouden met overnachting wordt: verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens dan wel op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende een periode van: ten hoogste zes maanden bepaald op 55; meer dan zes doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.